Worden inhuurkrachten onder de tafel door woningcorporaties betaald?

“In de sector van woningcorporaties zijn diverse netwerken actief van professionals voor de inhuur van personeel op terreinen als vastgoed, financiën en volkshuisvesting. Wij hebben meerdere specifieke signalen ontvangen van corporaties en ook bij het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties dat deze net-werken over hun verdienmodel mogelijk onvoldoende transparant zouden zijn.” Aldus een brief, begin deze maand, van de Autoriteit woningcorporaties (Aw), toezicht-houder op de 338 woningcorporaties in Nederland. In die brief kondigt de Aw aan dat men een onderzoek instelt naar het intern verstrekken van opdrachten binnen de corporaties. Dit op grond van genoemde signalen die “het aanzien van en het vertrouwen in de sector, in brede zin, kunnen schaden”. Om hoeveel signalen het gaat, wil men niet zeggen.
Wat is de kwestie? Corporaties huren vaak interim-deskundigen in die expertise meebrengen op het gebied van regelgeving, financiën enz. Toezichthouder Aw vermoedt dat deze ingehuurde professionals mogelijk ‘aanbrengvergoedingen’ krijgen van mensen aan wie zij weer opdrachten verstrekken. Binnen het netwerk van deze beroepsgroep zouden hierover in het geheim afspraken worden gemaakt. Bovendien zouden deze interim bestuurders collega’s inhuren zonder dat daarbij de voorgeschreven selectieprocedures worden gevolgd. Dit soort praktijken dragen het risico in zich dat deze professionals niet uitsluitend in het belang van de corporatie werken, maar ook beslissingen nemen waar zij zelf beter van worden. Of, zoals de toezicht-houder schrijft: “Aanbrengvergoedingen ondergraven het integriteitsbeleid van de corporaties en zorgen ervoor dat de onafhankelijke besluitvorming bij het inhuren van personeel in het geding is”.

Directe aanleiding voor het onderzoek is de schorsing van Klaas Franken, een van de bestuurders van Vidomes, een middelgrote corporatie met 18.000 woningen in de regio ten oosten van Den Haag. De Raad van Commis-sarissen van Vidomes (RvC) is eind augustus een feitenonderzoek gestart dat in het bijzonder de periode 2014/2015 betreft, voordat Franken bestuurder werd bij Vidomes. In deze periode was Franken door Vidomes ingehuurd als interim manager. Het onderzoek richt zich op de aard van de betrokkenheid van Franken bij het inhuren van personeel door Vidomes, op zogeheten ‘aanbrengvergoedingen’ die Franken daarvoor mogelijk van ingehuurde medewerkers heeft ontvangen en op de transparantie daarover. Overigens heeft Franken deze zaak zelf bij de RvC aangekaart.
In de wereld van de woningcorporaties zijn er veel bureaus actief die bemiddelen bij het inhuren van professionals. Eén van die bureaus is Atrivé. In Trouw noemt directeur Gerrit van Vegchel van Atrivé het ontvangen van aanbrengvergoedingen ‘pervers’. Hij vindt dat interim bestuurders die zijn bemiddeld door een bepaald bureau en aanbrengvergoedingen krijgen, dat bij zo’n bureau ingegrepen moet worden. “Wij maken vooraf afspraken over welke dienst we verlenen en voor welke prijs. Daarin passen zeker geen afspraken over incentives bij de inhuur van adviseurs of interims van ons bureau. Dat is not done”, aldus Van Veghel.

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:
Om bovenstaande in perspectief te plaatsen, moeten we terug naar oktober 2014. Toen kwam het rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties naar buiten over de opzet en het functioneren van het stelsel van woningcorporaties. Zie hier de beerput die toen openging: De commissie stuitte op mismanagement, manipulatie, het achterhouden van informatie aan toezichthouders, zelfoverschatting en belangenverstrengeling. Directeuren dachten dat ze alles konden maken en hebben “soms op grove wijze gefaald” en het in hen gestelde maatschappelijke vertrouwen beschaamd, stelt de enquêtecommissie vast. Zelfreflectie of spijt is echter nog amper aan de orde.
De leden van de enquêtecommissie stuitten tijdens hun onderzoek op opmerkelijke investeringen. Een jachthaven, voetbalstadion, ziekenhuis, festivals, weidevogelgebied, cruiseschip en een vakantie voor de huurders op Terschelling. Enkele ‘zijprojectjes’ waar de cowboys van de Nederlandse woningcorporaties sinds de privatisering in de jaren negentig de huuropbrengst in staken. De topmannen van Vestia, Rochdale, Woonbron en andere instellingen konden jarenlang hun gang gaan.
Kortom, de commissie kwam tot de schokkende conclusie dat integriteit, transparantie en good governance op grote schaal met voeten werden getreden. De belangrijkste aanbevelingen waren dan ook dat het gedrag van de bestuurders moest verbeteren, fraude en zelfverrijking hard moesten worden aangepakt en integriteit vaker moest worden doorgelicht. Verder moest good governance versterkt worden, er moest één centrale toezichthouder komen, een onafhankelijke Woonautoriteit en de Raad van Commissarissen moest meer macht krijgen. En dat lijkt nu, precies drie jaar later, vruchten af te gaan werpen. De Autoriteit Woningcorporaties kondigt aan een onderzoek in te stellen naar het heimelijk betalen van inhuurkrachten op grond van diverse signalen uit het veld en de directe aanleiding voor dat onderzoek is de schorsing door de RvC van Vidomes van één van de bestuurders van de corporatie. Op het eerste gezicht zou men kunnen vermoeden dat er ondanks de uitkomsten en aanbevelingen van het parlementaire rapport uit 2104 zich er toch weer nieuwe uitwassen hebben voorgedaan binnen de sector van woningcorporaties. Het is echter net zo goed mogelijk dat juist die aanbevelingen en de indertijd gewenste cultuuromslag er juist voor hebben gezorgd dat signalen en meldingen van misstanden eindelijk worden opgepikt en adequaat behandeld, namelijk middels een onderzoek waaruit moet blijken wat er waar is van de berichten over ‘aanbrengvergoedingen’ en de heimelijke afspraken over het betalen van deskundigen door interim bestuurders. De toekomst zal uitwijzen welk van deze twee opties uiteindelijk de juiste zal zijn.

