Business Card (ingestuurde brief)

Een aantal keren reizen met de trein, een enkele keer met de bus, veel meer was het niet. Privé wel te verstaan. Met een business card van mijn werkgever. Het kostte me bijna mijn baan en definitief mijn loopbaan.

Bekijk het maar
Voor mijn werk reis ik een aantal keren per week naar een stad hier in de buurt. Ik werd uitgeleend door mijn werkgever aan een buurgemeente die mij graag wilde inhuren. ‘Dan krijg je een businesscard van de NS, zodat je er met openbaar vervoer naar toe kunt’ zei mijn baas. ‘Je moet dat ding dan wel iedere week weer inleveren en opnieuw lenen. Dat zijn nou eenmaal de regels’, voegde hij er nog aan toe.
Bekijk het maar dacht ik toen meteen al. Dat ga ik dus mooi niet doen, dat telkens weer inleveren en weer aanvragen. Administratieve rompslomp.
Achteraf bezien is die houding al de eerste aanzet geweest tot wat er verder zou gaan gebeuren. Want de business card heeft me genekt, en niet zo’n klein beetje ook.
Of eigenlijk heb ik mezelf genekt want de hele kwestie was natuurlijk gewoon mijn eigen domme schuld.

Gemakzucht en nonchalance
Ik krijg in mijn werk veel vrijheid van mijn werkgever om mijn taak in te vullen zoals mij dat nuttig lijkt. Verantwoording afleggen op hoofdlijnen, veel verder ging het vaak niet, en ook dat heeft me parten gespeeld. Want langzamerhand sloop de gemakzucht, nonchalance en misplaatst vrijheidsgevoel er in. Een leuke baan met veel ruimte om mooie dingen voor de stad te doen die mij zo lief is.
Integriteit was niet meer dan de ver-van-mijn-bed-show. Zal allemaal wel, stond ik niet eens bij stil. Verklaring ondertekenen en klaar. Stelt niks voor.
Die businesscard had ik dus gewoon altijd op zak. En gebruikte ik wel eens af en toe privé. Ritje naar Schiphol, met de bus naar de stad, dat soort dingen. Ik vroeg me zelf niet eens af of dat wel in de haak was. Zo weinig gevoel voor, maar ook kennis van integriteit had ik dus blijkbaar. Dat is toch op zijn minst zeer naïef te noemen, of zeer dom en dat is me dan ook duur komen te staan.

In één klap
Want op ene gegeven moment kwam de man met de hamer langs die mijn loopbaan in één klap kapot sloeg. Op een maandagochtend belde mijn baas of hij even bij mij langs kon komen. Tien minuten later stond hij aan mijn bureau.
Hij draaide er ook geen moment om heen. ‘Je wordt disciplinair gestraft, en ik zou dit niet te licht opvatten als ik jou was’, zei hij. Waarop mijn werkzame leven vervolgens van het ene op het andere moment instortte. De volgende dag kwam mijn kwestie al aan de orde in het College van B&W. Waar mijn goede reputatie (meer dan 30 trouwe, passievolle dienstjaren) in een korte mededeling van de directeur ten overstaan van het voltallige college teniet werd gedaan. Niets meer van over. Voorgoed voorbij.
En vanaf nu werk ik dus met een kras op mijn blazoen die nooit meer weg gaat.

Schuld en spijt
Het besef van schuld en spijt kwam pas later in gesprekken met betrokkenen. Ik heb meteen een onderhoud met de burgemeester (waar ik in mijn werk regelmatig mee van doen heb) aangevraagd en dat deed me goed, hoewel ik ook van hem een (terechte) forse reprimande kreeg. ‘Ik heb ze voor minder de laan uitgestuurd’ zei hij. Het besef dat ik enorm uit de bocht was gevlogen, drong langzaam maar zeker goed door toen mijn leidinggevende mij met een simpel voorbeeld de ogen opende : ‘Jij vervult een sleutelpositie in sommige gemeentelijke kwesties. Wat nu als burger x verneemt dat jij niet integer bent. Besef je wel hoeveel schade je dan berokkent?’

