Driemaal Balkenende, eenmaal Opstelten

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een externe consultant twee jaar lang een salaris betaald van 1,3 miljoen euro. Dat is driemaal de Balkenende-norm van € 228.599.=. Hij werd ingehuurd om de automatiseringsproblemen bij de Nationale Politie op te lossen. Deze gegevens zijn verstrekt na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur door NRC-Handelsblad.

De toenmalige problemen werden door minister Opstelten als zo urgent beschouwd, dat hij persoonlijk toestemming gaf om geen offertes bij andere consultants aan te vragen en de maximaal toegestane beloning ruimschoots te overschrijden. De consultant in kwestie was Jo van den Hanenberg van het Amsterdamse bureau BoerCroon. Hij werd in mei 2012 aangesteld samen met zijn BoerCroon-collega Pieter Cloo. Laatstgenoemde werkte van mei tot december 2012 en kreeg daar als interim-manager een salaris van € 400.000.=, zijnde ruim € 5.700.= per dag. Nu is het zo dat de Wet Normering Topinkomens eist dat een minister die een topfunctionaris hoger wil honoreren dan de maximale norm, dat alleen doet na goedkeuring van de ministerraad, waarna de beloning ook openbaar wordt gemaakt. In dit geval is dat niet gebeurd, aldus het ministerie in een reactie, omdat beide consultants in hun ogen geen ‘topfunctionaris’ in de zin der wet waren. Bij hun aanstelling was het de bedoeling dat Van den Hanenberg en Cloo maximaal zes maanden voor het ministerie zouden werken, maar Opstelten besliste anders. Hij verlengde het contract met de eerste diverse malen tot uiteindelijk twee jaar en Cloo benoemde hij na zeven maanden als secretaris-generaal op zijn departement. Ook hadden beide consultants de beschikking over een dienstauto met chauffeur. In het geval van Van den Hanenberg bedroegen de kosten daarvan over twee jaar: € 384.000.= oftewel € 16.000.= per maand.

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:
Begin 2012 dreigde het noodzakelijke samenvoegen van computersystemen bij de oprichting van de Nationale Politie op een groot en kostbaar fiasco uit te lopen. Terecht greep minister Ivo Opstelten direct en kordaat in. Dat hij daarbij de gebruikelijke procedures van inhuur en salarisnormering opzij zette is onder druk van de noodsituatie volstrekt verdedigbaar. Ook de Wet Normering Topinkomens staat een dergelijke handelwijze in uitzonderlijke gevallen toe onder de voorwaarde dat de ministerraad hiermee instemt en de afwijking openbaar wordt gemaakt. De vraag is nu of het ministerie en in het bijzonder minister Opstelten op dit punt in gebreke is gebleven en wettelijk voorgeschreven transparantie ten onrechte achterwege heeft gelaten. Wat valt Opstelten te verwijten? Niet dat hij één consultant voor circa  € 3.000.= per dag zijn werk liet doen. Een dergelijke beloning op zo’n cruciaal dossier is geheel marktconform, omdat het meestal om een korte periode gaat. Dat was ook bij Van de Hanenberg de bedoeling, maar zes maanden werden twee jaar. Dan is een totaalbedrag van 1,3 miljoen euro wel aan de (te) hoge kant. De andere consultant, Pieter Cloo, stopte na zes maanden met zijn interim werk en ontving daarvoor € 400.000.=, ruim € 5.700.= per dag. Ook dat is meer dan goed betaald. Toch, wanneer er zoveel op het spel staat dan wil je als verantwoordelijk minister de allerbeste mensen en de twee van BoerCroon stonden als zodanig bekend. Daar hangt dan wel een overeenkomstig financieel plaatje aan. En hier komt Opstelten op het terrein van de bestuurlijke verwijtbaarheid van handelen.

Immers, hij is niet alleen afgeweken van de Wet Normering Topinkomens maar heeft ook de uitzonderingsclausule in die wet genegeerd. Of het kabinet ooit met de afwijking heeft ingestemd is het geheim van de ministerraad, maar Opstelten is inzake de plicht tot openbaarmaking nadrukkelijk in gebreke gebleven. Het argument dat die plicht in dit geval niet aan de orde was omdat de twee consultants niet werden beoordeeld als ‘topfunctionaris’ kan geen steek houden. Ga maar na, de ene consultant kreeg een topsalaris gedurende een zodanige periode dat er geen sprake meer kon zijn van interim werk en de ander kreeg na een half jaar de hoogste ambtelijke baan op het ministerie. Dan moet daar ook nog bijgevoegd worden dat beiden de beschikking kregen over een auto met chauffeur. In het geval van Van den Hanenberg betreft het hier een totaal bedrag van € 400.000.= oftewel € 16.000.= per maand. Met dergelijke beloningen en secundaire arbeidsvoorwaarden spreek je wel degelijk over twee topfunctionarissen. Bovendien: als Pieter Cloo geen topfunctionaris zou zijn, hoe kan Opstelten hem dan op de hoogste ambtelijke positie hebben benoemd? Het lijkt er sterk op dat in dit geval politiek opportunisme het heeft gewonnen van de wettelijke afspraken die het huidige kabinet zelf heeft genomen teneinde de topsalarissen en de inhuur van externen sterk te versoberen. Of er hier sprake is van een wetsovertreding zal de rechter eventueel moeten uitmaken, of Opstelten hiermee politiek verwijtbaar gedrag heeft getoond is ter beoordeling aan het kabinet en de Tweede Kamer. En ten slotte is natuurlijk ook mogelijk dat Opstelten bij zichzelf te rade gaat en conclusies trekt.