Ethisch leidinggeven gaat niet vanzelf

Ze denken dat ze een duidelijk voorbeeld zijn en genoeg ethische sturing geven, maar medewerkers beleven dat heel anders. Topambtenaren moeten daarom meer moeite doen om zichtbaar te zijn als voorbeeldfiguur, zich vaker en explicieter uitlaten over integriteit en actiever leiding geven aan het integriteitsbeleid. Met andere woorden: de leiding van een bedrijf of organisatie  moet dus wanneer het om integriteit gaat zowel de juiste toon aanslaan als het in eigen gedrag laten zien.

Ziedaar de belangrijkste conclusies uit het onderzoek Tonen van de Top dat dr. Leonie Heres (Radboud Universiteit en Universiteit Utrecht) in opdracht van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) heeft uitgevoerd. Leonie Heres: ‘Vaak denken topambtenaren dat ze door hun persoonlijke integriteit vanzelf al het goede voorbeeld geven. Maar daarmee overschatten ze hun eigen zichtbaarheid en hoe hun gedrag overkomt op medewerkers. De beeldvorming over het moreel leiderschap aan de top wordt door veel factoren beïnvloed en is eerder negatief dan positief. Zo leidt alle media-aandacht voor integriteits- schendingen, zoals bij de Teeven-deal, regelmatig tot het beeld dat ‘de top’ als geheel niet integer is. Topmanagers staan daarmee op voorhand 2-0 achter. Waar medewerkers een gebrek aan ethisch leiderschap ervaren is dat dus meestal niet een kwestie van kwade wil, maar eerder het gevolg van verkeerde beeldvorming en een misvatting bij topambtenaren over de meest effectieve management- strategie…’

Voorbeeldgedrag is een essentieel onderdeel van effectief ethisch leiderschap, zo onderschrijven ook de topambtenaren in het onderzoek. Maar verkeerde beeldvorming of een onbedoelde misstap zit in een klein hoekje. Het rapport geeft dan ook tal van aanbevelingen, waaronder:

  • zorg voor kritische tegenspraak in je directe omgeving en organiseer dat nadrukkelijk
  • laat je expliciet toetsen op blinde vlekken in je ethisch leiderschap
  • deel proactief je morele overwegingen èn inschattingsfouten met je medewerkers
  • wijk alleen in zeer uitzonderlijke situaties af van de regels en normen en licht uit eigen beweging toe waarom dat noodzakelijk was
  • organiseer juist in tijden van drukte of reorganisatie zinvolle interactie met je medewerkers
  • sta zo nu en dan stil bij de symboliek van materiële zaken zoals de grootte van de auto of van het gebouw, de omvang van de bedrijfsfeesten enz.

Het gesprek over integriteit is belangrijk genoeg om het in te bedden in de dagelijkse werkprocessen, zonder dat er integriteitmoeheid of integritisme optreedt.

  • bespreekbaarheid van morele dilemma’s en integriteitskwesties is gebaat bij verdere normalisering van het gesprek over integriteit, naast efficiency enz.
  • neem een open houding aan bij integriteitskwesties, maar hoed je voor ‘moraalridderschap’
  • maak een gedegen risico-analyse in de eigen organisatie en maak gebruik van casuïstiek en incidenten bij andere organisaties om de communicatie proactiever in te zetten
  • Leg daarbij meer nadruk op integer ‘handelen’ dan op ‘integer’ zijn

Optreden tegen schendingen is onontbeerlijk als het gaat om handhaven en bekrachtigen van integriteitsnormen. Daarbij zijn twee aspecten van vitaal belang: a. zorgvuldigheid van onderzoek, waarbij de straf proportioneel is en b. openheid en zichtbaarheid van het proces binnen de organisatie. Daarbij is het van belang om weerstand te bieden aan de druk van buiten om disproportioneel te straffen en eerlijk te bezien of medewerkers een tweede kans zouden moeten krijgen om het gedrag te verbeteren.

