‘Lokaal bestuur meer integer dan Den Haag’

Nederlanders hebben meer vertrouwen in de integriteit van het eigen gemeentebestuur dan van de regering. Niet alleen bleek bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen de populariteit van de lokale partijen opnieuw gestegen; 32,7% van de stemmen gingen naar de lijsten zonder landelijke binding, tegenover 27,6% bij de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar. Ook als het gaat om het vertrouwen in de integriteit van de overheid, krijgen de plaatselijke bestuurders en ambtenaren een hoger cijfer dan de Nederlandse regering: een 6,5 tegenover een 5,8. De grootste groep Nederlanders (44%) beoordeelt de integriteit van het lokale bestuur met het cijfer 6 tot 7. De regering wordt kritischer beoordeeld: één op de drie Nederlanders geeft haar het cijfer vijf of lager. Toch is het lokaal niet allemaal rozengeur en maneschijn: één op de zes (17%) beoordeelt de integriteit van de eigen bestuurders met een onvoldoende. Deze resultaten blijken uit een landelijk en representatief onderzoek van het onderzoeksbureau I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur en BNR Nieuwsradio.

Een interessante uitkomst van het onderzoek is het antwoord op de (open) vraag wat Nederlanders verstaan onder bestuurlijke integriteit. Dan komt als eerste de term ‘eerlijkheid’ naar boven. Op de tweede plaats het ‘vooropstellen van het belang van de burger’ tegenover het ‘niet handelen uit eigenbelang’ door ambtenaren en bestuurders. Hieronder vallen ook het vermijden van belangen-verstrengeling en vriendjespolitiek. Derde waarde die boven komt is ‘transparantie’ of het synoniem ‘openheid’. Als vierde genoemde elementen volgen ‘betrouwbaarheid’ en het ‘nakomen van afspraken’.
Als het gaat over de verdeling van de waardering van integriteit over de politieke partijen dan zijn de traditionele (bestuurders)partijen het meest positief; zij geven een ruime voldoende, waarbij de SGP er als hoogste uitspringt. De kiezers van partijen met een kortere parlementaire geschiedenis, zoals Partij voor de Dieren, PVV, 50Plus, Forum voor Democratie en DENK zijn negatief over de integriteit van het lokale bestuur en geven een onvoldoende. Het beeld dat Nederlanders hebben van integer gedrag is getoetst aan hand van twee praktijkvoorbeelden.
Casus 1: Mag de voorzitter van een voetbalclub die ook raadslid is, meestemmen over de uitbreiding van het voetbalveld? Een meerderheid (71%) vindt het niet acceptabel dat de voorzitter van de voetbalclub mee-stemt over de uitbreiding. Als het om de voormalig voorzitter gaat dan is nog steeds een kleine meerderheid (52%) tegen.
Casus 2: Mag een wethouder een besluit nemen over de locatie van een verslaafdenopvang dicht in de buurt van zijn of haar eigen woning? Dat mag hij niet vindt een meerderheid (55%) van de burgers. Eén derde (34%) vindt het overigens wel acceptabel.
Een essentieel onderdeel van bestuurlijke integriteit is de schijn van belangenverstrengeling. Maar over hoe dat in de praktijk eruit zou moeten zien verschillen de meningen. De meesten vinden dat wanneer een lokale politicus een persoonlijk belang heeft bij een besluit, hij/zij zich om die reden moet onthouden van stemming en het besluit aan anderen laten. Een andere groep vindt het juist van integriteit getuigen als de betreffende politicus transparant is over de mogelijke verstrengeling en vervolgens het algemeen belang boven het persoonlijk belang stelt bij besluitvorming. Je weet nu eenmaal als lokale politicus dat je op kleinschalig niveau al snel met strijdige belangen geconfronteerd gaat worden.
Ruim één derde van de Nederlanders is op de hoogte van integriteits-schendingen door bestuurders, raadsleden of ambtenaren van hun gemeente. Van die groep vindt 30% dat de media daar te weinig aandacht aan besteden, 27% vindt dat de media juist teveel de spotlight hierop richten en een opvallend groot percentage (42%) neemt een middenpositie in of weet het niet. De helft van de Nederlanders (50%) is trouwens van mening dat bestuurlijke integriteitsschendingen onvoldoende worden bestraft.
Vorige maand kwam minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken met het plan om kandidaat-wethouders, net als de burgemeester, te laten screenen door justitie, de Belastingdienst en de AIVD. Daarnaast zullen lokale bestuurders worden verplicht een Verklaring omtrent gedrag (VOG) te overleggen. Tevens moet er een integriteitstoets komen voor wethouders. Op grond van het onderzoek van I&O Research kunnen die voorstellen op brede steun rekenen: negen op de tien Nederlanders (89%) vinden dit een goed idee. Verder steunt een ruime meerderheid (77%) het voorstel om de burgemeester de mogelijkheid te geven om een raadslid of wethouder een disciplinaire maatregel op te leggen bij niet-integer gedrag.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Integriteit, of de blinde vlek van de VVD