Grof vuil
De integriteitstraining die ik daarna kreeg (onderdeel van mijn straf) was uiteindelijk de definitieve eyeopener. Toen hoorde ik pas wat integriteit betekent, en wat er kan gebeuren als je niet 100% (een beetje integer bestaat simpelweg niet) integer bent:
Het kan letterlijk je baan kosten. En dan ga je dus zonder regeling of wachtgeld. Zonder mooi afscheid na al die jaren werken. Je wordt onverbiddelijk als grof vuil buiten de deur gezet door de stad waar je je met hart en ziel voor hebt ingezet. Bijstand krijg je ook niet. Mocht je niet meteen weer een baan vinden; eet eerst je eigen huis maar op.

Stelt allemaal niet veel voor hè, die integriteit…

Die ‘dubbele pet’ past niet helemaal

Senator Anne-Wil Duthler van de VVD heeft in juli 2014 vóór een wetsvoorstel gestemd waarin adviezen van haar eigen bedrijf zijn opgenomen. Dat blijkt uit onderzoek van Follow the Money. De stem van Duthler was cruciaal: zonder haar stem was er in de Eerste Kamer geen meerderheid voor de omstreden Wet Maatschappelijke Onder-steuning (WMO) 2015, die zorgtaken van het rijk overhevelde naar gemeenten. Duthler Associates, het bedrijf van de senator, leverde het advies in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Volgens Duthler betaalde het ministerie 76.960 euro en was de klus niet Europees aanbesteed. Het ministerie had deze ‘wegens tijdgebrek’ onderhands aan Duthler Associates gegund. Het was niet de enige opdracht die Duthler’s bedrijf in 2013 deed voor VWS: een tweede opdracht leverde 74.185 euro exclusief btw op. Of deze klus wel was aanbesteed, wil Duthler niet zeggen.
Dit nieuws van Follow the Money heeft ervoor gezorgd dat de fractievoorzitters van de Eerste Kamer onderzoek gaan doen naar de eigen gedragsregels voor neven-functies en dreigende belangen-verstrengeling, zo hebben zij afgesproken. Ook komt er dit najaar, voor het eerst, een speciale bijeenkomst over integriteit. De fractievoorzitters zullen dan bespreken of de gedragsregels nog bij de tijd zijn.

Voordat dit nieuws de indruk wekt dat er weer een VVD-politicus over de schreef is gegaan, is het goed te bedenken dat dit ook collega’s van haar had kunnen overkomen. Dat zit ‘m in het feit dat senatoren vrijwel allemaal bijbanen hebben omdat het werk voor de Eerste Kamer slechts één dag werk in de week kost en dit onvoldoende inkomen oplevert. Sterker: eigenlijk is het senaatswerk zelf een bijbaan naast de vaak talrijke functies in de publieke of commerciële sector. Daar is op zich niets mis mee, want behalve het materiële aspect worden worden activiteiten in de samenleving juist als een pre gezien. Het gaat om mensen die elders met ‘hun poten in de modder staan’. Nu blijkt het met die modder behoorlijk tegen te vallen, zo blijkt opnieuw uit onderzoek van Follow the Money uit 2015. Van de 439 (bij)banen die de 75 senatoren gezamenlijk bezitten, betreft het in 261 gevallen (59%) een bestuurlijke of toezichthoudende functie. Nog eens 78 senatoren (18%) hebben baantjes met als functieomschrijving ‘adviseur’. Dat betekent dat er alles bij elkaar opgeteld veel meer bestuurs- en adviesfuncties zijn dan senatoren in de Eerste Kamer. De meeste van hen hebben dan ook niet één of twee bijbanen in de bestuurskamer. Wat heet: bijna een derde van de Eerste Kamer bekleedt vijf of meer functies als bestuurder of toezichthouder. Vooral bij de VVD, het CDA, D66 en de PvdA stapelen senatoren met klussen op toezicht- en bestuursniveau. Oud-staatssecretaris Joop Atsma (CDA) heeft bijvoorbeeld 17 bestuursfuncties, naast nog twee adviesklussen en is tevens directeur van zijn eigen adviesbedrijf Comoraat BV. Zijn collega Alexander Rinnooy Kan (D66) telt 17 bestuurs- en toezichthoudende functies, op een totaal van 29 (bij)banen. Janny Vlietstra van de PvdA telt 11 voorzitterschappen en andere bestuurlijke klussen en Frank de Grave heeft er 9 (VVD, net vertrokken naar de Raad van State).
De vraag is of hier geen sprake is van een in het systeem ingebouwde (schijn van) belangenverstrengeling of dat het tegenovergestelde telt: vakkennis en ervaring in andere sectoren maakt de senatoren beter geschikt om te reflecteren op wetgeving uit de Tweede Kamer. Zelf zeggen zij: Het échte leven buiten Den Haag zie je immers dankzij alle (bij)banen.