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:
Het rapport Tonen van de Top, de rol van ambtenaren in het integriteits- beleid behelst dus primair de positie van topambtenaren, maar de resultaten zijn moeiteloos overdraagbaar op grote organisaties en bedrijven. Het levert een waardevolle bijdrage aan de vraag hoe de leiding van bedrijven en besturen van organisaties op een organische en effectieve manier het begrip integriteit in de bedrijfsvoering kunnen integreren. Daarbij speelt de top van de organisatie een cruciale rol. Integriteit speelt in deze tijd een dubbelzinnige rol. Enerzijds is het begrip in korte tijd volstrekt ingeburgerd en geaccepteerd geraakt, anderzijds ervaart men het als een fenomeen met zoveel haken en ogen dat men er meestal alleen in algemene (en dierbare) termen over spreekt, maar er ook om heen loopt zodra het handen en voeten moet krijgen. Dat laatste zorgt ervoor dat men over integriteit en de implicaties ervan pas gaat nadenken en discussiëren wanneer er op dat gebied zich een incident of calamiteit voordoet. Daarom is het lovenswaardig dat het rapport zozeer de nadruk legt op pro-actief optreden en organiseren. Ook het advies om de nadruk te leggen op integer ‘handelen’ en niet op wie integer ‘is’, voorkomt een hoop onnodige conflicten waarbij men elkaar de morele maat neemt. Met alle aandacht en nadruk die de laatste jaren (terecht) wordt gelegd op integriteit en transparantie, moeten we één ding niet vergeten. De incidenten en soms schandalen die op dit gebied in de publiciteit komen, mogen niet verhinderen dat het hier nog altijd om losstaande calamiteiten gaat. Transparency International, een internationale non-profitorganisatie die corruptie wereldwijd onderzoekt en in kaart brengt, plaatst de omvang van fraude en corruptie in Nederland in perspectief. Van de ruim 180 landen in de wereld die op de Corruptie-Index een plaats hebben, staat Nederland de laatste tien jaar in de top tien en over 2015 zelfs op de vijfde plaats. Slechts drie Scandinavische landen en Nieuw-Zeeland scoren gunstiger op het gebied van corruptie.

Dat impliceert dat organisaties veel meer ontspannen met integriteit en transparantie om zouden moeten gaan, zoals ook het rapport bepleit. Terecht stelt Tonen van de Top: Als we ethisch leiderschap willen versterken dat zal het antwoord gezocht moeten worden in zowel het bewustzijn en handelen van topambtenaren zelf (en van bestuurders van organisaties en bedrijven, JdH), als in de maatschappelijke, institutionele en organisatorische context waarin zij opereren.

Het rapport ‘Tonen van de Top’ is te downloaden via: http://www.uu.nl/nieuws/topambtenaren-overschatten-eigen-ethisch-leiderschap

Corruptie Rotterdamse haven is sleutel tot drugsinstroom

Opnieuw is de Rotterdamse haven ernstig in verlegenheid gebracht door een corruptieschandaal. Een medewerker van een overslagbedrijf is vorige week opgepakt omdat hij wordt verdacht van betrokkenheid bij de smokkel van 363 kilo cocaïne. Het is al lang geen uitzondering meer, dit jaar werden al drie personen op sleutelposities in de haven opgepakt. Woensdagavond viel een arrestatie-eenheid het kantoor binnen van een 43-jarige man uit Rozenburg, terwijl hij achter zijn computer zat. De politie kon zo precies zien met welke containers hij bezig was, want de man had vanwege zijn functie informatie over de locatie van containers met drugs. Vermoedelijk is hij betrokken bij grootschalige handel.

Keer op keer duiken ernstige lekken op in de haven van Rotterdam. Eerder dit jaar werden medewerkers van een containeropslag samen met een ladingsinspecteur gepakt voor smokkel. Daarnaast zijn er enkele tientallen ‘uithalers’ gepakt: mannen die, soms met valse passen, het terrein op sluipen om cocaïne uit containers te halen. Door de 100-procentscontrole op lijnvluchten van Suriname en de Antillen naar Schiphol is het belang van de Rotterdamse haven voor cocaïne-smokkelaars de laatste jaren toegenomen. Jaarlijks wordt er in Nederland zo’n dertig ton cocaïne ingevoerd, waarvan tweederde via de haven. Naar schatting komt een kwart van de in West- en CentraalEuropa geconsumeerde cocaïne binnen via de haven van Rotterdam.

“Voor de douane is het als zoeken naar een naald in een hooiberg”, aldus Damian Zaitch. Hij is sinds 2009 verbonden aan de Universiteit van Utrecht en gepromoveerd op de cocaïnesmokkel van Colombia naar Nederland. “Dat zoeken gebeurt vooral met het opstellen van een risico-analyse, bijvoorbeeld op basis van de herkomst van een schip, het soort goederen dat wordt vervoerd of de reputatie van een reder. Vervolgens worden er steekproefsgewijs containers gescand – een minieme fractie van het importvolume”.

