Vier jaar trammelant in wethoudersland

Liefst één op de vijf wethouders in Nederland heeft de afgelopen raadsperiode het pluche onvrijwillig en voortijdig vaarwel moeten zeggen. In absolute aantallen: 285 van de 1449 moesten aftreden. In dit verband is van belang dat in de complete collegeperiode 28 wethouders vielen vanwege niet integer gedrag. Dat blijkt uit analyse van de resultaten van o.a. het wethoudersonderzoek 2017 dat ieder jaar wordt gehouden door de College Tafel. De lijst van gevallen wethouders wordt jaarlijks gepubliceerd in Binnenlands Bestuur.
Hoewel de (politieke) situatie van gemeente tot gemeente verschilt en dus altijd specifieke kenmerken heeft, zijn er grofweg wel overeenkomsten te constateren als oorzaak van het gedwongen aftreden van een wethouder. In verreweg de meeste gevallen is ruzie in de coalitie van B&W de oorzaak. Denk daarbij dan aan conflicten over grote projecten zoals een zwembad, een filmhuis of een schouwburg. Verder is de gemeentebegroting altijd een bron van onenigheid. Ook de zondagsopenstelling van winkels kan nog steeds tot politieke brokken leiden. In colleges waar wethouders namens de ChristenUnie, de SGP of een combinatie van die twee partijen in het college plaatsnamen, leidde deze gevoelige kwestie zeker vier keer tot een onherstelbare scheur in het college. In Woerden viel zelfs twee keer een wethouder over de koopzondag.

Goede – of liever slechte – tweede algemene oorzaak is de groep wethouders die weg moest omdat hun bestuurlijke integriteit in het geding kwam door bijvoorbeeld belangenverstrengeling. Anderen vertoonden onbeleefd, oncollegiaal, of onbetamelijk gedrag en konden hun biezen pakken. Daarbij vallen vooral de wethouders op die seksueel overschrijdend gedrag aan de dag legden. Zo moest een PvdA-wethouder in Hoogezand-Sappemeer opstappen omdat hij verzeild was geraakt in chatcontact met een meisje dat zich voordeed als 14-jarige. Toen de chats een seksuele lading kregen en de wethouder daarin meeging, bleek het om een chantagepoging te gaan.
Hier is het de moeite waard om in te zoomen op de incidenten waarbij de bestuurlijke integriteit in het geding was en tot de val van de wethouder leidde. Zoals gezegd betreft het hier 28 wethouders die voortijdig weg moesten. Wat allereerst opvalt is dat een flink aantal bestuurders van lokale partijen (9) en de VVD (5) hun wethoudersambt neerlegden omdat ze in opspraak waren geraakt. Niet dat ze allemaal iets strafbaars hadden gedaan, maar hun handelen leek of was wel degelijk laakbaar, al was het ene vergrijp ernstiger dan het andere. Zo bleek Jan Backbier van het Albrandswaardse OPA, loslippig om te gaan met vertrouwelijke informatie. Hij deelde zijn kennis over de plek waar asielzoekers zouden worden opgevangen voortijdig met inwoners. En in Zuidplas deed VVD-wethouder Joke Vroegop hetzelfde met haar partner over de nieuwbouw van het gemeentehuis. Een andere bekende oorzaak is het niet melden van zaken uit het verleden die van invloed (zouden kunnen) zijn op iemands functioneren. Dat was het geval bij Ewout Cassee van D66 in Haarlem, die in opspraak kwam nadat bleek dat hij ten onrechte had verzwegen dat hij als ondernemer ooit was veroordeeld wegens wanbeleid. Of neem VVD-bestuurder Eugene Glimmerveen uit Meerssen, van wie bekend werd dat hij – uit de tijd dat hij nog raadslid was – aan een baan had proberen te komen via contacten bij de gemeente. Volgens de integriteitsregels is dat verboden.
Andere keren was er sprake van belangenverstrengeling, of op zijn minst de schijn daarvan. Zo was Bob Duindam (D66) van Woerden betrokken bij de oprichting van twee bedrijven die dezelfde software maken als die de gemeente Woerden gebruikt. In Zandvoort ging Michel Demmers van Gemeentebelangen over de schreef door intensief te mailen met een projectontwikkelaar aan wie, niet veel later, de herontwikkeling van een terrein werd gegund. Daarbij verstrekte Demmers adviezen. “Dit gaat lijnrecht in tegen de gedragscode die wij als college hanteren. Dat kan gewoon niet”, aldus burgemeester Niek Meijer.
Het gebeurde ook wel dat wethouders dingen deden die opvallend genoeg in strijd waren met de regels van de gemeente waarvan ze zelf in het college van B&W zaten. Zo legde bijvoorbeeld in 2016 CDA-wethouder Erik Luiten uit Aalten zonder vergunning een mestbassin aan op een melkveebedrijf. En de Uitgeester VVD-wethouder Karel Mens bouwde een illegaal tuinhuisje voor zijn motor. De bestuurlijke perikelen in Brunssum waren niet alleen lokaal nieuws maar werden ook breed uitgemeten in de landelijke media. Daar stappen vorig jaar eerst vier wethouders op omdat de mogelijke herindeling met Heerlen en Landgraaf een onoplosbare splijtzwam blijkt te zijn. In het najaar komt er een nieuwe coalitie waarbij raadslid Jo Palmen wordt tot wethouder benoemd terwijl er nog een integriteitsonderzoek tegen hem loopt omdat hij een miljoen euro eist van de gemeente, vanwege een stuk grond. Burgemeester Luc Winants (CDA) stapt daarna op omdat hij als burgemeester die verantwoordelijk is voor integriteit, onvoldoende instrumenten in handen heeft om de benoeming van wethouder Palmen terug te draaien.
Ten slotte de rel die Maassluis in 2014 dagenlang in haar greep heeft gehouden. Centrale rol daarin speelde VVD-wethouder Huub Eitjes, die verantwoordelijk was voor de subsidie aan het theater van zijn broer Pim Eitjes. Directe aanleiding vormde het bericht in het AD Rotterdams Dagblad dat er 40.000 euro op de rekening van het bedrijf van Huub Eitjes was gestort. Een bedrag dat bestemd was voor zijn broer Pim, die zich als voorzitter van het plaatselijke Theater Koningshof tegen de afspraken in had laten uitbetalen voor management-werkzaamheden. Wethouder Eitjes verzuimde hierover het college te informeren. Dat de affaire geen invloed had op het gevoel voor humor van ex-wethouder Eitjes moge blijken uit de verklaring bij zijn aftreden: “Ik voel me als een ei met vogelgriep, zo snel mogelijk ruimen”. Inmiddels is Huub Eitjes weer politiek actief geworden. Hij maakte half 2017 de overstap van de VVD naar Maassluis Belang dat nu met twee leden in de raad zit. Eitjes staat als derde op de kieslijst en maakt dus mogelijk na 21 maart zijn come back.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