“Er zijn wedstrijden die ik liever win”, aldus de inmiddels bekende laconieke houding van VVD-fractie-leider Klaas Dijkhoff als hij een lastige vraag krijgt. Hij reageerde op Twan Huys in College Tour, die hem de uitslag voorhield van de jaarlijkse Politieke Integriteits Index (PII), onder auspiciën van Vrij Nederland, de VU en de EUR. Daaruit blijkt dat de VVD voor het zesde opeen-volgende jaar de koppositie inneemt als het gaat om schandalen en affaires. De VVD kreeg vorig jaar te maken de meeste en de ernstigste integriteitskwesties, elf in totaal. Het CDA volgt met zes, de PvdA met vier en de overige landelijke partijen zijn opmerkelijk schoon. Om de score compleet te maken: Lokale partijen leverden in 2017 bij elkaar vijftien affaires op. Bij elkaar een totaal van 39 integriteitskwesties, begaan door 35 mannen en vier vrouwen. Dat zijn er minder dan de 47 affaires van 2016 en nog lager dan het gemiddelde van 55 over de voorgaande 34 jaar. Een gunstige daling hoewel het volgens de onderzoekers te vroeg is om van een trend te spreken omdat er daarvoor nog te kort gemeten wordt.

Terug naar de VVD. Gemeten over de volle lengte van de beschikbare database (vanaf 1980) neemt de VVD met 118 van de 505 politici in opspraak eveneens de eerste plaats in. De partij heeft ook verreweg de meeste leden met een strafblad. VVD’ers kwamen decennialang nauwelijks in aanraking met het strafrecht, maar sinds het aantreden van Mark Rutte in 2007 liepen maar liefst 25 VVD’ers tegen een strafblad aan – van wie drie in 2017. Ter vergelijking: tussen 2007 en 2017 waren dat er zeven bij de PvdA, drie bij D66 en CDA en twee bij de PVV.
De meest gegeven reactie vanuit de VVD op de hoge score aan schandalen de afgelopen jaren is dat zij door haar omvang extra kwetsbaar is. Maar onderzoeker en VU-hoogleraar bestuurskunde Leo Huberts verklaart dat die redenering is achterhaald: “Het argument van oververtegenwoordiging in het bestuur door de VVD als grootste partij geldt niet meer, want die achter-stand hebben de andere partijen inmiddels ingelopen”. Dat maakt dus vraag des te urgenter: waarom is de VVD zo affairegevoelig en dat al voor een reeks van jaren? Die vraag werd ook aan Dijkhoff gesteld in College Tour. “Ik zie tussen de verschillende kwesties meer verschillen dan overeenkomsten. Ik zie geen patroon dat het komt door de partij”, aldus Dijkhoff. Of het intern met elkaar is afgestemd is publiekelijk onbekend, maar ook de nieuwe voorzitter van de VVD gaf in soortgelijke bewoordingen haar commentaar. In EenVandaag was haar analyse van de meest recente PII: “Ik weet niet of er structureel iets mis is. Ieder incident staat op zich, ik zie geen rode draad”. En premier Rutte wekt eveneens niet de indruk zich zorgen te maken over de hardnekkige koppositie van zijn partij bij schan-dalen. Zijn gedrag vertoont wel een opmerkelijke constante, zonder dat er een oorzakelijk verband hoeft te worden gelegd. Zijn primaire reactie op een partijgenoot die in de problemen komt is namelijk steeds: niets aan de hand, komt goed, storm in een glas water enz. Voorbeelden: Staats-secretaris Frans Weekers krijgt felle kritiek op zijn functioneren, Rutte: “Hem vertrouw ik totaal”, kort daarna: Weekers legt ambt neer. Kamerlid Marc Verheijen en dubieuze declaraties, Rutte: “Verhaal is erg opgeblazen”. Vlak daarna: Verheijen stapt op. Ivo Opstelten onder vuur, Rutte: “Hij heeft echt een goed verhaal”. Opstelten treedt af. Fred Teeven en de bonnetjes-affaire, Rutte: “Mensen als Teeven heeft dit land echt verschrikkelijk nodig”. Teeven vertrekt toch. Ard van der Steur over de Teevendeal, Rutte: “Functioneren Van der Steur is niet aan de orde”. Van der Steur moet opstappen. En: Henry ‘Mister Integriteit’ Keizer, VVD-voorzitter beschuldigd van zelf-verrijking, Rutte: “Keizer is zeker integer”. Exit Keizer. Halbe Zijlstra met zijn leugen over Poetin en de datsja, Rutte: “Geen doodzonde en de inhoud staat niet ter discussie”. Zijlstra ziet zich gedwongen op te stappen. Het lijkt erop dat bij premier Rutte de loyaliteit naar partijgenoten boven alles verheven is; ook boven het afwachten van het resultaat van zorgvuldig onderzoek.
Alles bij elkaar wordt de indruk steeds sterker dat integriteit voor de VVD een blinde vlek is. En daar treedt een paradox op. Immers, in de praktijk heeft de partij integriteit intern als speerpunt gekozen. Prof. Leo Huberts: “Men heeft het op de agenda gezet, trainingen aangeboden, verklaringen omtrent gedrag geëist, regels gesteld en aangescherpt, er is een speciale commissie ingesteld waar meldingen kunnen worden gedaan enz. Maar een visie op de integriteit van de politiek en het bestuur die ook terugkomt in een verkiezingsprogramma, zie ik niet terug”. Tekenend is het regeerakkoord van het huidige kabinet. Zeven maanden heeft men daarover vergaderd, daaruit rolde een regeer-akkoord van zeventig pagina’s maar op slechts één plek komt het woord integriteit voor en dan ook nog in het kader van koninkrijksrelaties.
De nieuwe VVD-partijvoorzitter, Christianne van der Wal, wil vaker discussiëren over integriteitskwesties om het bewustzijn binnen de partij te vergroten. Ze wil ook dat VVD’ers kritischer op elkaar worden. Daarmee, zo concludeert Vrij Nederland-redacteur Bart de Koning, heeft ze de kern van het probleem te pakken: de rode draad in alle grote schandalen die de VVD de afgelopen jaren hebben getroffen, is het onderling en informeel zaken willen regelen. Maar voor een gezonde, liberale en integere democratie is tegenspraak essentieel.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Fraude, diefstal, trucs: gemeenten maken er werk van

