Corruptie Rotterdamse haven is sleutel tot drugsinstroom

Opnieuw is de Rotterdamse haven ernstig in verlegenheid gebracht door een corruptieschandaal. Een medewerker van een overslagbedrijf is vorige week opgepakt omdat hij wordt verdacht van betrokkenheid bij de smokkel van 363 kilo cocaïne. Het is al lang geen uitzondering meer, dit jaar werden al drie personen op sleutelposities in de haven opgepakt. Woensdagavond viel een arrestatie-eenheid het kantoor binnen van een 43-jarige man uit Rozenburg, terwijl hij achter zijn computer zat. De politie kon zo precies zien met welke containers hij bezig was, want de man had vanwege zijn functie informatie over de locatie van containers met drugs. Vermoedelijk is hij betrokken bij grootschalige handel.

Keer op keer duiken ernstige lekken op in de haven van Rotterdam. Eerder dit jaar werden medewerkers van een containeropslag samen met een ladingsinspecteur gepakt voor smokkel. Daarnaast zijn er enkele tientallen ‘uithalers’ gepakt: mannen die, soms met valse passen, het terrein op sluipen om cocaïne uit containers te halen. Door de 100-procentscontrole op lijnvluchten van Suriname en de Antillen naar Schiphol is het belang van de Rotterdamse haven voor cocaïne-smokkelaars de laatste jaren toegenomen. Jaarlijks wordt er in Nederland zo’n dertig ton cocaïne ingevoerd, waarvan tweederde via de haven. Naar schatting komt een kwart van de in West- en CentraalEuropa geconsumeerde cocaïne binnen via de haven van Rotterdam.

“Voor de douane is het als zoeken naar een naald in een hooiberg”, aldus Damian Zaitch. Hij is sinds 2009 verbonden aan de Universiteit van Utrecht en gepromoveerd op de cocaïnesmokkel van Colombia naar Nederland. “Dat zoeken gebeurt vooral met het opstellen van een risico-analyse, bijvoorbeeld op basis van de herkomst van een schip, het soort goederen dat wordt vervoerd of de reputatie van een reder. Vervolgens worden er steekproefsgewijs containers gescand – een minieme fractie van het importvolume”.

De sleutel tot het ‘succes’ van de smokkelaars vormt het haven-personeel. Voor hen kan het aanlokkelijk zijn om te helpen bij het aan wal brengen van drugs. Met het uitlenen van een toegangspas tot het terrein waar de containers staan kan grof geld verdiend worden. “Die pasjes worden voor vijfduizend tot achtduizend euro per dag tijdelijk overhandigd. Werknemers van containerterminals lenen hun pasjes uit als ze zelf niet aan het werk zijn. Na de ‘rip-off’ krijgen ze hun pasje weer terug”, aldus Zaitch. Wie eenmaal zijn pas heeft uitgeleend of op een andere manier heeft meegewerkt, zit vast in de klauwen van een criminele organisatie: je bent chantabel geworden. Om werknemers op de risico’s te wijzen, werken bedrijven en opsporings-diensten met elkaar samen in het project ‘Veilige Haven’. Het programma richt zich niet alleen op technische voorzieningen, maar ook op het vergroten van de bewustwording bij werknemers van alle bedrijven die werkzaam zijn in het havengebied. Bedrijven trekken aan de bel als personeel vaak buiten de diensturen op de terminal is. Toch blijft het onderscheppen van drugs moeilijk. Zo kan slechts een fractie van alle combinatie van alle containers in de haven worden gescand. Dat heeft te maken met de ernstige onderbezetting in het havengebied, zoals een medewerker tegenover EenVandaag (AVRO/TROS) vertelde. Het haven-gebied is te groot om te bewaken met het beperkte personeel van zeven bewakers. “We doen het hele haven-gebied met zijn zevenen, puur in de nacht. Een gebied van meer dan 50 kilometer lang, aan beide zijden van de Maas. Dat is niet te doen”, aldus de medewerker.