 

Een goede bestuurder is een duikelaar

Tien dagen geleden stonden de kranten nog vol van Camiel Eurlings; nu lijkt de ophef over hem alweer passé. Zie hier het gruwelijke lot van een publieke persoon: je doet er even heel erg toe, en dan opeens helemaal niet meer. Amai, blijf daar maar eens geestelijk gezond bij! Ik wil op deze plek nog even op Eurlings terugkomen. Niet om nog een steen te gooien naar een man die al met bebloede kop is neergezegen. Maar om beter te begrijpen wat er nu eigenlijk is gebeurd. Waarom moest Eurlings precies weg? Wat pikt het volk uiteindelijk niet van een openbaar bestuurder? De feiten zijn bekend: Eurlings sloeg zijn toenmalige vriendin, draaide daar lang omheen, en toen hij uiteindelijk met de billen bloot ging in NRC Handelsblad bleef de indruk hangen dat hij het vooral heel zielig vond voor zichzelf dat dit hem nu allemaal moest overkomen. Zijn publieke ‘biecht’ leek niet voort te komen uit de gevoelde innerlijke noodzaak om schoon schip te maken, maar uit de wens om zijn hachje te redden. En dat nemen we hem kennelijk enorm kwalijk. Met dat interview pleegde Eurlings zelfmoord als publiek personage, omdat hij zichzelf liet kennen als iemand die niet bijster integer is.