Van dat laatste is Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden allerminst overtuigd. Hij stelt: “De eenzijdige nadruk op bepaalde functies en banen in de samenleving is in beginsel niet erg. Niemand verwacht dat de Eerste Kamer een één-op-één afspiegeling van de samenleving is. Maar de Eerste Kamer staat niet een beetje uit het lood, ze helt vervaarlijk voorover. Er is altijd een oververtegenwoordiging van bepaalde sectoren en uit bestuurlijke gremia geweest. Maar wie de recente cijfers goed leest – en dat spoort met de veelal academische achtergrond van de senatoren – ziet bijvoorbeeld een enorme oververtegenwoordiging van de bestuurlijk-academische onderwijs-elite. ‘Zelf zeggen ze dat ze al die nevenfuncties hebben om goed worteling te houden in de samenleving. Maar welk segment is dat eigenlijk? De topvijf procent van het inkomens- en opleidingsgebouw? De senatoren zijn bijna allemaal academisch opgeleid. Er zijn ook weinig hbo’ers, en maar acht senatoren hadden in 2015 een lagere opleiding.’
En er is nog een ander probleem: de inkomsten uit de nevenfuncties en (bij)banen. Van bijna de helft van de senatoren is voor de buitenstaander niet duidelijk of een senator met baantjes in negen sectoren een ‘baantjesjager’ is, en of een senator die zich duidelijk specialiseert in een sector de belangen van zijn werkgever kan scheiden van het algemene belang. Maar juist deze transparantie over nevenfuncties is onontbeerlijk, zo constateerde Greco, het Europese samenwerkingsverband voor preventie van corruptie, in juni 2013. De Neder-landse volksvertegenwoordigers in de Eerste en Tweede Kamer kenden te weinig regels om de integriteit goed te bewaken, zo stelde men; er werd teveel aan de fracties van politieke partijen zelf overgelaten. ‘Politici bepalen zelf of sprake is van belangenverstrengeling,’ concludeerde Greco. Maar er werd ondertussen nooit gedebatteerd over het thema integriteit, terwijl de slager wel iedere keer zijn eigen vlees keurde.
Het ‘dubbele petten’-probleem is niet eenvoudig op te lossen. De trans-parantie kan aanzienlijk veel beter, maar een Kamer met een eendaagse werkweek kan niet van de leden vragen de andere werkzaamheden te staken. Daar zal altijd enige wrijving blijven. Greco deed in 2013 al een aantal behartigenswaardige aanbevelingen: voor de Eerste Kamer was het vooral van belang een register te maken dat volledig up to date is en eenvoudig publiekelijk te raadplegen. Daarin staan nevenfuncties en een omschrijving van werkzaamheden binnen een sector, als ook geschenken van boven de 50 euro en reizen die als senator zijn gemaakt. Tevens adviseerde het Europese samenwerkingsverband een intensieve integriteitstraining voor alle volks-vertegenwoordigers, een register waarin alle lobbyisten staan die de Senaat bezoeken én het openbaren van het salaris dat in een nevenfunctie wordt verdiend. Tot nu toe is daarmee nog niets gedaan. Het wordt tijd dat de senaat daar na vijf jaar haast mee maakt.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Eén op de drie gemeenten kent criminele ‘weldoeners’

“Wij kwamen voorbeelden tegen van een omstreden motorclub die een kringloopwinkel overnam, een sponsor van meerdere voetbalclubs die in verband werd gebracht met de uitbuiting van Oost-Europese werknemers en mensen met een dubieuze achtergrond die als ‘weldoener’ een kort lijntje hadden gekregen met lokale bestuurders. Dat laatste irriteert me het meest, dan komt de integriteit van de overheid in gevaar’, aldus Toine Spapens, hoogleraar criminologie, en mede-auteur van het rapport: Ondermijning door criminele ‘weldoeners’. Maar liefst een op de drie gemeenten kampt met criminele weldoeners: criminelen die hun illegaal verkregen vermogen gebruiken om bijvoorbeeld sport-clubs te sponsoren, en zo een respectabele positie verwerven in hun gemeenschap. Dat blijkt uit het onderzoek van de Universiteit Tilburg en Bureau Bruinsma dat deze week verscheen. Het is de eerste keer dat het fenomeen ‘criminele weldoeners’ in kaart is gebracht. Volgens de onderzoekers, die werkten in opdracht van Politie en Wetenschap, is het een ‘niet te onderschatten’ probleem.