Het is wel de bedoeling om honderden camera’s te plaatsen in het havengebied, maar er is meer nodig om de integriteit te verhogen. Er zou grootschalig onderzoek naar corruptie moeten worden ingesteld, opsporing moet worden uitgebreid, de informatie moet op orde worden gebracht en er moeten garanties komen voor een betere bestrijding van georganiseerde misdaad, zoals ondermijning. De veroordeling tot 14 jaar gevangenisstraf van Gerrit G. die tussen 2013 en 2015 containers doorliet in de haven is meer symbolisch dan dat er op grote schaal schoon schip wordt gemaakt. Het is voor de douane in ieder van het hoogste belang te werken aan het verbeteren van de integriteit van haar personeel. Door de positie van Nederland als hét drugsdoorvoer- en productieland van Europa is de haven van Rotterdam – een van de grootste overslagpunten ter wereld en de grootste haven van Europa – een hele kwetsbare in- en uitgang voor corrupte praktijken. Uit de grootschalige drugssmokkel en wijdverbreide corruptie in de haven blijkt dat de zwakke schakel in het hele traject de mensen zijn die er werken, waar criminelen met veel geld dankbaar gebruik van maken. De crux zit dus bij de medewerkers. Hoe gedegen de beveiliging en opsporing ook is, omkoping en corruptie blijven criminelen toegang en uitgang geven op het haventerrein.

 Job de Haan, redacteur Integriteit.nl

De Nationale Politie moet ‘ad fundum’

Niet alleen op St.-Maarten raasde er de afgelopen tijd een orkaan, ook de negatieve berichten over de Nationale Politie zorgden voor code rood. Het begon met het rapport van de commissie-Ruys over het geld-schandaal van de Centrale Ondernemingsraad. Toen kwam onderzoeksbureau Motivaction met de mededeling dat het imago van de politie zo slecht is dat jongeren er niet meer willen werken. Vervolgens brachten de vakbonden naar buiten dat de corpsleiding slecht voor zieke agenten zorgt. En als klap op de vuurpijl was daar het WODC, het kenniscentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie, met de constatering dat de screening van agenten onder de maat is, corruptie daardoor regelmatig voorkomt en agenten met een migratie-achtergrond daarbij relatief hoger scoren. En deze orkaan gaat voorlopig niet liggen. Volgens korpschef Erik Akerboom in NRC-Handelsblad gaan er nog veel meer “nare dingen” naar buiten, want er lopen nog zo’n honderd onderzoeken naar wat er misgaat bij de politie. Met andere woorden: de gifbeker is nog lang niet leeg, deze moet tot op de bodem worden leeggedronken. Volgens Akerboom komt alle (terechte) kritiek op de politie neer op één van zijn belangrijkste thema’s: integriteit of liever, het gebrek daaraan.