Gemeenten onderzoeken steeds vaker en intensiever de integriteit van hun ambtenarenkorps. De afgelopen vijf jaar hebben de 25 grootste gemeenten in Nederland in totaal meldingen van 1.902 integriteitsschendingen onder de loep genomen. In 1.089 gevallen – dat is 57% – werd een overtreding geconstateerd, in 645 gevallen overtraden ambtenaren en bestuurders geen integriteitsregels en in 168 gevallen is de uitslag onbekend: onderzoeken lopen nog of de dader is onbekend. Rotterdam blijkt overigens ruimschoots de strengste gemeente, zo blijkt uit onderzoek door NRC-Handelsblad. Dat onderzoek kwam er na een beroep van de krant op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waarbij men gemeenten om cijfers vroeg die inzicht verschaffen in de gevolgen van het integriteitsbeleid over de periode 2012-2016. Klik hier voor alle onderzoeken en de gemeente naar uw keuze.
In Rotterdam legde men tussen 2012 en 2016 aan ambtenaren die de integriteitsregels overtraden, 95 keer strafontslag op, waarvan twintigmaal voorwaardelijk. Amsterdam volgt op afstand met 48 onvoorwaardelijke strafontslagen en Den Haag staat derde met twintig strafontslagen, waarvan één onvoorwaardelijk. Een belangrijke trend is dat tussen 2013 en 2015 een stijging valt te constateren in het aantal integriteitsonderzoeken dat de gemeenten lieten uitvoeren: van 339 naar 432. Voor 2016 lag dit cijfer net onder het niveau van het jaar daarvoor: 419. Een kwart van het totaalaantal onderzochte schendingen (482) betreft fraude, zoals het gesjoemel met declaraties van reiskosten en eetbonnen. Ook komt vaak voor dat ambtenaren geld en spullen achteroverdrukken.
Neem een sprekend voorbeeld uit Rotterdam. Daar is de gemeente het eind juni 2013 beu. Opnieuw zijn er signalen van diefstal op gemeentelijke milieuparken. Medewerkers blijken op grote schaal goederen mee te nemen die bestemd zijn voor bijvoorbeeld Piekfijn, een winkelketen in tweede-handsspullen. En dat ondanks maatregelen die na soortgelijke problemen in 2008 zijn genomen. Om de daders te betrappen worden filmpjes van beveiligingscamera’s bij de parken Hillegersberg-Schiebroek en IJsselmonde teruggespoeld. Het is vrijwel meteen raak: de beelden laten zien hoe vijf gemeentemedewerkers en een leidinggevende boeken, radio’s, een beeldscherm, een computer, een toetsenbord, kleding, kinderspeelgoed, een rollator en onkruidspuit in hun auto’s laden. Ook worden spullen klaargezet die anderen later mee-nemen. Geconfronteerd met de beelden is er voor de ambtenaren geen ontsnappen aan: ze bekennen allemaal. Hun verweer: de regels waren onduidelijk. Ze wisten dat fooien aannemen taboe was, net als handel in afgegeven goederen, maar nergens stond dat ze de spullen niet voor eigen gebruik mochten reserveren. Boven-dien deden chefs vrolijk mee: zo was de bedrijfscultuur nou eenmaal. De leidinggevende stond niet op camerabeelden, maar wordt aangewezen door de rest. Ook hij bekent.
Zes ambtenaren krijgen strafontslag, een maatregel die na lang procederen voor iedereen wordt omgezet in een voorwaardelijke straf. Eind januari 2018 krijgen de laatste twee van de Centrale Raad van Beroep te horen dat ze weer aan de slag kunnen. Ze hebben dan bijna vijf jaar thuisgezeten.

De voorbeelden uit het onderzoek laten een breed scala van schendingen zien. Zo neemt in Leiden een ambtenaar een afgegeven kettinkje mee naar huis, wat een schriftelijke berisping oplevert. Een collega steelt een portemonnee en krijgt straf-ontslag. Ook worden goederen gestolen in Haarlemmermeer (iPhones en iPads), Rotterdam (geld), Groningen (afvalbakken), Maastricht (computer), Zoetermeer, Eindhoven, Utrecht (kasgeld) en Den Bosch – uit het gemeentelijk magazijn of bij collega’s. De inventarisatie levert een bonte verzameling fraudecuriosa op. Zo zet Leiden een teamleider twee schalen terug in beloning nadat hij op zijn werk is verschenen met een verzameling nephorloges die hij aan zijn mede-werkers probeert te verkopen. In Amsterdam verzint een ambtenaar een truc als hij een zeer gewenste vrije dag niet mag opnemen: met Photoshop zet hij zelf een rouwadvertentie in elkaar, in de hoop zo zijn leidinggevende te overtuigen. De betreurde ‘dode’ is een nog levend familielid. Als de ambtenaar wordt betrapt, volgt een berisping met vermindering van vakantiedagen.
Na fraude zijn de meest onderzochte kwesties: misbruik van gemeentelijke middelen (203 keer), ongepast gedrag op de werkvloer (197) en belangen-verstrengeling (193). Ook opvallend is dat in ten minste dertien gevallen een ambtenaar schuldig wordt bevonden aan seksueel grensoverschrijdend gedrag: van sensuele toespelingen tot aanranding. Doordat niet alle gemeenten expliciet zijn in hun antwoorden, ligt dit aantal mogelijk hoger. Agressie en intimidatie op de werkvloer werden 68 keer onderzocht.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Vier jaar trammelant in wethoudersland