Je kunt je mond vol hebben over integriteit zonder duidelijk te maken wat je daarmee bedoelt. Zo iemand wil ik natuurlijk niet zijn. Maar het valt nog niet mee om te zeggen wat integriteit nu eigenlijk behelst. Etymologisch gezien verwijst het begrip naar gaafheid en heelheid; moreel vertaald zou je dus kunnen zeggen dat een integer mens ‘uit één stuk’ bestaat. Maar sinds Freud weten we dat mensen zo simpel niet zijn. Binnen in ons kakelen vele stemmen. Zo bezien is Eurlings zelfs een tikkeltje té integer. De interviewer van de NRC, sport-verslaggever Henk Stouwdam, noteerde dat de biecht van Eurlings ‘oprecht’ leek en ‘diep van binnen leek te komen’. Dat Stouwdam hier het sentimentele vocabulaire van de sportverslaggever gebruikt, maakt zijn observaties nog niet per se onwaar. Misschien geloofde Eurlings inderdaad oprecht in wat hij vertelde. Het zou me eigenlijk niet verbazen. Wie zichzelf nauwelijks observeert, stuit ook niet op innerlijke tegenstrijdigheden en problemen. En kan dus hartstochtelijk en oprecht geloven in een glad imago van zichzelf en zijn plek in de wereld. Oprechtheid en zelfingenomenheid gaan vaak opvallend goed samen. Als integriteit in de kern niet draait om eenduidigheid, noch om oprechtheid, om wat dan wel? Peinzend over die vraag zie ik opeens een duikelaartje voor me, zo’n speelgoedclown die na een oplawaai alle kanten uitschiet om uiteindelijk toch altijd weer rechtop te eindigen. Dat is lachen voor kleuters – en misschien ook hun eerste onder-richt in publieke moraal. Want goede politici, bestuurders of beslissers moeten een beetje een duikelaar zijn. Zij moeten flexibel meebuigen met wat de wereld brengt. Dat kan eruitzien als zwabberen, maar als zij echt goed zijn, blijven ze uiteindelijk altijd overeind. Niet omdat ze ‘mensen-uit-één-stuk’ zijn, maar omdat hun overtuigingen hen innerlijk gewicht en daarmee stabiliteit geven. Dat steeds weer terugveren naar een diep ingedaalde morele basishouding is wat je hoopt en verlangt van goede bestuurders. Zij staan immers voor de pittige taak om de toekomst vorm te geven. Zij zullen moeten laveren tussen gebeurtenissen die niemand had voorzien. Innerlijke zwaarte maakt hen dan toch betrouw-baar. Ik denk dat we dat bedoelen met integriteit: de kwaliteit om steeds terug te keren naar je eigen zwaartepunt. Angela Merkel is voor mij zo iemand. En Eurlings? Die is door het volk gewoon te licht bevonden. Het was te onduidelijk waaraan hij nu eigenlijk trouw is. Eurlings is vervlogen, verleden tijd. Maar de omgeving waarin hij kon gedijen bestaat nog volop. En dat maakt dat het nog steeds zin heeft om het over Eurlings te hebben. Bij de KLM viel hij als topman al snel door de mand. Je kunt zeggen wat je wilt van bedrijven, maar ze hebben meestal heel goed in de smiezen dat een diepgevoelde missie essentieel is voor je integriteit als onderneming. Datzelfde is niet te zeggen van het CDA. Daar vierde Eurlings jarenlang triomfen als de gouden jongen. Waarom is er in die kringen zo klakkeloos achter Eurlings aangelopen? Wat zegt dat eigenlijk over hun integriteit?

Deze column van de filosoof Marjan Slob verscheen op 15 januari jl. in de Volkskrant en is met toestemming geplaatst