Conclusie van het rapport dat de situatie in Brabant onderzocht: Criminelen ondermijnen niet alleen de rechtsorde door het plegen van straf-bare feiten. Ze doen dat tevens door het bevorderen van maatschappelijk nuttige activiteiten, zoals sponsoring van sport en evenementen, het oprichten van goededoelenstichtingen, het helpen van zorgbehoevenden en het optreden als woordvoerders van en probleemoplossers in de wijken waar zij wonen of vandaan komen.
Crimineel weldoenerschap is in Nederland geen onbekend fenomeen – voorbeelden kunnen in de media gemakkelijk worden gevonden –, maar het was nog nooit systematisch onderzocht. En de onderzoekers zijn ervan overtuigd wat nu in Brabant is bnlootgelegd, voor heel Nederland geldt. Een veel voorkomende vorm van ‘weldoenerschap’ is het fenomeen ‘wijkkoningen’. Het gaat hier om personen die in hun directe omgeving een zekere status hebben opgebouwd, omdat ze persoonlijke zaken voor de andere bewoners regelen, of hen met raad en daad bijstaan. Wijkkoningen treden bijvoorbeeld ook op als woord-voerder richting de gemeente, als het gaat om belangen van de buurt, en kunnen ook evenementen of sport-verenigingen sponsoren. Tegelijkertijd zijn zij (vermoedelijk) crimineel actief en wordt dit soort ‘regelwerk’ mede gedaan om loyaliteit en zwijgzaamheid van de buurtbewoners te bevorderen. Wanneer dat niet goedschiks lukt, is intimidatie en bedreiging vaak niet ver weg. Het begrip ‘wijkkoning’ is uiteraard subjectief, en verwijst met name naar de invloed die dit type weldoeners in de ogen van geïnterviewden heeft op het reilen en zeilen in de buurt. De achtergrond van weldoeners loopt uiteen. Het gaat bijvoorbeeld om (voormalige) drugscriminelen, leden van motorbendes en louche onder-nemers. Hun maatschappelijke activiteiten komen doorgaans aan het licht wanneer er een strafrechtelijk onderzoek tegen hen wordt gestart, of wanneer er klachten binnenkomen. Weldoeners zijn vaak invloedrijk en krijgen van de omgeving lang het voordeel van de twijfel, onder het mom: ‘Er is nog nooit iets bewezen.’ Ook de lijntjes naar gemeente-bestuurders of raadslieden zijn soms opvallend kort.
De vraag is wat gemeenten kunnen doen tegen dit soort moeilijk grijpbare vormen van criminaliteit dat vaak ook onuitgesproken draagvlak onder de burgers heeft. En als men al op zou willen treden dan blijkt in de praktijk dat er onvoldoende mensen en middelen voorhanden zijn. Dus geeft men de voorkeur aan te wachten tot er bijvoorbeeld uit een strafrechtelijk onderzoek concrete aanwijzingen voor misdrijven komen bovendrijven. Dat kan soms lang duren. Spapens: “De kern van ons betoog is dat gemeenten vaak meer kunnen doen dan ze zelf denken. Als je gaat graven, vind je altijd wel wat. Je kunt daarnaast je reguliere gemeentelijke controles uitvoeren. Je kunt informatie delen met andere gemeenten: soms is iemand met louche zaken bezig in gemeente A, en speelt hij de weldoener in gemeente B. En je mag ook andere instanties inschakelen, denk aan de Belasting-dienst. Bij vermoedens kun je bovendien ‘stop-gesprekken’ voeren met een sportvereniging die geld krijgt van de weldoener. Een goed voorbeeld uit de praktijk is de aanpak van een zogenoemde wijkkoning: een crimineel die de dienst uitmaakt in een bepaalde wijk. Deze meneer begint zich op een bepaald moment ook heel actief te bemoeien met de voetbalclub. Hij is sponsor en jeugdtrainer tegelijk. Er komen vervolgens allerlei onfrisse types op die club en de sfeer verslechtert. Ouders van jeugdspelers hebben toen geklaagd bij de wijkagent. Deze agent heeft daarop van alles georganiseerd om de invloed van die wijkkoning te verminderen. Inmiddels is deze criminele weldoener geen hoofdsponsor meer. Daarnaast heeft de wijkagent deze verdachte intern bij de politie op de kaart gezet. Het is een zaak die nog steeds loopt. De situatie is nu wel verbeterd, maar het blijft een hoofdpijndossier omdat de verdachte in kwestie zich nog altijd als ‘wijkkoning’ manifesteert.’ Kortom: de bestrijding van criminele weldoeners is een combinatie van politieke wil èn van lange adem.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