Liefst één op de vijf wethouders in Nederland heeft de afgelopen raadsperiode het pluche onvrijwillig en voortijdig vaarwel moeten zeggen. In absolute aantallen: 285 van de 1449 moesten aftreden. In dit verband is van belang dat in de complete collegeperiode 28 wethouders vielen vanwege niet integer gedrag. Dat blijkt uit analyse van de resultaten van o.a. het wethoudersonderzoek 2017 dat ieder jaar wordt gehouden door de College Tafel. De lijst van gevallen wethouders wordt jaarlijks gepubliceerd in Binnenlands Bestuur.
Hoewel de (politieke) situatie van gemeente tot gemeente verschilt en dus altijd specifieke kenmerken heeft, zijn er grofweg wel overeenkomsten te constateren als oorzaak van het gedwongen aftreden van een wethouder. In verreweg de meeste gevallen is ruzie in de coalitie van B&W de oorzaak. Denk daarbij dan aan conflicten over grote projecten zoals een zwembad, een filmhuis of een schouwburg. Verder is de gemeentebegroting altijd een bron van onenigheid. Ook de zondagsopenstelling van winkels kan nog steeds tot politieke brokken leiden. In colleges waar wethouders namens de ChristenUnie, de SGP of een combinatie van die twee partijen in het college plaatsnamen, leidde deze gevoelige kwestie zeker vier keer tot een onherstelbare scheur in het college. In Woerden viel zelfs twee keer een wethouder over de koopzondag.

Goede – of liever slechte – tweede algemene oorzaak is de groep wethouders die weg moest omdat hun bestuurlijke integriteit in het geding kwam door bijvoorbeeld belangenverstrengeling. Anderen vertoonden onbeleefd, oncollegiaal, of onbetamelijk gedrag en konden hun biezen pakken. Daarbij vallen vooral de wethouders op die seksueel overschrijdend gedrag aan de dag legden. Zo moest een PvdA-wethouder in Hoogezand-Sappemeer opstappen omdat hij verzeild was geraakt in chatcontact met een meisje dat zich voordeed als 14-jarige. Toen de chats een seksuele lading kregen en de wethouder daarin meeging, bleek het om een chantagepoging te gaan.
Hier is het de moeite waard om in te zoomen op de incidenten waarbij de bestuurlijke integriteit in het geding was en tot de val van de wethouder leidde. Zoals gezegd betreft het hier 28 wethouders die voortijdig weg moesten. Wat allereerst opvalt is dat een flink aantal bestuurders van lokale partijen (9) en de VVD (5) hun wethoudersambt neerlegden omdat ze in opspraak waren geraakt. Niet dat ze allemaal iets strafbaars hadden gedaan, maar hun handelen leek of was wel degelijk laakbaar, al was het ene vergrijp ernstiger dan het andere. Zo bleek Jan Backbier van het Albrandswaardse OPA, loslippig om te gaan met vertrouwelijke informatie. Hij deelde zijn kennis over de plek waar asielzoekers zouden worden opgevangen voortijdig met inwoners. En in Zuidplas deed VVD-wethouder Joke Vroegop hetzelfde met haar partner over de nieuwbouw van het gemeentehuis. Een andere bekende oorzaak is het niet melden van zaken uit het verleden die van invloed (zouden kunnen) zijn op iemands functioneren. Dat was het geval bij Ewout Cassee van D66 in Haarlem, die in opspraak kwam nadat bleek dat hij ten onrechte had verzwegen dat hij als ondernemer ooit was veroordeeld wegens wanbeleid. Of neem VVD-bestuurder Eugene Glimmerveen uit Meerssen, van wie bekend werd dat hij – uit de tijd dat hij nog raadslid was – aan een baan had proberen te komen via contacten bij de gemeente. Volgens de integriteitsregels is dat verboden.