De Commissie-Ruys oordeelde hard over de politiecultuur, waarin geldsmijterij jarenlang op grote schaal kon plaatsvinden zonder dat dit werd gecorrigeerd. De korpsleiding, met name ex-korpschef Gerard Bouman, zag het gebeuren, maar greep niet in. Maar ook onderling zag men van alles door de vingers. Een van de pijnlijkste constateringen van het rapport-Ruys is dat “collega’s aanspreken over norm overschrijdend gedrag slecht ontwikkeld is bij de politie”. Daarom worden er sinds enkele maanden op de Politieacademie met 800 leiding-gevenden gesprekken gevoerd over omgangsvormen en integriteit. Niet dat dit genoeg is, aldus Akerboom, maar het is een noodzakelijk begin: men moet met elkaar het gesprek aangaan. Of, zoals hij eerder dit jaar in een interview zei: “Integriteit is meer dan je houden aan de wet. Het gaat ook over zorgvuldig omgaan met informatie, bevoegdheden en gemeenschapsgeld en het gaat over omgangsvormen. Je moet verantwoordelijkheid kunnen en willen afleggen over je doen en laten.” Volgens Akerboom ligt het probleem o.a. bij een verkeerd begrepen loyaliteit binnen de politie: “Loyaliteit is juist dat je een ander behoedt voor het maken van een integriteitsfout”.
Ook NRC-columnist Bas Heijne wees een half jaar geleden op de werking van groepsloyaliteit, toen hij het begrip ‘moraal’ onder de loep nam naar aanleiding van oud-VVD-voorzitter Henry Keizer die in opspraak kwam toen bleek dat hij een miljoenenbedrijf aan zichzelf had verkocht voor een habbekrats. Heijne: “Het is goed mogelijk: voor veel mensen – of misschien moet ik zeggen: mannen – heeft moraal niets te maken met de eigen mores. Je doet iets omdat de mensen in je omgeving, de mensen waar je je aan spiegelt, ook zo doen. Dat is wat Hannah Arendt eigenlijk bedoelde, stelt filosoof Bettina Stangneth in haar polemische essay Het kwade denken, met haar omstreden frase „de banaliteit van het kwaad”. Bepalen wat je goed en juist vindt, leg je in handen van de groep, een „wij”, zodat je zelf niet meer hoeft te wikken en wegen. Dat kan om grote of kleine zaken gaan. Zodra je je gedekt weet, is het goed. Het gaat niet langer om wat goed is in algemene zin – het gaat om wat goed voor jou en de jouwen is. Moraal is immers koud en abstract, je omgeving is warm en concreet. Veel mensen zouden precies hetzelfde gedaan hebben, het was gewoon „een goede deal”, aldus Heijne.
Een andere stem is die van de management- en organisatieadviseur Rijk Binnekamp: “De kern van integriteit zit in intrinsieke betrouwbaarheid. Intrinsieke betrouwbaarheid komt voort uit je waarden. Waarden zijn je idealen, je streefdoelen. Het zijn je innerlijke overtuigingen die in je gedrag zichtbaar worden. Elke waarde vormt een richtsnoer voor je denken en handelen. Je waarden zijn als een kompas. Een kompas geeft je richting en houd je op koers tijdens het reizen. Je waarden hebben dezelfde functie. Je gebruikt ze om te bepalen welke richting je op wilt met je leven. Integriteit is niet eenvoudig te vangen in regels, want het gaat verder dan het eenvoudigweg naleven van regels. Het hangt ook samen met de omstandigheden. Niemand raakt onmiddellijk van de leg als een 45-jarige man dronken door het uitgaansgebied loopt. Het wordt anders wanneer deze man de burgemeester blijkt te zijn” aldus Binnekamp.
Zo is het ook met het zonnekoning gedrag van COR-voorzitter Frank Giltay: zolang hij de ruimte kreeg om met geld te smijten, zijn collega’s ervan profiteerden en zijn direct leiding-gevende hem niet op de vingers tikte, was zijn handelwijze gedekt en gesanctioneerd.
Opnieuw Binnekamp: “Integriteit is op twee manieren te benaderen, via een negatief en een positief integriteits-concept. De negatieve benadering is eenvoudigweg zwart-wit. Zolang er geen sprake is van fraude, diefstal, corruptie of ander crimineel gedrag is er niets aan de hand. Dit is de reactieve benadering waarbij er achteraf aangifte wordt gedaan als er wel strafbare feiten zijn gepleegd. De positieve is een meer proactieve benadering. Die gaat uit van professionaliteit en vertrouwen op basis van normen en waarden. En over welke waarden je belangrijk vindt zal je dan wel diepgaand nagedacht moeten hebben.” Tot zover Binnekamp.
Wat opvalt in de visies van zowel Akerboom, Heijne als Binnekamp is dat zij veel fiducie hebben in het individueel begeleiden en “opvoeden” van politie-agenten en hen onder en met elkaar te laten praten over de vraag hoe integriteit er in de praktijk uit zou kunnen en moeten zien. In twee kernbegrippen: sociale controle en mentaliteitsverandering. Maar de vraag is of het politiecorps het daarmee redt. In het laatst verschenen exemplaar van Justitiële Verkenningen, gewijd aan de politie, zet de externe consultant Walter Landman, na jaren onderzoek bij de politie, die benadering op losse schroeven. De schaalvergroting en concentratie bij de politie hebben gezorgd voor ‘anonimisering’ in de onderlinge relaties, schrijft hij. Men kent elkaar en dus ook elkaars kwaliteiten minder goed. De afstand tot de leiding is gegroeid. Het probleem is structureel – door de scheiding van functies, bijvoorbeeld tussen recherche en informatievoorziening, kost effectieve samenwerking veel meer moeite. Landman constateert ‘gevoelens van onmacht’, zowel bij het kader als op de werkvloer. Ook is er sprake van ‘onteigening’, ofwel minder betrokkenheid bij de organisatie, gevolgd door ‘fatalisme’ en ‘desinteresse’ op de werkvloer. Alles bijeen dringt de vraag zich op of de Nationale Politie een stap vooruit was. Of achteruit. Het begint op het laatste te lijken, aldus Landman.
Als dat de voedingsbodem is waarop een herwaardering van normen en waarden moet gaan ontstaan, een groeiend bewustzijn van wat integer handelen in de praktijk is en het kweken van een moraal waarbij men zijn collega wel aanspreekt op norm overschrijdend gedrag, dan is de bodem van de gifbeker nog lang niet in zicht.