De sleutel tot het ‘succes’ van de smokkelaars vormt het haven-personeel. Voor hen kan het aanlokkelijk zijn om te helpen bij het aan wal brengen van drugs. Met het uitlenen van een toegangspas tot het terrein waar de containers staan kan grof geld verdiend worden. “Die pasjes worden voor vijfduizend tot achtduizend euro per dag tijdelijk overhandigd. Werknemers van containerterminals lenen hun pasjes uit als ze zelf niet aan het werk zijn. Na de ‘rip-off’ krijgen ze hun pasje weer terug”, aldus Zaitch. Wie eenmaal zijn pas heeft uitgeleend of op een andere manier heeft meegewerkt, zit vast in de klauwen van een criminele organisatie: je bent chantabel geworden. Om werknemers op de risico’s te wijzen, werken bedrijven en opsporings-diensten met elkaar samen in het project ‘Veilige Haven’. Het programma richt zich niet alleen op technische voorzieningen, maar ook op het vergroten van de bewustwording bij werknemers van alle bedrijven die werkzaam zijn in het havengebied. Bedrijven trekken aan de bel als personeel vaak buiten de diensturen op de terminal is. Toch blijft het onderscheppen van drugs moeilijk. Zo kan slechts een fractie van alle combinatie van alle containers in de haven worden gescand. Dat heeft te maken met de ernstige onderbezetting in het havengebied, zoals een medewerker tegenover EenVandaag (AVRO/TROS) vertelde. Het haven-gebied is te groot om te bewaken met het beperkte personeel van zeven bewakers. “We doen het hele haven-gebied met zijn zevenen, puur in de nacht. Een gebied van meer dan 50 kilometer lang, aan beide zijden van de Maas. Dat is niet te doen”, aldus de medewerker.

Het is wel de bedoeling om honderden camera’s te plaatsen in het havengebied, maar er is meer nodig om de integriteit te verhogen. Er zou grootschalig onderzoek naar corruptie moeten worden ingesteld, opsporing moet worden uitgebreid, de informatie moet op orde worden gebracht en er moeten garanties komen voor een betere bestrijding van georganiseerde misdaad, zoals ondermijning. De veroordeling tot 14 jaar gevangenisstraf van Gerrit G. die tussen 2013 en 2015 containers doorliet in de haven is meer symbolisch dan dat er op grote schaal schoon schip wordt gemaakt. Het is voor de douane in ieder van het hoogste belang te werken aan het verbeteren van de integriteit van haar personeel. Door de positie van Nederland als hét drugsdoorvoer- en productieland van Europa is de haven van Rotterdam – een van de grootste overslagpunten ter wereld en de grootste haven van Europa – een hele kwetsbare in- en uitgang voor corrupte praktijken. Uit de grootschalige drugssmokkel en wijdverbreide corruptie in de haven blijkt dat de zwakke schakel in het hele traject de mensen zijn die er werken, waar criminelen met veel geld dankbaar gebruik van maken. De crux zit dus bij de medewerkers. Hoe gedegen de beveiliging en opsporing ook is, omkoping en corruptie blijven criminelen toegang en uitgang geven op het haventerrein.

 Job de Haan, redacteur Integriteit.nl

De Nationale Politie moet ‘ad fundum’

Niet alleen op St.-Maarten raasde er de afgelopen tijd een orkaan, ook de negatieve berichten over de Nationale Politie zorgden voor code rood. Het begon met het rapport van de commissie-Ruys over het geld-schandaal van de Centrale Ondernemingsraad. Toen kwam onderzoeksbureau Motivaction met de mededeling dat het imago van de politie zo slecht is dat jongeren er niet meer willen werken. Vervolgens brachten de vakbonden naar buiten dat de corpsleiding slecht voor zieke agenten zorgt. En als klap op de vuurpijl was daar het WODC, het kenniscentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie, met de constatering dat de screening van agenten onder de maat is, corruptie daardoor regelmatig voorkomt en agenten met een migratie-achtergrond daarbij relatief hoger scoren. En deze orkaan gaat voorlopig niet liggen. Volgens korpschef Erik Akerboom in NRC-Handelsblad gaan er nog veel meer “nare dingen” naar buiten, want er lopen nog zo’n honderd onderzoeken naar wat er misgaat bij de politie. Met andere woorden: de gifbeker is nog lang niet leeg, deze moet tot op de bodem worden leeggedronken. Volgens Akerboom komt alle (terechte) kritiek op de politie neer op één van zijn belangrijkste thema’s: integriteit of liever, het gebrek daaraan.