Andere keren was er sprake van belangenverstrengeling, of op zijn minst de schijn daarvan. Zo was Bob Duindam (D66) van Woerden betrokken bij de oprichting van twee bedrijven die dezelfde software maken als die de gemeente Woerden gebruikt. In Zandvoort ging Michel Demmers van Gemeentebelangen over de schreef door intensief te mailen met een projectontwikkelaar aan wie, niet veel later, de herontwikkeling van een terrein werd gegund. Daarbij verstrekte Demmers adviezen. “Dit gaat lijnrecht in tegen de gedragscode die wij als college hanteren. Dat kan gewoon niet”, aldus burgemeester Niek Meijer.
Het gebeurde ook wel dat wethouders dingen deden die opvallend genoeg in strijd waren met de regels van de gemeente waarvan ze zelf in het college van B&W zaten. Zo legde bijvoorbeeld in 2016 CDA-wethouder Erik Luiten uit Aalten zonder vergunning een mestbassin aan op een melkveebedrijf. En de Uitgeester VVD-wethouder Karel Mens bouwde een illegaal tuinhuisje voor zijn motor. De bestuurlijke perikelen in Brunssum waren niet alleen lokaal nieuws maar werden ook breed uitgemeten in de landelijke media. Daar stappen vorig jaar eerst vier wethouders op omdat de mogelijke herindeling met Heerlen en Landgraaf een onoplosbare splijtzwam blijkt te zijn. In het najaar komt er een nieuwe coalitie waarbij raadslid Jo Palmen wordt tot wethouder benoemd terwijl er nog een integriteitsonderzoek tegen hem loopt omdat hij een miljoen euro eist van de gemeente, vanwege een stuk grond. Burgemeester Luc Winants (CDA) stapt daarna op omdat hij als burgemeester die verantwoordelijk is voor integriteit, onvoldoende instrumenten in handen heeft om de benoeming van wethouder Palmen terug te draaien.
Ten slotte de rel die Maassluis in 2014 dagenlang in haar greep heeft gehouden. Centrale rol daarin speelde VVD-wethouder Huub Eitjes, die verantwoordelijk was voor de subsidie aan het theater van zijn broer Pim Eitjes. Directe aanleiding vormde het bericht in het AD Rotterdams Dagblad dat er 40.000 euro op de rekening van het bedrijf van Huub Eitjes was gestort. Een bedrag dat bestemd was voor zijn broer Pim, die zich als voorzitter van het plaatselijke Theater Koningshof tegen de afspraken in had laten uitbetalen voor management-werkzaamheden. Wethouder Eitjes verzuimde hierover het college te informeren. Dat de affaire geen invloed had op het gevoel voor humor van ex-wethouder Eitjes moge blijken uit de verklaring bij zijn aftreden: “Ik voel me als een ei met vogelgriep, zo snel mogelijk ruimen”. Inmiddels is Huub Eitjes weer politiek actief geworden. Hij maakte half 2017 de overstap van de VVD naar Maassluis Belang dat nu met twee leden in de raad zit. Eitjes staat als derde op de kieslijst en maakt dus mogelijk na 21 maart zijn come back.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