Job de Haan, redacteur Integriteit.nl

Integriteit kent geen komkommertijd

De steen in de mediavijver was begin april een publicatie van het platform voor onderzoeks-journalistiek Follow the Money. Iedere dag, twee maanden lang, stond de hoofdpersoon in het licht van de schijnwerpers en groeide het schandaal rondom hem. Uiteindelijk bleek de druk te groot en tuimelde hij van zijn voetstuk: we hebben het over VVD-prominent en partij-voorzitter Henry Keizer. Uitgerekend ‘Mister integriteit’, zoals hij werd genoemd, struikelde over de beschuldiging dat hij in 2012 een uitvaartbedrijf voor een appel en een ei had overgenomen, geholpen door een paar partijgenoten die in de leiding van het bedrijf zaten, terwijl hijzelf ook nog eens met meerdere petten op tegenstrijdige belangen had gediend; de zijne voorop. Hoewel onderzoeken naar zijn handelen nog lopen, zag Keizer geen andere uitweg dan zijn functies in de VVD neer te leggen. De commotie verdween even snel als zij de kop op had gestoken en vervolgens werd het stil. Stil rond de persoon van Keizer maar allerminst rond het begrip ‘integriteit’. Wie in de traditioneel nieuwsluwe zomermaanden hiernaar op zoek gaat, zal verrast worden hoe integriteit inmiddels tot in de haarvaten van onze maatschappij is doorgedrongen.

Een inventarisatie van de periode begin juni tot half juli levert de volgende, rijke “oogst” op. Dat begint heel plaatselijk in Zaanstad waar elf ambtenaren bestraft werden voor niet-integer gedrag en drie van hen zelfs werden ontslagen vanwege strafbare feiten zoals verstrengeling van belangen. Niet alleen lokaal, ook onder CEO’s en bestuursvoorzitters blijkt het aantal ontslagen wereldwijd gestegen wegens niet-integer handelen. Bij de 2500 grootste beursgenoteerde onder-nemingen stijgt tussen 2012 en 2016 het percentage van 3,9% naar 5,3%, een stijging van ruim éénderde, zo blijkt uit een onderzoek van accountantsbedrijf PwC. Daarbij werden definities van onethisch gedrag gehanteerd, zoals fraude, omkoping, handel met voorkennis, milieurampen, seksuele intimidatie e.d. Vijf oorzaken worden daarbij genoemd waarom CEO’s in toenemende mate worden aangesproken op niet-integer handelen:
– het vertrouwen van het publiek is sinds de financiële crisis in 2008 afgenomen
– de massale kritiek is in tal van landen omgezet in wet- en regelgeving
– ondernemingen streven vaker naar groei in landen met grotere ethische risico’s
– digitale communicatie brengt ethisch wangedrag onweerlegbaar aan het licht
– financiële berichtgeving 24/7 zorgt razendsnel voor verspreiding van negatieve informatie