In het Huis voor Klokkenluiders is de klepel zoek

Geen baan meer, geen geld meer, geen huis. Bouwondernemer Ad Bos, de klokkenluider die in 2001 de grootste fraude in de Nederlandse geschiedenis aan het licht brengt, raakt uiteindelijk alles kwijt. De schaduwboekhouding die hij openbaar maakt, levert de staat honderden miljoenen op, maar als klokkenluider krijgt hij geen enkele bescherming en komt uiteindelijk zelf in het verdachtenbankje terecht. Twee jaar lang woont hij noodgedwongen met zijn vrouw Joke in een camper. In 2009 krijgt hij een onbekende som geld van de staat en in 2013 wordt hij definitief van strafvervolging ontslagen. Deze martelgang voor Bos en andere klokkenluiders vormt de aanleiding voor Ronald van Raak (SP) om een beschermende initiatiefwet in te dienen en na twee jaar sleutelen, begin 2016, door beide parlementen te loodsen. Dan wordt, juli 2016, een pand in Utrecht betrokken waar het Huis voor Klokkenluiders met veel elan en ambitie van start gaat. Drie reeds bestaande organisaties Adviespunt Klokkenluiders, Onderzoeksraad Integriteit en het BIOS, worden in het nieuwe huis verenigd. Het Huis voor Klokken-luiders is versneld opgericht, om tegemoet te komen aan de grote behoefte onder klokkenluiders aan deskundige ondersteuning. Maar: zestien maanden na instelling weet men geen enkel onderzoek naar misstanden af te ronden.
Van de 28 verzoeken om een onder-zoek zijn er slechts zeven daadwerkelijk in onderzoek. Veel verzoeken worden om formele redenen niet ontvankelijk verklaard. Doordat concrete onder-zoeksresultaten uitblijven, houden de misstanden aan en raken klokken-luiders gefrustreerd. Topambtenaar Maarten Ruys wordt gevraagd een analyse te maken van de problemen. Op 14 december 2017 brengt hij zijn rapport uit dat vernietigend is. Geen echte verrassing omdat bestuurs-voorzitter Paul Lovens twee maanden daarvoor al is opgestapt. Nu volgt ook de rest van het bestuur. Geestelijk vader van het Huis, Ronald van Raak, legt de schuld voor het falen bij verantwoordelijk oud-minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Hij verwijt Plasterk, dat deze te weinig middelen ter beschikking stelde en de verkeerde mensen op de verkeerde plek zette.
Gjalt de Graaf, hoogleraar integriteit van academisch onderwijs, vindt Van Raaks kritiek te makkelijk. De Graaf zat in de ‘Onderzoeksraad Integriteit Overheid’, een voorganger van het Huis voor Klokkenluiders. In zijn ogen waren de problemen te voorzien omdat Van Raaks wet niet deugt. ‘Uit de inter-nationale praktijk weten we dat één ding echt helpt: omgekeerde bewijslast. Als ik word ontslagen, moet ik nu bewijzen dat dit het gevolg is van mijn melding als klokkenluider. Dat had moeten worden omgedraaid: laat een werkgever bewijzen dat mijn ontslag niets met de melding te maken heeft.’ Een andere weeffout, vindt De Graaf, is dat het huis zowel mogelijke mis-standen onderzoekt als klokkenluiders advies geeft. ‘Het is desastreus dat dit onder één dak is samengebracht. Bij advies sta je aan de kant van de klokkenluiders, terwijl je bij onderzoek neutraal moet zijn.’
De commissie Ruys geeft De Graaf in grote lijnen gelijk. In de uiteindelijke aangenomen wet zitten te veel onduidelijkheden bijvoorbeeld over de vraag: waarvoor en voor wie is het Huis nu eigenlijk bedoeld? Maar ook praktisch zijn er fouten gemaakt. Het verkennen en kwartiermaken van het Huis heeft onder hoge tijdsdruk plaatsgevonden. Zo waren bij de start de huisvesting en de ICT-faciliteiten nog niet op orde en was de werkdruk hoog door de overdracht van zaken. De bestuursleden en de directeur zijn in een laat stadium benoemd. Een andere, bedrijfsculturele barricade bleek het samengaan van de drie fuserende ‘bloedgroepen’ en de daarmee gepaard gaande ‘fusiepijn’. Daaruit blijkt onder de medewerkers dat er onvoldoende draagvlak is voor de nieuwe organisatie.
Een ander fors obstakel voor het welslagen van het aanhangig maken van een misstand is het feit dat onvoldoende rekening gehouden wordt met het feit dat er geen sprake is van een gelijk speelveld tussen werkgever en klokkenluider. De klokkenluider staat vaak tegenover een werkgever die meer middelen tot zijn beschikking heeft. Vandaar dat één van de aanbevelingen luidt: Het Huis is voor klokkenluiders. Zij verdienen rechtsbescherming en voeren een ‘ongelijke strijd’. Waar nodig moeten zij kunnen rekenen op (psychosociale) ondersteuning en versterking door middel van advies en begeleiding.

Voor de langere termijn adviseert de commissie Ruys om bij de eerst-komende wijziging van de wet de volgende punten te verduidelijken:

*  de verantwoordelijkheden van de bestuursleden
*  de omschrijving van de ontvankelijk-heid van onderzoek zodat conform de intenties van de wet recht wordt gedaan aan de ongelijkheid van het speelveld voor de klokkenluider
*  het belang van preventie, integriteits-onderzoek en voorlichting over misstanden als taken van het Huis.

Ten slotte: Evalueer het functioneren van het Huis over uiterlijk 2,5 à 3 jaar. Na de herstart verdient het Huis 2.0 enige tijd om zich opnieuw te bewijzen. En, voegt ondergetekende eraan toe, misschien is het ook het overwegen waard om de huidige naam Huis voor Klokkenluiders minder eenzijdig op één groep te richten en te veranderen in het meer neutrale Huis voor Integriteit.