De Commissie-Ruys oordeelde hard over de politiecultuur, waarin geldsmijterij jarenlang op grote schaal kon plaatsvinden zonder dat dit werd gecorrigeerd. De korpsleiding, met name ex-korpschef Gerard Bouman, zag het gebeuren, maar greep niet in. Maar ook onderling zag men van alles door de vingers. Een van de pijnlijkste constateringen van het rapport-Ruys is dat “collega’s aanspreken over norm overschrijdend gedrag slecht ontwikkeld is bij de politie”. Daarom worden er sinds enkele maanden op de Politieacademie met 800 leiding-gevenden gesprekken gevoerd over omgangsvormen en integriteit. Niet dat dit genoeg is, aldus Akerboom, maar het is een noodzakelijk begin: men moet met elkaar het gesprek aangaan. Of, zoals hij eerder dit jaar in een interview zei: “Integriteit is meer dan je houden aan de wet. Het gaat ook over zorgvuldig omgaan met informatie, bevoegdheden en gemeenschapsgeld en het gaat over omgangsvormen. Je moet verantwoordelijkheid kunnen en willen afleggen over je doen en laten.” Volgens Akerboom ligt het probleem o.a. bij een verkeerd begrepen loyaliteit binnen de politie: “Loyaliteit is juist dat je een ander behoedt voor het maken van een integriteitsfout”.
Ook NRC-columnist Bas Heijne wees een half jaar geleden op de werking van groepsloyaliteit, toen hij het begrip ‘moraal’ onder de loep nam naar aanleiding van oud-VVD-voorzitter Henry Keizer die in opspraak kwam toen bleek dat hij een miljoenenbedrijf aan zichzelf had verkocht voor een habbekrats. Heijne: “Het is goed mogelijk: voor veel mensen – of misschien moet ik zeggen: mannen – heeft moraal niets te maken met de eigen mores. Je doet iets omdat de mensen in je omgeving, de mensen waar je je aan spiegelt, ook zo doen. Dat is wat Hannah Arendt eigenlijk bedoelde, stelt filosoof Bettina Stangneth in haar polemische essay Het kwade denken, met haar omstreden frase „de banaliteit van het kwaad”. Bepalen wat je goed en juist vindt, leg je in handen van de groep, een „wij”, zodat je zelf niet meer hoeft te wikken en wegen. Dat kan om grote of kleine zaken gaan. Zodra je je gedekt weet, is het goed. Het gaat niet langer om wat goed is in algemene zin – het gaat om wat goed voor jou en de jouwen is. Moraal is immers koud en abstract, je omgeving is warm en concreet. Veel mensen zouden precies hetzelfde gedaan hebben, het was gewoon „een goede deal”, aldus Heijne.
Een andere stem is die van de management- en organisatieadviseur Rijk Binnekamp: “De kern van integriteit zit in intrinsieke betrouwbaarheid. Intrinsieke betrouwbaarheid komt voort uit je waarden. Waarden zijn je idealen, je streefdoelen. Het zijn je innerlijke overtuigingen die in je gedrag zichtbaar worden. Elke waarde vormt een richtsnoer voor je denken en handelen. Je waarden zijn als een kompas. Een kompas geeft je richting en houd je op koers tijdens het reizen. Je waarden hebben dezelfde functie. Je gebruikt ze om te bepalen welke richting je op wilt met je leven. Integriteit is niet eenvoudig te vangen in regels, want het gaat verder dan het eenvoudigweg naleven van regels. Het hangt ook samen met de omstandigheden. Niemand raakt onmiddellijk van de leg als een 45-jarige man dronken door het uitgaansgebied loopt. Het wordt anders wanneer deze man de burgemeester blijkt te zijn” aldus Binnekamp.
Zo is het ook met het zonnekoning gedrag van COR-voorzitter Frank Giltay: zolang hij de ruimte kreeg om met geld te smijten, zijn collega’s ervan profiteerden en zijn direct leiding-gevende hem niet op de vingers tikte, was zijn handelwijze gedekt en gesanctioneerd.
Opnieuw Binnekamp: “Integriteit is op twee manieren te benaderen, via een negatief en een positief integriteits-concept. De negatieve benadering is eenvoudigweg zwart-wit. Zolang er geen sprake is van fraude, diefstal, corruptie of ander crimineel gedrag is er niets aan de hand. Dit is de reactieve benadering waarbij er achteraf aangifte wordt gedaan als er wel strafbare feiten zijn gepleegd. De positieve is een meer proactieve benadering. Die gaat uit van professionaliteit en vertrouwen op basis van normen en waarden. En over welke waarden je belangrijk vindt zal je dan wel diepgaand nagedacht moeten hebben.” Tot zover Binnekamp.
Wat opvalt in de visies van zowel Akerboom, Heijne als Binnekamp is dat zij veel fiducie hebben in het individueel begeleiden en “opvoeden” van politie-agenten en hen onder en met elkaar te laten praten over de vraag hoe integriteit er in de praktijk uit zou kunnen en moeten zien. In twee kernbegrippen: sociale controle en mentaliteitsverandering. Maar de vraag is of het politiecorps het daarmee redt. In het laatst verschenen exemplaar van Justitiële Verkenningen, gewijd aan de politie, zet de externe consultant Walter Landman, na jaren onderzoek bij de politie, die benadering op losse schroeven. De schaalvergroting en concentratie bij de politie hebben gezorgd voor ‘anonimisering’ in de onderlinge relaties, schrijft hij. Men kent elkaar en dus ook elkaars kwaliteiten minder goed. De afstand tot de leiding is gegroeid. Het probleem is structureel – door de scheiding van functies, bijvoorbeeld tussen recherche en informatievoorziening, kost effectieve samenwerking veel meer moeite. Landman constateert ‘gevoelens van onmacht’, zowel bij het kader als op de werkvloer. Ook is er sprake van ‘onteigening’, ofwel minder betrokkenheid bij de organisatie, gevolgd door ‘fatalisme’ en ‘desinteresse’ op de werkvloer. Alles bijeen dringt de vraag zich op of de Nationale Politie een stap vooruit was. Of achteruit. Het begint op het laatste te lijken, aldus Landman.
Als dat de voedingsbodem is waarop een herwaardering van normen en waarden moet gaan ontstaan, een groeiend bewustzijn van wat integer handelen in de praktijk is en het kweken van een moraal waarbij men zijn collega wel aanspreekt op norm overschrijdend gedrag, dan is de bodem van de gifbeker nog lang niet in zicht.