Op landelijk niveau werd de Nationale Politie opnieuw met een schandaal geconfronteerd, nu met de zogeheten ‘voetbalkaartjesaffaire’, mogelijk gesjoemel met kaartjes voor voetbal-wedstrijden en concerten. De unit Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) is hiernaar een omvangrijk integriteits-onderzoek gestart. Als klap op de vuurpijl hangt een Amsterdamse politiecommissaris vervolging wegens verduistering boven het hoofd. Dat komt dan bovenop de affaires met politiemensen op verschillende plekken in het land die vervolgd worden voor het lekken van informatie naar criminelen. En wat te denken van politiefunctionarissen die worden verdacht van het geven van een voorkeursbehandeling voor autobedrijven in ruil voor persoonlijk gewin, om nog maar te zwijgen van de voorzitter van de COR, de Centrale Ondernemingsraad die overal met geld smeet. Het onderzoek hiernaar is bijna klaar.
Integriteitszaken zijn ook bij sportkoepel NOC*NSF actueel geworden door de ophef rond het bestuurslid Camiel Eurlings die een schikking had getroffen met zijn ex-vriendin wegens mishandeling. Ook het nieuws over seksuele intimidatie en misbruik in de sport vormde de aanleiding voor aanscherping van aandacht voor integer gedrag.
Op bestuurlijk niveau is tevens het nodige gaande blijkens onderzoeken door provincies en gemeenten. De laatste jaren stijgt het aantal onder-zoeken naar integer handelen door provincies: in 2012 waren dat er acht, maar vorig jaar was dit al gestegen naar negentien. In die vijf jaar werden 66 onderzoeken uitgevoerd en werden 42 daadwerkelijke integriteits-schendingen geconstateerd, waarbij Noord-Holland met 21 onderzoeken koploper was. De integriteitskwesties die het vaakst onderzocht werden, draaien om fraude en corruptie (21) en belangenverstrengeling (18). Daarna volgen plichtsverzuim (9) en misbruik van provinciale middelen, zoals een OV-kaart van de werkgever (8). Wat opvalt is dat provincies de laatste jaren dit soort onderzoeken steeds vaker laten uitvoeren door externe bureaus, terwijl men dat daarvoor doorgaans in eigen beheer deed. Dat leverde het volgende plaatje op: aan de twintig externe onderzoeken gaven de provincies de afgelopen vijf jaar ruim 1,1 miljoen euro uit. De andere 46 werden intern uitgevoerd. De keuze tussen intern of (duur) extern hangt af van de aard van de schending. Zaken die politiek gevoelig liggen, worden over het algemeen uitbesteed om verwijten te voorkomen dat men bevooroordeeld is.
De toename van dit soort onderzoeken en de negatieve uitkomsten ervan, wekt de indruk dat bestuurders, ambtenaren en politici steeds minder integer gedrag vertonen. “Dat is slechts schijn”, aldus Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde aan de Vrije Universiteit. Hij wijst daarbij op de ‘integriteitsparadox’: hoe meer aandacht er is voor integriteit, des te meer onderzoeken volgen. Dat is het zichzelf versterkende effect van integriteitsonderzoek. Wat verder meespeelt is dat er overal steeds gedetailleerdere klokkenluiders-regelingen zijn gekomen waarbij ambtenaren misstanden anoniem kunnen melden.
Ten slotte laten ook gemeentebesturen vaker onderzoeken uitvoeren naar integriteitsschendingen, aldus prof. Hans van den Heuvel, em.-hoogleraar aan de VU in Amsterdam. Volgens hem gaat het dan vaak niet om feitelijke schendingen, maar om vermoedens die opgehelderd moeten worden: “Ook het gedrag van raadsleden wordt kritisch gevolgd en dat is een goede zaak”, aldus Van den Heuvel. “Gemeenten reageren tegenwoordig alerter op signalen uit de organisatie en de samenleving. De ene bestuurder pakt dat gemakkelijker op dan de andere, wat niet alleen te maken heeft met een goed ontwikkeld integriteits-gevoel, maar ook met lef, met ‘doorpakken’.