Job de Haan, redacteur Integriteit.nl

Van Dales tot en met Rutte II: 25 jaar integriteitsbeleid

Het vindt plaats in 1992 tijdens het jaarcongres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De aftrap wordt gegeven met een toespraak door minister Ien Dales van Binnenlandse Zaken. Iconisch daarin wordt haar uitspraak: “Een beetje integer kan niet”. Hoewel daar in later jaren genuanceerder over wordt gedacht – er is wel degelijk sprake van een grijs gebied – heeft Dales daarmee het integriteitsbeleid van de overheid voor eens en voor altijd op de kaart gezet. Afgelopen week bracht het CAOP, dat is het kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken in het publieke domein, een publicatie uit met daarin een hoofdstuk over de historie en de stand van zaken met betrekking tot integriteit in het openbaar bestuur. Auteur is prof. dr. Zeger van der Wal die de Ien Dales-leerstoel bekleedt.

Laten we beginnen met zijn conclusies: In het politieke en ambtelijke domein lijkt het erop dat het aantal integriteitsschendingen betrekkelijk stabiel is. Wat wel toeneemt is de aandacht voor incidenten rond ambtenaren en politici in de openbare ruimte. Dat komt alleen al door het glazen huis waarin bestuurders leven en werken zowel digitaal als 24 uur per dag, zeven dagen per week. Bovendien wordt gedrag dat ten tijde van Dales nog geaccepteerd werd, nu politiek en juridisch afgestraft. Dat heeft te maken met het feit dat wij ons zelf op dit gebied steeds strengere normen hebben opgelegd. Die ontwikkeling zal de komende jaren alleen maar doorgaan. We zullen dan ook ongetwijfeld blijven discussiëren over de vraag of de toegenomen aandacht voor integriteit een vloek of een zegen is. Dat kunnen we overigens tamelijk ontspannen doen omdat we ons over de feiten en cijfers niet al te grote zorgen hoeven maken: Het aantal integriteits-incidenten in het Nederlandse openbaar bestuur blijft relatief laag en beheersbaar en dat is de afgelopen jaren niet wezenlijk veranderd. Tot zover de geschiedenis:  Klokkenluiders, machtsmisbruik, belangenverstrengeling, seksuele intimidatie, de afgelopen 25 jaar is integriteit een steeds grotere rol gaan spelen in beleid in alle overheidslagen.

Vooruitblikkend ziet Van der Wal drie integriteitskwesties die in de toekomst een belangrijke rol zullen gaan spelen:

1. Vervagende grenzen tussen werk en privé. De grens tussen wat privé is en wat zakelijk of voor je werk is vervaagt in een rap tempo door de ontwikkeling van sociale en nieuwe media. Nieuwe generaties werknemers versnellen dat proces, net als nieuwe werkvormen. Volgens Van der Wal roept dat allerlei vragen op: Hoe gedraag je je als functionaris en welk voorbeeld geef je als leidinggevende? Kun je op de sociale media die je gebruikt voor privédoeleinden, een politiek gekleurd standpunt plaatsen? Vrijheid van meningsuiting is een recht in de Grondwet. Tegelijkertijd stelt de Ambtenarenwet dat ambtenaren zich moeten onthouden van uitingen die hun werk of hun werkgever zou kunnen schaden. Veel gedragscodes stellen dat je 24/7 ambtenaar bent.
2. Toenemende diversiteit. Wat ook steeds meer aandacht gaat vragen is bijvoorbeeld: Hoe leid je een afdeling waarbij openlijke transgenders samenwerken met behoudende christenen en moslims? Overheids-instanties zullen de komende tijd meer vrouwen, meer mensen met een kleur en meer jongeren in dienst krijgen. Dat zal tot meer spanningen op de werkplek gaan leiden en dus is de vraag: hoe zorg je ervoor dat medewerkers zich respectvol en fatsoenlijk naar elkaar opstellen en neutraal en professioneel blijven uitdragen waar de overheid of gemeente voor staat? Dat vergt een ander soort beleidsinstrumentarium, specifieke trainingen en aangepast leiderschap.
3. Integriteit in de netwerksamenleving. Overheden zullen steeds vaker diensten van buiten in de arm nemen voor allerhande projecten. Dan komt ook integriteitsvraag aan de orde: In hoeverre ben je verantwoordelijk voor het gedrag van maatschappelijke en private partners? Hoe dek je risico’s af en welke afspraken maak je? En wat verklaar je als een van de partners in je netwerk over de grens gaat? Gedrags-codes kunnen dit niet altijd afvangen. Wat helpt, aldus Van der Wal, is dit soort zaken bespreekbaar maken en houden. En in iedere situatie geldt: vergroot de bewustwording, bespreek telkens opnieuw wat de normen zijn, ga de discussie met elkaar aan. Ten slotte geldt altijd: Geef het goede voorbeeld en straf discutabel gedrag consequent af.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

(Bron: Staat van de ambtelijke dienst – De motiverende overheid 2017)

Worden inhuurkrachten onder de tafel door woningcorporaties betaald?