Job de Haan, redacteur Integriteit.nl

Integriteit kent geen komkommertijd

De steen in de mediavijver was begin april een publicatie van het platform voor onderzoeks-journalistiek Follow the Money. Iedere dag, twee maanden lang, stond de hoofdpersoon in het licht van de schijnwerpers en groeide het schandaal rondom hem. Uiteindelijk bleek de druk te groot en tuimelde hij van zijn voetstuk: we hebben het over VVD-prominent en partij-voorzitter Henry Keizer. Uitgerekend ‘Mister integriteit’, zoals hij werd genoemd, struikelde over de beschuldiging dat hij in 2012 een uitvaartbedrijf voor een appel en een ei had overgenomen, geholpen door een paar partijgenoten die in de leiding van het bedrijf zaten, terwijl hijzelf ook nog eens met meerdere petten op tegenstrijdige belangen had gediend; de zijne voorop. Hoewel onderzoeken naar zijn handelen nog lopen, zag Keizer geen andere uitweg dan zijn functies in de VVD neer te leggen. De commotie verdween even snel als zij de kop op had gestoken en vervolgens werd het stil. Stil rond de persoon van Keizer maar allerminst rond het begrip ‘integriteit’. Wie in de traditioneel nieuwsluwe zomermaanden hiernaar op zoek gaat, zal verrast worden hoe integriteit inmiddels tot in de haarvaten van onze maatschappij is doorgedrongen.

Een inventarisatie van de periode begin juni tot half juli levert de volgende, rijke “oogst” op. Dat begint heel plaatselijk in Zaanstad waar elf ambtenaren bestraft werden voor niet-integer gedrag en drie van hen zelfs werden ontslagen vanwege strafbare feiten zoals verstrengeling van belangen. Niet alleen lokaal, ook onder CEO’s en bestuursvoorzitters blijkt het aantal ontslagen wereldwijd gestegen wegens niet-integer handelen. Bij de 2500 grootste beursgenoteerde onder-nemingen stijgt tussen 2012 en 2016 het percentage van 3,9% naar 5,3%, een stijging van ruim éénderde, zo blijkt uit een onderzoek van accountantsbedrijf PwC. Daarbij werden definities van onethisch gedrag gehanteerd, zoals fraude, omkoping, handel met voorkennis, milieurampen, seksuele intimidatie e.d. Vijf oorzaken worden daarbij genoemd waarom CEO’s in toenemende mate worden aangesproken op niet-integer handelen:
– het vertrouwen van het publiek is sinds de financiële crisis in 2008 afgenomen
– de massale kritiek is in tal van landen omgezet in wet- en regelgeving
– ondernemingen streven vaker naar groei in landen met grotere ethische risico’s
– digitale communicatie brengt ethisch wangedrag onweerlegbaar aan het licht
– financiële berichtgeving 24/7 zorgt razendsnel voor verspreiding van negatieve informatie