Tot zover een overzicht wat er op het gebied van integer handelen in de afgelopen anderhalve maand allemaal gepubliceerd werd. Integriteit is allang geen modeverschijnsel meer, zij is niet meer weg te denken uit onze samenleving van hoog tot laag, van groot tot klein, van schoonmaker tot CEO. Iedereen krijgt er ooit direct of indirect mee te maken en dat is pure winst.

Job de Haan, redacteur Integriteit.nl

Het OM zet zichzelf in de beklaagdenbank

Het persbericht van het Openbaar Ministerie (OM) bevatte slechts vijf zinnen, maar kon het explosieve karakter van de mededeling niet verhullen; of het was misschien juist een uiting ervan. Een week geleden bracht dat OM een ontucht- schandaal in eigen gelederen naar buiten met ‘een hoge leiding- gevende’ in de hoofdrol. En zoals dat gaat in onze mediacratie wordt al snel duidelijk dat het hier gaat om Mr. Vincent L., die nog geen jaar geleden is bevorderd tot plaats- vervangend hoofdofficier van het Functioneel Parket. Dat Parket is verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude. L. zou volgens de aanklacht tegen betaling seks hebben gehad met een minderjarige jongen. Daarom is tegen hem een straf- rechtelijk onderzoek gestart en hangende die procedure is en blijft hij geschorst totdat duidelijk is of hij wel of niet zal worden vervolgd. Overigens is hij inmiddels weer op vrije voeten omdat de kans op herhaling door de rechter-commissaris als nihil wordt beschouwd; maar hij blijft verdachte.

Het OM is door de zaak in grote verlegenheid gebracht omdat men daar de laatste jaren actief jacht maakt op mannen die betalen voor seks met minderjarigen. Zo eiste het OM hoge celstraffen in de zogeheten Valkenburgse zedenzaak uit januari 2015, waarin een 16-jarig meisje gedwongen werd tot seks met tientallen mannen. “Deze zaken moeten ook een preventieve werking hebben”, zo verklaarde advocaat-generaal Hans Pieters van het OM indertijd. Maar de aanhouding van zijn collega Vincent L. ruim twee jaar later steekt daarbij extra schril af.
Scheidend OM-topman Herman Bolhaar is geschokt over de arrestatie van zijn hoofdofficier: “De hele zaak ligt mij als een steen op de maag. Dit raakt direct aan onze professionaliteit en verantwoordelijkheid. Het Openbaar Ministerie en zeker de leidinggevenden behoren een voorbeeldfunctie vervullen. Zedenzaken zijn voor ons een speerpunt, zeker als er minder- jarigen bij betrokken zijn. We nemen deze kwestie zeer hoog op.” Ook collega’s bij het Functioneel Parker zijn zwaar aangeslagen door de verdenking van hun baas. Niemand had ook maar enig vermoeden dat deze ambitieuze jurist zich met dit soort zaken inliet. “Vincent had hier een glansrijke carrière in het verschiet. Ik snap niet dat hij dat allemaal op het spel heeft gezet”, aldus een collega. Maar er heerst ook boosheid op het kantoor aan het IJdok in Amsterdam, omdat hun baas mogelijk de organisatie met zijn gedrag heeft beschadigd. Die gevoeligheid voor dit onderwerp heeft ook alles te maken met het zogeheten Rolodex-onderzoek uit de jaren 1997-1998. Daarbij kwamen drie hoofdofficieren in beeld omdat zij mogelijk betaalde seks hadden gehad met minderjarige jongens. Die zaak is vooralsnog geseponeerd, maar tegen een bepaalde hoofdofficier is destijds wel rapport opgemaakt en geen van de drie hoofdofficieren werkt nu nog bij het OM.