“In de sector van woningcorporaties zijn diverse netwerken actief van professionals voor de inhuur van personeel op terreinen als vastgoed, financiën en volkshuisvesting. Wij hebben meerdere specifieke signalen ontvangen van corporaties en ook bij het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties dat deze net-werken over hun verdienmodel mogelijk onvoldoende transparant zouden zijn.” Aldus een brief, begin deze maand, van de Autoriteit woningcorporaties (Aw), toezicht-houder op de 338 woningcorporaties in Nederland. In die brief kondigt de Aw aan dat men een onderzoek instelt naar het intern verstrekken van opdrachten binnen de corporaties. Dit op grond van genoemde signalen die “het aanzien van en het vertrouwen in de sector, in brede zin, kunnen schaden”. Om hoeveel signalen het gaat, wil men niet zeggen.
Wat is de kwestie? Corporaties huren vaak interim-deskundigen in die expertise meebrengen op het gebied van regelgeving, financiën enz. Toezichthouder Aw vermoedt dat deze ingehuurde professionals mogelijk ‘aanbrengvergoedingen’ krijgen van mensen aan wie zij weer opdrachten verstrekken. Binnen het netwerk van deze beroepsgroep zouden hierover in het geheim afspraken worden gemaakt. Bovendien zouden deze interim bestuurders collega’s inhuren zonder dat daarbij de voorgeschreven selectieprocedures worden gevolgd. Dit soort praktijken dragen het risico in zich dat deze professionals niet uitsluitend in het belang van de corporatie werken, maar ook beslissingen nemen waar zij zelf beter van worden. Of, zoals de toezicht-houder schrijft: “Aanbrengvergoedingen ondergraven het integriteitsbeleid van de corporaties en zorgen ervoor dat de onafhankelijke besluitvorming bij het inhuren van personeel in het geding is”.

Directe aanleiding voor het onderzoek is de schorsing van Klaas Franken, een van de bestuurders van Vidomes, een middelgrote corporatie met 18.000 woningen in de regio ten oosten van Den Haag. De Raad van Commis-sarissen van Vidomes (RvC) is eind augustus een feitenonderzoek gestart dat in het bijzonder de periode 2014/2015 betreft, voordat Franken bestuurder werd bij Vidomes. In deze periode was Franken door Vidomes ingehuurd als interim manager. Het onderzoek richt zich op de aard van de betrokkenheid van Franken bij het inhuren van personeel door Vidomes, op zogeheten ‘aanbrengvergoedingen’ die Franken daarvoor mogelijk van ingehuurde medewerkers heeft ontvangen en op de transparantie daarover. Overigens heeft Franken deze zaak zelf bij de RvC aangekaart.
In de wereld van de woningcorporaties zijn er veel bureaus actief die bemiddelen bij het inhuren van professionals. Eén van die bureaus is Atrivé. In Trouw noemt directeur Gerrit van Vegchel van Atrivé het ontvangen van aanbrengvergoedingen ‘pervers’. Hij vindt dat interim bestuurders die zijn bemiddeld door een bepaald bureau en aanbrengvergoedingen krijgen, dat bij zo’n bureau ingegrepen moet worden. “Wij maken vooraf afspraken over welke dienst we verlenen en voor welke prijs. Daarin passen zeker geen afspraken over incentives bij de inhuur van adviseurs of interims van ons bureau. Dat is not done”, aldus Van Veghel.