‘Lokaal bestuur meer integer dan Den Haag’

Nederlanders hebben meer vertrouwen in de integriteit van het eigen gemeentebestuur dan van de regering. Niet alleen bleek bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen de populariteit van de lokale partijen opnieuw gestegen; 32,7% van de stemmen gingen naar de lijsten zonder landelijke binding, tegenover 27,6% bij de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar. Ook als het gaat om het vertrouwen in de integriteit van de overheid, krijgen de plaatselijke bestuurders en ambtenaren een hoger cijfer dan de Nederlandse regering: een 6,5 tegenover een 5,8. De grootste groep Nederlanders (44%) beoordeelt de integriteit van het lokale bestuur met het cijfer 6 tot 7. De regering wordt kritischer beoordeeld: één op de drie Nederlanders geeft haar het cijfer vijf of lager. Toch is het lokaal niet allemaal rozengeur en maneschijn: één op de zes (17%) beoordeelt de integriteit van de eigen bestuurders met een onvoldoende. Deze resultaten blijken uit een landelijk en representatief onderzoek van het onderzoeksbureau I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur en BNR Nieuwsradio.

Een interessante uitkomst van het onderzoek is het antwoord op de (open) vraag wat Nederlanders verstaan onder bestuurlijke integriteit. Dan komt als eerste de term ‘eerlijkheid’ naar boven. Op de tweede plaats het ‘vooropstellen van het belang van de burger’ tegenover het ‘niet handelen uit eigenbelang’ door ambtenaren en bestuurders. Hieronder vallen ook het vermijden van belangen-verstrengeling en vriendjespolitiek. Derde waarde die boven komt is ‘transparantie’ of het synoniem ‘openheid’. Als vierde genoemde elementen volgen ‘betrouwbaarheid’ en het ‘nakomen van afspraken’.
Als het gaat over de verdeling van de waardering van integriteit over de politieke partijen dan zijn de traditionele (bestuurders)partijen het meest positief; zij geven een ruime voldoende, waarbij de SGP er als hoogste uitspringt. De kiezers van partijen met een kortere parlementaire geschiedenis, zoals Partij voor de Dieren, PVV, 50Plus, Forum voor Democratie en DENK zijn negatief over de integriteit van het lokale bestuur en geven een onvoldoende. Het beeld dat Nederlanders hebben van integer gedrag is getoetst aan hand van twee praktijkvoorbeelden.
Casus 1: Mag de voorzitter van een voetbalclub die ook raadslid is, meestemmen over de uitbreiding van het voetbalveld? Een meerderheid (71%) vindt het niet acceptabel dat de voorzitter van de voetbalclub mee-stemt over de uitbreiding. Als het om de voormalig voorzitter gaat dan is nog steeds een kleine meerderheid (52%) tegen.
Casus 2: Mag een wethouder een besluit nemen over de locatie van een verslaafdenopvang dicht in de buurt van zijn of haar eigen woning? Dat mag hij niet vindt een meerderheid (55%) van de burgers. Eén derde (34%) vindt het overigens wel acceptabel.
Een essentieel onderdeel van bestuurlijke integriteit is de schijn van belangenverstrengeling. Maar over hoe dat in de praktijk eruit zou moeten zien verschillen de meningen. De meesten vinden dat wanneer een lokale politicus een persoonlijk belang heeft bij een besluit, hij/zij zich om die reden moet onthouden van stemming en het besluit aan anderen laten. Een andere groep vindt het juist van integriteit getuigen als de betreffende politicus transparant is over de mogelijke verstrengeling en vervolgens het algemeen belang boven het persoonlijk belang stelt bij besluitvorming. Je weet nu eenmaal als lokale politicus dat je op kleinschalig niveau al snel met strijdige belangen geconfronteerd gaat worden.
Ruim één derde van de Nederlanders is op de hoogte van integriteits-schendingen door bestuurders, raadsleden of ambtenaren van hun gemeente. Van die groep vindt 30% dat de media daar te weinig aandacht aan besteden, 27% vindt dat de media juist teveel de spotlight hierop richten en een opvallend groot percentage (42%) neemt een middenpositie in of weet het niet. De helft van de Nederlanders (50%) is trouwens van mening dat bestuurlijke integriteitsschendingen onvoldoende worden bestraft.
Vorige maand kwam minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken met het plan om kandidaat-wethouders, net als de burgemeester, te laten screenen door justitie, de Belastingdienst en de AIVD. Daarnaast zullen lokale bestuurders worden verplicht een Verklaring omtrent gedrag (VOG) te overleggen. Tevens moet er een integriteitstoets komen voor wethouders. Op grond van het onderzoek van I&O Research kunnen die voorstellen op brede steun rekenen: negen op de tien Nederlanders (89%) vinden dit een goed idee. Verder steunt een ruime meerderheid (77%) het voorstel om de burgemeester de mogelijkheid te geven om een raadslid of wethouder een disciplinaire maatregel op te leggen bij niet-integer gedrag.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Integriteit, of de blinde vlek van de VVD