Reactie Job de Haan Integriteit.nl: Hoe pijnlijk de kwestie ook is voor het OM, het is ook goed om de zaak in perspectief te zien. Men neme een organisatie waar circa vijfduizend mensen werken. Net als in ieder bedrijf worden hier grote en kleine fouten gemaakt. De meeste daarvan worden, net als elders, intern onderzocht en opgelost. Bij het Openbaar Ministerie is dat anders geregeld. Juist vanwege de belangrijke en gevoelige taak van dit overheidsorgaan is men sinds 2012 precies bij gaan houden wie van de medewerkers in de fout ging.
Deze meldingen worden gedaan in het kader van het OM-integriteitsbeleid dat erop gericht is de alertheid en meldings- bereidheid van OM’ers bij integriteits- kwesties te vergroten. Volgens de laatste rapportage, begin dit jaar, van het Bureau Integriteit OM, leverde dat in vier jaar tijd 137 meldingen op, waarbij in 117 gevallen een sanctie is opgelegd. In acht gevallen in drieënhalf jaar betrof dit officieren van justitie. De meeste medewerkers hebben een mondelinge dan wel schriftelijke berisping gekregen; die laatste kan een belemmering zijn bij het maken van promotie. Het gaat over medewerkers van hoog tot laag van officieren tot stagiaires en van lichte vergrijpen – het niet-registreren van vrije dagen – tot aanklagers die ernstig hun boekje te buiten gaan, zoals dronken op de zitting verschijnen. Die laatste categorie is de meest zorgwekkende als het gaat om de geloofwaardigheid van het OM. “Zij hebben een voorbeeldfunctie. Zij klagen mensen aan. Zij eisen straffen. Wanneer zijzelf de mist ingaan is dat echt heel vervelend”, aldus Kitty Nooy, hoofd van het Bureau Integriteit Openbaar Ministerie. Overigens wordt vervolging voor interne misstanden zelden ingesteld omdat er geen sprake is van een strafbaar feit, wel van verwijtbaar handelen. Tot zover het meer algemene beeld tot en met 2016. Maar met de aanhouding van plaatsvervangend hoofdofficier Vincent L. is er sprake van een overtreffende trap als het gaat om de ernst van het (zeden)delict. Men heeft immers al een dubieuze geschiedenis op dit punt en in de Valkenburgse zedenzaak is men al eens keihard opgetreden, met de rechtvaardiging dat van de hoge eisen preventieve werking zou uitgaan. Met de affaire Vincent L. staat de geloofwaardig- heid van het OM zelf op het spel. Daarom is het volkomen juist dat men hier direct openheid van zaken over heeft gegeven en hopelijk zelfs maar de schijn van een doofpot zal willen vermijden. Geen enkele organisatie, zeker niet van een dergelijke omvang, kan garanderen dat iedere werknemer zich gedraagt zoals het behoort, maar elk geval is er één en hoe ernstiger het vergrijp, des groter de schade. Het OM zal zich hard moeten inspannen om het geschonden vertrouwen te herstellen.

VVD: “Sorry seems to be the hardest word”

Aldus de titel van een song van Elton John uit 1976 waarin hij een verbroken liefdesrelatie bezingt, maar de woorden zijn tegenwoordig ook politiek toepasselijk; waarover later meer. Aanleiding is de Politieke Integriteitsindex 2016 (PI-Index) die Vrij Nederland voor de vijfde keer publiceert en wat blijkt: ook vorig jaar scoorde de VVD net als de vier jaren daarvoor de meeste schandalen. Bij die partij kwamen vijftien nieuwe integriteitsaffaires in het nieuws. Het CDA had er vier, de PvdA drie, D66 vijf. Overigens moet daarbij wel vermeld worden dat de VVD landelijk ook de meeste bestuurders kent. Het totaal aantal kwesties bij alle politieke partijen kwam uit op 46. Dat is lager dan voorgaande jaren: 67 in 2015, 49 in 2014 en 64 in 2013.