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:
Om bovenstaande in perspectief te plaatsen, moeten we terug naar oktober 2014. Toen kwam het rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties naar buiten over de opzet en het functioneren van het stelsel van woningcorporaties. Zie hier de beerput die toen openging: De commissie stuitte op mismanagement, manipulatie, het achterhouden van informatie aan toezichthouders, zelfoverschatting en belangenverstrengeling. Directeuren dachten dat ze alles konden maken en hebben “soms op grove wijze gefaald” en het in hen gestelde maatschappelijke vertrouwen beschaamd, stelt de enquêtecommissie vast. Zelfreflectie of spijt is echter nog amper aan de orde.
De leden van de enquêtecommissie stuitten tijdens hun onderzoek op opmerkelijke investeringen. Een jachthaven, voetbalstadion, ziekenhuis, festivals, weidevogelgebied, cruiseschip en een vakantie voor de huurders op Terschelling. Enkele ‘zijprojectjes’ waar de cowboys van de Nederlandse woningcorporaties sinds de privatisering in de jaren negentig de huuropbrengst in staken. De topmannen van Vestia, Rochdale, Woonbron en andere instellingen konden jarenlang hun gang gaan.
Kortom, de commissie kwam tot de schokkende conclusie dat integriteit, transparantie en good governance op grote schaal met voeten werden getreden. De belangrijkste aanbevelingen waren dan ook dat het gedrag van de bestuurders moest verbeteren, fraude en zelfverrijking hard moesten worden aangepakt en integriteit vaker moest worden doorgelicht. Verder moest good governance versterkt worden, er moest één centrale toezichthouder komen, een onafhankelijke Woonautoriteit en de Raad van Commissarissen moest meer macht krijgen. En dat lijkt nu, precies drie jaar later, vruchten af te gaan werpen. De Autoriteit Woningcorporaties kondigt aan een onderzoek in te stellen naar het heimelijk betalen van inhuurkrachten op grond van diverse signalen uit het veld en de directe aanleiding voor dat onderzoek is de schorsing door de RvC van Vidomes van één van de bestuurders van de corporatie. Op het eerste gezicht zou men kunnen vermoeden dat er ondanks de uitkomsten en aanbevelingen van het parlementaire rapport uit 2104 zich er toch weer nieuwe uitwassen hebben voorgedaan binnen de sector van woningcorporaties. Het is echter net zo goed mogelijk dat juist die aanbevelingen en de indertijd gewenste cultuuromslag er juist voor hebben gezorgd dat signalen en meldingen van misstanden eindelijk worden opgepikt en adequaat behandeld, namelijk middels een onderzoek waaruit moet blijken wat er waar is van de berichten over ‘aanbrengvergoedingen’ en de heimelijke afspraken over het betalen van deskundigen door interim bestuurders. De toekomst zal uitwijzen welk van deze twee opties uiteindelijk de juiste zal zijn.

Ethisch leidinggeven gaat niet vanzelf

Ze denken dat ze een duidelijk voorbeeld zijn en genoeg ethische sturing geven, maar medewerkers beleven dat heel anders. Topambtenaren moeten daarom meer moeite doen om zichtbaar te zijn als voorbeeldfiguur, zich vaker en explicieter uitlaten over integriteit en actiever leiding geven aan het integriteitsbeleid. Met andere woorden: de leiding van een bedrijf of organisatie  moet dus wanneer het om integriteit gaat zowel de juiste toon aanslaan als het in eigen gedrag laten zien.

Ziedaar de belangrijkste conclusies uit het onderzoek Tonen van de Top dat dr. Leonie Heres (Radboud Universiteit en Universiteit Utrecht) in opdracht van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) heeft uitgevoerd. Leonie Heres: ‘Vaak denken topambtenaren dat ze door hun persoonlijke integriteit vanzelf al het goede voorbeeld geven. Maar daarmee overschatten ze hun eigen zichtbaarheid en hoe hun gedrag overkomt op medewerkers. De beeldvorming over het moreel leiderschap aan de top wordt door veel factoren beïnvloed en is eerder negatief dan positief. Zo leidt alle media-aandacht voor integriteits- schendingen, zoals bij de Teeven-deal, regelmatig tot het beeld dat ‘de top’ als geheel niet integer is. Topmanagers staan daarmee op voorhand 2-0 achter. Waar medewerkers een gebrek aan ethisch leiderschap ervaren is dat dus meestal niet een kwestie van kwade wil, maar eerder het gevolg van verkeerde beeldvorming en een misvatting bij topambtenaren over de meest effectieve management- strategie…’

Voorbeeldgedrag is een essentieel onderdeel van effectief ethisch leiderschap, zo onderschrijven ook de topambtenaren in het onderzoek. Maar verkeerde beeldvorming of een onbedoelde misstap zit in een klein hoekje. Het rapport geeft dan ook tal van aanbevelingen, waaronder:

  • zorg voor kritische tegenspraak in je directe omgeving en organiseer dat nadrukkelijk
  • laat je expliciet toetsen op blinde vlekken in je ethisch leiderschap
  • deel proactief je morele overwegingen èn inschattingsfouten met je medewerkers
  • wijk alleen in zeer uitzonderlijke situaties af van de regels en normen en licht uit eigen beweging toe waarom dat noodzakelijk was
  • organiseer juist in tijden van drukte of reorganisatie zinvolle interactie met je medewerkers
  • sta zo nu en dan stil bij de symboliek van materiële zaken zoals de grootte van de auto of van het gebouw, de omvang van de bedrijfsfeesten enz.