“Er zijn wedstrijden die ik liever win”, aldus de inmiddels bekende laconieke houding van VVD-fractie-leider Klaas Dijkhoff als hij een lastige vraag krijgt. Hij reageerde op Twan Huys in College Tour, die hem de uitslag voorhield van de jaarlijkse Politieke Integriteits Index (PII), onder auspiciën van Vrij Nederland, de VU en de EUR. Daaruit blijkt dat de VVD voor het zesde opeen-volgende jaar de koppositie inneemt als het gaat om schandalen en affaires. De VVD kreeg vorig jaar te maken de meeste en de ernstigste integriteitskwesties, elf in totaal. Het CDA volgt met zes, de PvdA met vier en de overige landelijke partijen zijn opmerkelijk schoon. Om de score compleet te maken: Lokale partijen leverden in 2017 bij elkaar vijftien affaires op. Bij elkaar een totaal van 39 integriteitskwesties, begaan door 35 mannen en vier vrouwen. Dat zijn er minder dan de 47 affaires van 2016 en nog lager dan het gemiddelde van 55 over de voorgaande 34 jaar. Een gunstige daling hoewel het volgens de onderzoekers te vroeg is om van een trend te spreken omdat er daarvoor nog te kort gemeten wordt.

Terug naar de VVD. Gemeten over de volle lengte van de beschikbare database (vanaf 1980) neemt de VVD met 118 van de 505 politici in opspraak eveneens de eerste plaats in. De partij heeft ook verreweg de meeste leden met een strafblad. VVD’ers kwamen decennialang nauwelijks in aanraking met het strafrecht, maar sinds het aantreden van Mark Rutte in 2007 liepen maar liefst 25 VVD’ers tegen een strafblad aan – van wie drie in 2017. Ter vergelijking: tussen 2007 en 2017 waren dat er zeven bij de PvdA, drie bij D66 en CDA en twee bij de PVV.
De meest gegeven reactie vanuit de VVD op de hoge score aan schandalen de afgelopen jaren is dat zij door haar omvang extra kwetsbaar is. Maar onderzoeker en VU-hoogleraar bestuurskunde Leo Huberts verklaart dat die redenering is achterhaald: “Het argument van oververtegenwoordiging in het bestuur door de VVD als grootste partij geldt niet meer, want die achter-stand hebben de andere partijen inmiddels ingelopen”. Dat maakt dus vraag des te urgenter: waarom is de VVD zo affairegevoelig en dat al voor een reeks van jaren? Die vraag werd ook aan Dijkhoff gesteld in College Tour. “Ik zie tussen de verschillende kwesties meer verschillen dan overeenkomsten. Ik zie geen patroon dat het komt door de partij”, aldus Dijkhoff. Of het intern met elkaar is afgestemd is publiekelijk onbekend, maar ook de nieuwe voorzitter van de VVD gaf in soortgelijke bewoordingen haar commentaar. In EenVandaag was haar analyse van de meest recente PII: “Ik weet niet of er structureel iets mis is. Ieder incident staat op zich, ik zie geen rode draad”. En premier Rutte wekt eveneens niet de indruk zich zorgen te maken over de hardnekkige koppositie van