 

Een goede bestuurder is een duikelaar

Tien dagen geleden stonden de kranten nog vol van Camiel Eurlings; nu lijkt de ophef over hem alweer passé. Zie hier het gruwelijke lot van een publieke persoon: je doet er even heel erg toe, en dan opeens helemaal niet meer. Amai, blijf daar maar eens geestelijk gezond bij! Ik wil op deze plek nog even op Eurlings terugkomen. Niet om nog een steen te gooien naar een man die al met bebloede kop is neergezegen. Maar om beter te begrijpen wat er nu eigenlijk is gebeurd. Waarom moest Eurlings precies weg? Wat pikt het volk uiteindelijk niet van een openbaar bestuurder? De feiten zijn bekend: Eurlings sloeg zijn toenmalige vriendin, draaide daar lang omheen, en toen hij uiteindelijk met de billen bloot ging in NRC Handelsblad bleef de indruk hangen dat hij het vooral heel zielig vond voor zichzelf dat dit hem nu allemaal moest overkomen. Zijn publieke ‘biecht’ leek niet voort te komen uit de gevoelde innerlijke noodzaak om schoon schip te maken, maar uit de wens om zijn hachje te redden. En dat nemen we hem kennelijk enorm kwalijk. Met dat interview pleegde Eurlings zelfmoord als publiek personage, omdat hij zichzelf liet kennen als iemand die niet bijster integer is.