Het gesprek over integriteit is belangrijk genoeg om het in te bedden in de dagelijkse werkprocessen, zonder dat er integriteitmoeheid of integritisme optreedt.

  • bespreekbaarheid van morele dilemma’s en integriteitskwesties is gebaat bij verdere normalisering van het gesprek over integriteit, naast efficiency enz.
  • neem een open houding aan bij integriteitskwesties, maar hoed je voor ‘moraalridderschap’
  • maak een gedegen risico-analyse in de eigen organisatie en maak gebruik van casuïstiek en incidenten bij andere organisaties om de communicatie proactiever in te zetten
  • Leg daarbij meer nadruk op integer ‘handelen’ dan op ‘integer’ zijn

Optreden tegen schendingen is onontbeerlijk als het gaat om handhaven en bekrachtigen van integriteitsnormen. Daarbij zijn twee aspecten van vitaal belang: a. zorgvuldigheid van onderzoek, waarbij de straf proportioneel is en b. openheid en zichtbaarheid van het proces binnen de organisatie. Daarbij is het van belang om weerstand te bieden aan de druk van buiten om disproportioneel te straffen en eerlijk te bezien of medewerkers een tweede kans zouden moeten krijgen om het gedrag te verbeteren.

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:
Het rapport Tonen van de Top, de rol van ambtenaren in het integriteits- beleid behelst dus primair de positie van topambtenaren, maar de resultaten zijn moeiteloos overdraagbaar op grote organisaties en bedrijven. Het levert een waardevolle bijdrage aan de vraag hoe de leiding van bedrijven en besturen van organisaties op een organische en effectieve manier het begrip integriteit in de bedrijfsvoering kunnen integreren. Daarbij speelt de top van de organisatie een cruciale rol. Integriteit speelt in deze tijd een dubbelzinnige rol. Enerzijds is het begrip in korte tijd volstrekt ingeburgerd en geaccepteerd geraakt, anderzijds ervaart men het als een fenomeen met zoveel haken en ogen dat men er meestal alleen in algemene (en dierbare) termen over spreekt, maar er ook om heen loopt zodra het handen en voeten moet krijgen. Dat laatste zorgt ervoor dat men over integriteit en de implicaties ervan pas gaat nadenken en discussiëren wanneer er op dat gebied zich een incident of calamiteit voordoet. Daarom is het lovenswaardig dat het rapport zozeer de nadruk legt op pro-actief optreden en organiseren. Ook het advies om de nadruk te leggen op integer ‘handelen’ en niet op wie integer ‘is’, voorkomt een hoop onnodige conflicten waarbij men elkaar de morele maat neemt. Met alle aandacht en nadruk die de laatste jaren (terecht) wordt gelegd op integriteit en transparantie, moeten we één ding niet vergeten. De incidenten en soms schandalen die op dit gebied in de publiciteit komen, mogen niet verhinderen dat het hier nog altijd om losstaande calamiteiten gaat. Transparency International, een internationale non-profitorganisatie die corruptie wereldwijd onderzoekt en in kaart brengt, plaatst de omvang van fraude en corruptie in Nederland in perspectief. Van de ruim 180 landen in de wereld die op de Corruptie-Index een plaats hebben, staat Nederland de laatste tien jaar in de top tien en over 2015 zelfs op de vijfde plaats. Slechts drie Scandinavische landen en Nieuw-Zeeland scoren gunstiger op het gebied van corruptie.

Dat impliceert dat organisaties veel meer ontspannen met integriteit en transparantie om zouden moeten gaan, zoals ook het rapport bepleit. Terecht stelt Tonen van de Top: Als we ethisch leiderschap willen versterken dat zal het antwoord gezocht moeten worden in zowel het bewustzijn en handelen van topambtenaren zelf (en van bestuurders van organisaties en bedrijven, JdH), als in de maatschappelijke, institutionele en organisatorische context waarin zij opereren.

Het rapport ‘Tonen van de Top’ is te downloaden via: http://www.uu.nl/nieuws/topambtenaren-overschatten-eigen-ethisch-leiderschap

1239

Twitter / Facebook

Om op de hoogte te blijven van integriteit in het nieuws en mee te praten over het onderwerp kunt u ons volgen op Twitter via @integriteitnl of like onze Facebookpagina.

Contact

© 2018 Integriteit.nl