zijn partij bij schan-dalen. Zijn gedrag vertoont wel een opmerkelijke constante, zonder dat er een oorzakelijk verband hoeft te worden gelegd. Zijn primaire reactie op een partijgenoot die in de problemen komt is namelijk steeds: niets aan de hand, komt goed, storm in een glas water enz. Voorbeelden: Staats-secretaris Frans Weekers krijgt felle kritiek op zijn functioneren, Rutte: “Hem vertrouw ik totaal”, kort daarna: Weekers legt ambt neer. Kamerlid Marc Verheijen en dubieuze declaraties, Rutte: “Verhaal is erg opgeblazen”. Vlak daarna: Verheijen stapt op. Ivo Opstelten onder vuur, Rutte: “Hij heeft echt een goed verhaal”. Opstelten treedt af. Fred Teeven en de bonnetjes-affaire, Rutte: “Mensen als Teeven heeft dit land echt verschrikkelijk nodig”. Teeven vertrekt toch. Ard van der Steur over de Teevendeal, Rutte: “Functioneren Van der Steur is niet aan de orde”. Van der Steur moet opstappen. En: Henry ‘Mister Integriteit’ Keizer, VVD-voorzitter beschuldigd van zelf-verrijking, Rutte: “Keizer is zeker integer”. Exit Keizer. Halbe Zijlstra met zijn leugen over Poetin en de datsja, Rutte: “Geen doodzonde en de inhoud staat niet ter discussie”. Zijlstra ziet zich gedwongen op te stappen. Het lijkt erop dat bij premier Rutte de loyaliteit naar partijgenoten boven alles verheven is; ook boven het afwachten van het resultaat van zorgvuldig onderzoek.
Alles bij elkaar wordt de indruk steeds sterker dat integriteit voor de VVD een blinde vlek is. En daar treedt een paradox op. Immers, in de praktijk heeft de partij integriteit intern als speerpunt gekozen. Prof. Leo Huberts: “Men heeft het op de agenda gezet, trainingen aangeboden, verklaringen omtrent gedrag geëist, regels gesteld en aangescherpt, er is een speciale commissie ingesteld waar meldingen kunnen worden gedaan enz. Maar een visie op de integriteit van de politiek en het bestuur die ook terugkomt in een verkiezingsprogramma, zie ik niet terug”. Tekenend is het regeerakkoord van het huidige kabinet. Zeven maanden heeft men daarover vergaderd, daaruit rolde een regeer-akkoord van zeventig pagina’s maar op slechts één plek komt het woord integriteit voor en dan ook nog in het kader van koninkrijksrelaties.
De nieuwe VVD-partijvoorzitter, Christianne van der Wal, wil vaker discussiëren over integriteitskwesties om het bewustzijn binnen de partij te vergroten. Ze wil ook dat VVD’ers kritischer op elkaar worden. Daarmee, zo concludeert Vrij Nederland-redacteur Bart de Koning, heeft ze de kern van het probleem te pakken: de rode draad in alle grote schandalen die de VVD de afgelopen jaren hebben getroffen, is het onderling en informeel zaken willen regelen. Maar voor een gezonde, liberale en integere democratie is tegenspraak essentieel.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