Je kunt je mond vol hebben over integriteit zonder duidelijk te maken wat je daarmee bedoelt. Zo iemand wil ik natuurlijk niet zijn. Maar het valt nog niet mee om te zeggen wat integriteit nu eigenlijk behelst. Etymologisch gezien verwijst het begrip naar gaafheid en heelheid; moreel vertaald zou je dus kunnen zeggen dat een integer mens ‘uit één stuk’ bestaat. Maar sinds Freud weten we dat mensen zo simpel niet zijn. Binnen in ons kakelen vele stemmen. Zo bezien is Eurlings zelfs een tikkeltje té integer. De interviewer van de NRC, sport-verslaggever Henk Stouwdam, noteerde dat de biecht van Eurlings ‘oprecht’ leek en ‘diep van binnen leek te komen’. Dat Stouwdam hier het sentimentele vocabulaire van de sportverslaggever gebruikt, maakt zijn observaties nog niet per se onwaar. Misschien geloofde Eurlings inderdaad oprecht in wat hij vertelde. Het zou me eigenlijk niet verbazen. Wie zichzelf nauwelijks observeert, stuit ook niet op innerlijke tegenstrijdigheden en problemen. En kan dus hartstochtelijk en oprecht geloven in een glad imago van zichzelf en zijn plek in de wereld. Oprechtheid en zelfingenomenheid gaan vaak opvallend goed samen. Als integriteit in de kern niet draait om eenduidigheid, noch om oprechtheid, om wat dan wel? Peinzend over die vraag zie ik opeens een duikelaartje voor me, zo’n speelgoedclown die na een oplawaai alle kanten uitschiet om uiteindelijk toch altijd weer rechtop te eindigen. Dat is lachen voor kleuters – en misschien ook hun eerste onder-richt in publieke moraal. Want goede politici, bestuurders of beslissers moeten een beetje een duikelaar zijn. Zij moeten flexibel meebuigen met wat de wereld brengt. Dat kan eruitzien als zwabberen, maar als zij echt goed zijn, blijven ze uiteindelijk altijd overeind. Niet omdat ze ‘mensen-uit-één-stuk’ zijn, maar omdat hun overtuigingen hen innerlijk gewicht en daarmee stabiliteit geven. Dat steeds weer terugveren naar een diep ingedaalde morele basishouding is wat je hoopt en verlangt van goede bestuurders. Zij staan immers voor de pittige taak om de toekomst vorm te geven. Zij zullen moeten laveren tussen gebeurtenissen die niemand had voorzien. Innerlijke zwaarte maakt hen dan toch betrouw-baar. Ik denk dat we dat bedoelen met integriteit: de kwaliteit om steeds terug te keren naar je eigen zwaartepunt. Angela Merkel is voor mij zo iemand. En Eurlings? Die is door het volk gewoon te licht bevonden. Het was te onduidelijk waaraan hij nu eigenlijk trouw is. Eurlings is vervlogen, verleden tijd. Maar de omgeving waarin hij kon gedijen bestaat nog volop. En dat maakt dat het nog steeds zin heeft om het over Eurlings te hebben. Bij de KLM viel hij als topman al snel door de mand. Je kunt zeggen wat je wilt van bedrijven, maar ze hebben meestal heel goed in de smiezen dat een diepgevoelde missie essentieel is voor je integriteit als onderneming. Datzelfde is niet te zeggen van het CDA. Daar vierde Eurlings jarenlang triomfen als de gouden jongen. Waarom is er in die kringen zo klakkeloos achter Eurlings aangelopen? Wat zegt dat eigenlijk over hun integriteit?

Deze column van de filosoof Marjan Slob verscheen op 15 januari jl. in de Volkskrant en is met toestemming geplaatst