Op landelijk niveau werd de Nationale Politie opnieuw met een schandaal geconfronteerd, nu met de zogeheten ‘voetbalkaartjesaffaire’, mogelijk gesjoemel met kaartjes voor voetbal-wedstrijden en concerten. De unit Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) is hiernaar een omvangrijk integriteits-onderzoek gestart. Als klap op de vuurpijl hangt een Amsterdamse politiecommissaris vervolging wegens verduistering boven het hoofd. Dat komt dan bovenop de affaires met politiemensen op verschillende plekken in het land die vervolgd worden voor het lekken van informatie naar criminelen. En wat te denken van politiefunctionarissen die worden verdacht van het geven van een voorkeursbehandeling voor autobedrijven in ruil voor persoonlijk gewin, om nog maar te zwijgen van de voorzitter van de COR, de Centrale Ondernemingsraad die overal met geld smeet. Het onderzoek hiernaar is bijna klaar.
Integriteitszaken zijn ook bij sportkoepel NOC*NSF actueel geworden door de ophef rond het bestuurslid Camiel Eurlings die een schikking had getroffen met zijn ex-vriendin wegens mishandeling. Ook het nieuws over seksuele intimidatie en misbruik in de sport vormde de aanleiding voor aanscherping van aandacht voor integer gedrag.
Op bestuurlijk niveau is tevens het nodige gaande blijkens onderzoeken door provincies en gemeenten. De laatste jaren stijgt het aantal onder-zoeken naar integer handelen door provincies: in 2012 waren dat er acht, maar vorig jaar was dit al gestegen naar negentien. In die vijf jaar werden 66 onderzoeken uitgevoerd en werden 42 daadwerkelijke integriteits-schendingen geconstateerd, waarbij Noord-Holland met 21 onderzoeken koploper was. De integriteitskwesties die het vaakst onderzocht werden, draaien om fraude en corruptie (21) en belangenverstrengeling (18). Daarna volgen plichtsverzuim (9) en misbruik van provinciale middelen, zoals een OV-kaart van de werkgever (8). Wat opvalt is dat provincies de laatste jaren dit soort onderzoeken steeds vaker laten uitvoeren door externe bureaus, terwijl men dat daarvoor doorgaans in eigen beheer deed. Dat leverde het volgende plaatje op: aan de twintig externe onderzoeken gaven de provincies de afgelopen vijf jaar ruim 1,1 miljoen euro uit. De andere 46 werden intern uitgevoerd. De keuze tussen intern of (duur) extern hangt af van de aard van de schending. Zaken die politiek gevoelig liggen, worden over het algemeen uitbesteed om verwijten te voorkomen dat men bevooroordeeld is.
De toename van dit soort onderzoeken en de negatieve uitkomsten ervan, wekt de indruk dat bestuurders, ambtenaren en politici steeds minder integer gedrag vertonen. “Dat is slechts schijn”, aldus Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde aan de Vrije Universiteit. Hij wijst daarbij op de ‘integriteitsparadox’: hoe meer aandacht er is voor integriteit, des te meer onderzoeken volgen. Dat is het zichzelf versterkende effect van integriteitsonderzoek. Wat verder meespeelt is dat er overal steeds gedetailleerdere klokkenluiders-regelingen zijn gekomen waarbij ambtenaren misstanden anoniem kunnen melden.
Ten slotte laten ook gemeentebesturen vaker onderzoeken uitvoeren naar integriteitsschendingen, aldus prof. Hans van den Heuvel, em.-hoogleraar aan de VU in Amsterdam. Volgens hem gaat het dan vaak niet om feitelijke schendingen, maar om vermoedens die opgehelderd moeten worden: “Ook het gedrag van raadsleden wordt kritisch gevolgd en dat is een goede zaak”, aldus Van den Heuvel. “Gemeenten reageren tegenwoordig alerter op signalen uit de organisatie en de samenleving. De ene bestuurder pakt dat gemakkelijker op dan de andere, wat niet alleen te maken heeft met een goed ontwikkeld integriteits-gevoel, maar ook met lef, met ‘doorpakken’.

Tot zover een overzicht wat er op het gebied van integer handelen in de afgelopen anderhalve maand allemaal gepubliceerd werd. Integriteit is allang geen modeverschijnsel meer, zij is niet meer weg te denken uit onze samenleving van hoog tot laag, van groot tot klein, van schoonmaker tot CEO. Iedereen krijgt er ooit direct of indirect mee te maken en dat is pure winst.

Job de Haan, redacteur Integriteit.nl

Het OM zet zichzelf in de beklaagdenbank

Het persbericht van het Openbaar Ministerie (OM) bevatte slechts vijf zinnen, maar kon het explosieve karakter van de mededeling niet verhullen; of het was misschien juist een uiting ervan. Een week geleden bracht dat OM een ontucht- schandaal in eigen gelederen naar buiten met ‘een hoge leiding- gevende’ in de hoofdrol. En zoals dat gaat in onze mediacratie wordt al snel duidelijk dat het hier gaat om Mr. Vincent L., die nog geen jaar geleden is bevorderd tot plaats- vervangend hoofdofficier van het Functioneel Parket. Dat Parket is verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude. L. zou volgens de aanklacht tegen betaling seks hebben gehad met een minderjarige jongen. Daarom is tegen hem een straf- rechtelijk onderzoek gestart en hangende die procedure is en blijft hij geschorst totdat duidelijk is of hij wel of niet zal worden vervolgd. Overigens is hij inmiddels weer op vrije voeten omdat de kans op herhaling door de rechter-commissaris als nihil wordt beschouwd; maar hij blijft verdachte.