Fraude, diefstal, trucs: gemeenten maken er werk van

Gemeenten onderzoeken steeds vaker en intensiever de integriteit van hun ambtenarenkorps. De afgelopen vijf jaar hebben de 25 grootste gemeenten in Nederland in totaal meldingen van 1.902 integriteitsschendingen onder de loep genomen. In 1.089 gevallen – dat is 57% – werd een overtreding geconstateerd, in 645 gevallen overtraden ambtenaren en bestuurders geen integriteitsregels en in 168 gevallen is de uitslag onbekend: onderzoeken lopen nog of de dader is onbekend. Rotterdam blijkt overigens ruimschoots de strengste gemeente, zo blijkt uit onderzoek door NRC-Handelsblad. Dat onderzoek kwam er na een beroep van de krant op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waarbij men gemeenten om cijfers vroeg die inzicht verschaffen in de gevolgen van het integriteitsbeleid over de periode 2012-2016. Klik hier voor alle onderzoeken en de gemeente naar uw keuze.
In Rotterdam legde men tussen 2012 en 2016 aan ambtenaren die de integriteitsregels overtraden, 95 keer strafontslag op, waarvan twintigmaal voorwaardelijk. Amsterdam volgt op afstand met 48 onvoorwaardelijke strafontslagen en Den Haag staat derde met twintig strafontslagen, waarvan één onvoorwaardelijk. Een belangrijke trend is dat tussen 2013 en 2015 een stijging valt te constateren in het aantal integriteitsonderzoeken dat de gemeenten lieten uitvoeren: van 339 naar 432. Voor 2016 lag dit cijfer net onder het niveau van het jaar daarvoor: 419. Een kwart van het totaalaantal onderzochte schendingen (482) betreft fraude, zoals het gesjoemel met declaraties van reiskosten en eetbonnen. Ook komt vaak voor dat ambtenaren geld en spullen achteroverdrukken.
Neem een sprekend voorbeeld uit Rotterdam. Daar is de gemeente het eind juni 2013 beu. Opnieuw zijn er signalen van diefstal op gemeentelijke milieuparken. Medewerkers blijken op grote schaal goederen mee te nemen die bestemd zijn voor bijvoorbeeld Piekfijn, een winkelketen in tweede-handsspullen. En dat ondanks maatregelen die na soortgelijke problemen in 2008 zijn genomen. Om de daders te betrappen worden filmpjes van beveiligingscamera’s bij de parken Hillegersberg-Schiebroek en IJsselmonde teruggespoeld. Het is vrijwel meteen raak: de beelden laten zien hoe vijf gemeentemedewerkers en een leidinggevende boeken, radio’s, een beeldscherm, een computer, een toetsenbord, kleding, kinderspeelgoed, een rollator en onkruidspuit in hun auto’s laden. Ook worden spullen klaargezet die anderen later mee-nemen. Geconfronteerd met de beelden is er voor de ambtenaren geen ontsnappen aan: ze bekennen allemaal. Hun verweer: de regels waren onduidelijk. Ze wisten dat fooien aannemen taboe was, net als handel in afgegeven goederen, maar nergens stond dat ze de spullen niet voor eigen gebruik mochten reserveren. Boven-dien deden chefs vrolijk mee: zo was de bedrijfscultuur nou eenmaal. De leidinggevende stond niet op camerabeelden, maar wordt aangewezen door de rest. Ook hij bekent.
Zes ambtenaren krijgen strafontslag, een maatregel die na lang procederen voor iedereen wordt omgezet in een voorwaardelijke straf. Eind januari 2018 krijgen de laatste twee van de Centrale Raad van Beroep te horen dat ze weer aan de slag kunnen. Ze hebben dan bijna vijf jaar thuisgezeten.

De voorbeelden uit het onderzoek laten een breed scala van schendingen zien. Zo neemt in Leiden een ambtenaar een afgegeven kettinkje mee naar huis, wat een schriftelijke berisping oplevert. Een collega steelt een portemonnee en krijgt straf-ontslag. Ook worden goederen gestolen in Haarlemmermeer (iPhones en iPads), Rotterdam (geld), Groningen (afvalbakken), Maastricht (computer), Zoetermeer, Eindhoven, Utrecht (kasgeld) en Den Bosch – uit het gemeentelijk magazijn of bij collega’s. De inventarisatie levert een bonte verzameling fraudecuriosa op. Zo zet Leiden een teamleider twee schalen terug in beloning nadat hij op zijn werk is verschenen met een verzameling nephorloges die hij aan zijn mede-werkers probeert te verkopen. In Amsterdam verzint een ambtenaar een truc als hij een zeer gewenste vrije dag niet mag opnemen: met Photoshop zet hij zelf een rouwadvertentie in elkaar, in de hoop zo zijn leidinggevende te overtuigen. De betreurde ‘dode’ is een nog levend familielid. Als de ambtenaar wordt betrapt, volgt een berisping met vermindering van vakantiedagen.
Na fraude zijn de meest onderzochte kwesties: misbruik van gemeentelijke middelen (203 keer), ongepast gedrag op de werkvloer (197) en belangen-verstrengeling (193). Ook opvallend is dat in ten minste dertien gevallen een ambtenaar schuldig wordt bevonden aan seksueel grensoverschrijdend gedrag: van sensuele toespelingen tot aanranding. Doordat niet alle gemeenten expliciet zijn in hun antwoorden, ligt dit aantal mogelijk hoger. Agressie en intimidatie op de werkvloer werden 68 keer onderzocht.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl

12310

Twitter / Facebook

Om op de hoogte te blijven van integriteit in het nieuws en mee te praten over het onderwerp kunt u ons volgen op Twitter via @integriteitnl of like onze Facebookpagina.

Contact

© 2018 Integriteit.nl