In het Huis voor Klokkenluiders is de klepel zoek

Geen baan meer, geen geld meer, geen huis. Bouwondernemer Ad Bos, de klokkenluider die in 2001 de grootste fraude in de Nederlandse geschiedenis aan het licht brengt, raakt uiteindelijk alles kwijt. De schaduwboekhouding die hij openbaar maakt, levert de staat honderden miljoenen op, maar als klokkenluider krijgt hij geen enkele bescherming en komt uiteindelijk zelf in het verdachtenbankje terecht. Twee jaar lang woont hij noodgedwongen met zijn vrouw Joke in een camper. In 2009 krijgt hij een onbekende som geld van de staat en in 2013 wordt hij definitief van strafvervolging ontslagen. Deze martelgang voor Bos en andere klokkenluiders vormt de aanleiding voor Ronald van Raak (SP) om een beschermende initiatiefwet in te dienen en na twee jaar sleutelen, begin 2016, door beide parlementen te loodsen. Dan wordt, juli 2016, een pand in Utrecht betrokken waar het Huis voor Klokkenluiders met veel elan en ambitie van start gaat. Drie reeds bestaande organisaties Adviespunt Klokkenluiders, Onderzoeksraad Integriteit en het BIOS, worden in het nieuwe huis verenigd. Het Huis voor Klokken-luiders is versneld opgericht, om tegemoet te komen aan de grote behoefte onder klokkenluiders aan deskundige ondersteuning. Maar: zestien maanden na instelling weet men geen enkel onderzoek naar misstanden af te ronden.
Van de 28 verzoeken om een onder-zoek zijn er slechts zeven daadwerkelijk in onderzoek. Veel verzoeken worden om formele redenen niet ontvankelijk verklaard. Doordat concrete onder-zoeksresultaten uitblijven, houden de misstanden aan en raken klokken-luiders gefrustreerd. Topambtenaar Maarten Ruys wordt gevraagd een analyse te maken van de problemen. Op 14 december 2017 brengt hij zijn rapport uit dat vernietigend is. Geen echte verrassing omdat bestuurs-voorzitter Paul Lovens twee maanden daarvoor al is opgestapt. Nu volgt ook de rest van het bestuur. Geestelijk vader van het Huis, Ronald van Raak, legt de schuld voor het falen bij verantwoordelijk oud-minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Hij verwijt Plasterk, dat deze te weinig middelen ter beschikking stelde en de verkeerde mensen op de verkeerde plek zette.
Gjalt de Graaf, hoogleraar integriteit van academisch onderwijs, vindt Van Raaks kritiek te makkelijk. De Graaf zat in de ‘Onderzoeksraad Integriteit Overheid’, een voorganger van het Huis voor Klokkenluiders. In zijn ogen waren de problemen te voorzien omdat Van Raaks wet niet deugt. ‘Uit de inter-nationale praktijk weten we dat één ding echt helpt: omgekeerde bewijslast. Als ik word ontslagen, moet ik nu bewijzen dat dit het gevolg is van mijn melding als klokkenluider. Dat had moeten worden omgedraaid: laat een werkgever bewijzen dat mijn ontslag niets met de melding te maken heeft.’ Een andere weeffout, vindt De Graaf, is dat het huis zowel mogelijke mis-standen onderzoekt als klokkenluiders advies geeft. ‘Het is desastreus dat dit onder één dak is samengebracht. Bij advies sta je aan de kant van de klokkenluiders, terwijl je bij onderzoek neutraal moet zijn.’
De commissie Ruys geeft De Graaf in grote lijnen gelijk. In de uiteindelijke aangenomen wet zitten te veel onduidelijkheden bijvoorbeeld over de vraag: waarvoor en voor wie is het Huis nu eigenlijk bedoeld? Maar ook praktisch zijn er fouten gemaakt. Het verkennen en kwartiermaken van het Huis heeft onder hoge tijdsdruk plaatsgevonden. Zo waren bij de start de huisvesting en de ICT-faciliteiten nog niet op orde en was de werkdruk hoog door de overdracht van zaken. De bestuursleden en de directeur zijn in een laat stadium benoemd. Een andere, bedrijfsculturele barricade bleek het samengaan van de drie fuserende ‘bloedgroepen’ en de daarmee gepaard gaande ‘fusiepijn’. Daaruit blijkt onder de medewerkers dat er onvoldoende draagvlak is voor de nieuwe organisatie.
Een ander fors obstakel voor het welslagen van het aanhangig maken van een misstand is het feit dat onvoldoende rekening gehouden wordt met het feit dat er geen sprake is van een gelijk speelveld tussen werkgever en klokkenluider. De klokkenluider staat vaak tegenover een werkgever die meer middelen tot zijn beschikking heeft. Vandaar dat één van de aanbevelingen luidt: Het Huis is voor klokkenluiders. Zij verdienen rechtsbescherming en voeren een ‘ongelijke strijd’. Waar nodig moeten zij kunnen rekenen op (psychosociale) ondersteuning en versterking door middel van advies en begeleiding.

Voor de langere termijn adviseert de commissie Ruys om bij de eerst-komende wijziging van de wet de volgende punten te verduidelijken:

*  de verantwoordelijkheden van de bestuursleden
*  de omschrijving van de ontvankelijk-heid van onderzoek zodat conform de intenties van de wet recht wordt gedaan aan de ongelijkheid van het speelveld voor de klokkenluider
*  het belang van preventie, integriteits-onderzoek en voorlichting over misstanden als taken van het Huis.

Ten slotte: Evalueer het functioneren van het Huis over uiterlijk 2,5 à 3 jaar. Na de herstart verdient het Huis 2.0 enige tijd om zich opnieuw te bewijzen. En, voegt ondergetekende eraan toe, misschien is het ook het overwegen waard om de huidige naam Huis voor Klokkenluiders minder eenzijdig op één groep te richten en te veranderen in het meer neutrale Huis voor Integriteit.

Job de Haan, redacteur Integriteit.nl

1239

Twitter / Facebook

Om op de hoogte te blijven van integriteit in het nieuws en mee te praten over het onderwerp kunt u ons volgen op Twitter via @integriteitnl of like onze Facebookpagina.

Contact

© 2018 Integriteit.nl