Het OM is door de zaak in grote verlegenheid gebracht omdat men daar de laatste jaren actief jacht maakt op mannen die betalen voor seks met minderjarigen. Zo eiste het OM hoge celstraffen in de zogeheten Valkenburgse zedenzaak uit januari 2015, waarin een 16-jarig meisje gedwongen werd tot seks met tientallen mannen. “Deze zaken moeten ook een preventieve werking hebben”, zo verklaarde advocaat-generaal Hans Pieters van het OM indertijd. Maar de aanhouding van zijn collega Vincent L. ruim twee jaar later steekt daarbij extra schril af.
Scheidend OM-topman Herman Bolhaar is geschokt over de arrestatie van zijn hoofdofficier: “De hele zaak ligt mij als een steen op de maag. Dit raakt direct aan onze professionaliteit en verantwoordelijkheid. Het Openbaar Ministerie en zeker de leidinggevenden behoren een voorbeeldfunctie vervullen. Zedenzaken zijn voor ons een speerpunt, zeker als er minder- jarigen bij betrokken zijn. We nemen deze kwestie zeer hoog op.” Ook collega’s bij het Functioneel Parker zijn zwaar aangeslagen door de verdenking van hun baas. Niemand had ook maar enig vermoeden dat deze ambitieuze jurist zich met dit soort zaken inliet. “Vincent had hier een glansrijke carrière in het verschiet. Ik snap niet dat hij dat allemaal op het spel heeft gezet”, aldus een collega. Maar er heerst ook boosheid op het kantoor aan het IJdok in Amsterdam, omdat hun baas mogelijk de organisatie met zijn gedrag heeft beschadigd. Die gevoeligheid voor dit onderwerp heeft ook alles te maken met het zogeheten Rolodex-onderzoek uit de jaren 1997-1998. Daarbij kwamen drie hoofdofficieren in beeld omdat zij mogelijk betaalde seks hadden gehad met minderjarige jongens. Die zaak is vooralsnog geseponeerd, maar tegen een bepaalde hoofdofficier is destijds wel rapport opgemaakt en geen van de drie hoofdofficieren werkt nu nog bij het OM.

Reactie Job de Haan Integriteit.nl: Hoe pijnlijk de kwestie ook is voor het OM, het is ook goed om de zaak in perspectief te zien. Men neme een organisatie waar circa vijfduizend mensen werken. Net als in ieder bedrijf worden hier grote en kleine fouten gemaakt. De meeste daarvan worden, net als elders, intern onderzocht en opgelost. Bij het Openbaar Ministerie is dat anders geregeld. Juist vanwege de belangrijke en gevoelige taak van dit overheidsorgaan is men sinds 2012 precies bij gaan houden wie van de medewerkers in de fout ging.
Deze meldingen worden gedaan in het kader van het OM-integriteitsbeleid dat erop gericht is de alertheid en meldings- bereidheid van OM’ers bij integriteits- kwesties te vergroten. Volgens de laatste rapportage, begin dit jaar, van het Bureau Integriteit OM, leverde dat in vier jaar tijd 137 meldingen op, waarbij in 117 gevallen een sanctie is opgelegd. In acht gevallen in drieënhalf jaar betrof dit officieren van justitie. De meeste medewerkers hebben een mondelinge dan wel schriftelijke berisping gekregen; die laatste kan een belemmering zijn bij het maken van promotie. Het gaat over medewerkers van hoog tot laag van officieren tot stagiaires en van lichte vergrijpen – het niet-registreren van vrije dagen – tot aanklagers die ernstig hun boekje te buiten gaan, zoals dronken op de zitting verschijnen. Die laatste categorie is de meest zorgwekkende als het gaat om de geloofwaardigheid van het OM. “Zij hebben een voorbeeldfunctie. Zij klagen mensen aan. Zij eisen straffen. Wanneer zijzelf de mist ingaan is dat echt heel vervelend”, aldus Kitty Nooy, hoofd van het Bureau Integriteit Openbaar Ministerie. Overigens wordt vervolging voor interne misstanden zelden ingesteld omdat er geen sprake is van een strafbaar feit, wel van verwijtbaar handelen. Tot zover het meer algemene beeld tot en met 2016. Maar met de aanhouding van plaatsvervangend hoofdofficier Vincent L. is er sprake van een overtreffende trap als het gaat om de ernst van het (zeden)delict. Men heeft immers al een dubieuze geschiedenis op dit punt en in de Valkenburgse zedenzaak is men al eens keihard opgetreden, met de rechtvaardiging dat van de hoge eisen preventieve werking zou uitgaan. Met de affaire Vincent L. staat de geloofwaardig- heid van het OM zelf op het spel. Daarom is het volkomen juist dat men hier direct openheid van zaken over heeft gegeven en hopelijk zelfs maar de schijn van een doofpot zal willen vermijden. Geen enkele organisatie, zeker niet van een dergelijke omvang, kan garanderen dat iedere werknemer zich gedraagt zoals het behoort, maar elk geval is er één en hoe ernstiger het vergrijp, des groter de schade. Het OM zal zich hard moeten inspannen om het geschonden vertrouwen te herstellen.

1238