Daaruit concluderen dat er sprake is van een dalende trend zou te ver gaan, want daarvoor bestaat de Index nog te kort. Wel is tot nu toe vast te stellen dat het van jaar tot jaar nogal schommelt; soms meer, soms minder. Het zou kunnen dat het relatief lage aantal affaires in 2016 te maken heeft met het feit dat er vorig jaar helemaal geen Kamer- of gemeenteraadsverkiezingen zijn geweest noch voor de Provinciale Staten. Wanneer er een vlekje aan politici zit, dan komt dat vaak vlak voor of na de verkiezingen aan het licht, wanneer ze ineens landelijk in het nieuws komen. Nieuwsgierige journalisten gaan dan spitten in het verleden en voormalige studiegenoten, collega’s of buren melden zich met schandalen die de kandidaat niet had gemeld bij de partij. Als de meeste rotte appels uit de boom zijn geschud, wordt het de jaren daarna rustiger.
Naast de VVD had ook D66 weer een slecht jaar op integriteitsgebied. De Democraten zijn traditioneel brave politici met weinig affaires: sinds 1980 werden er 21 genoteerd, tegen de VVD 106, CDA 83, PvdA 70. Maar de laatste jaren gaat het opmerkelijk vaak mis, ook met opvallend rare schandalen. In 2015 hadden ze negen affaires, waaronder het bizarre verhaal van Marc-Jan Ahne, de burgemeester van Ommen, die op heterdaad werd betrapt bij een greep in de kassa. In 2016 had D66 vijf affaires. Twee D66’ers moesten aftreden wegens ontucht met minderjarigen. En in Eemnes werd het raadslid Ed van der Vaart, door de politie opgepakt wegens bedreiging en mishandeling. Diverse slachtoffers deden aangifte. D66 Eemnes zette hem direct uit de fractie.
Terug naar de woorden van Elton John. VVD-ers tonen zich zelden schuldbewust en blijven vechten, ook in de publiciteit. Ze gaan ook vaak in hoger beroep, waardoor de hele rel nóg een keer langskomt. Geruchtmakend was het proces tegen Jos van Rey, senator en voormalig VVD-wethouder in Roermond, en Tilman Schreurs, eveneens voormalig VVD-wethouder daar. Zij werden in juli veroordeeld: Schreurs werd schuldig verklaard zonder strafoplegging, Van Rey werd veroordeeld tot 240 uur taakstraf wegens corruptie en het lekken van vertrouwelijke informatie over de burgemeestersbenoeming in Roermond. Met zoveel slepende affaires is het niet vreemd dat er in het zicht van de verkiezingen altijd wel eentje oplaait. Bas Haan, de Nieuwsuur-journalist die steeds nieuwe feiten in de bonnetjesaffaire onthult, heeft erop gewezen dat de VVD’ers in de top van het ministerie ook flink tijdrekken met antwoord geven op zijn vragen. Elk detail van de Teeven-deal moest eruit gesleurd worden door journalisten, onderzoekscommissies en oppositiepolitici. Ook daardoor blijft het schandaal maar etteren.
Wat valt er te leren van vijf jaar onderzoek naar de politieke integriteit in Nederland? De laatste jaren schommelt het aantal affaires op de Politieke Integriteits-Index tussen de 46 en 67 per jaar. Nederland telt alles bij elkaar op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau bijna 12.000 gekozen volksvertegenwoordigers en bestuurders. De bulk daarvan – bijna 11.000 – zit bij gemeentes. Zo bezien gedraagt de overgrote meerderheid zich keurig en gaat slechts een minuscule minderheid de mist in. Niettemin: elke affaire is er één te veel, want het schaadt het ambt van politicus. Nederland scoort ook elk jaar goed op de wereldwijde ranglijst van corrupte landen van Transparancy International. De PI-Index laat inderdaad zien dat we relatief weinig gevallen hebben van corruptie (waaronder ook vriendjespolitiek en nepotisme vallen: Tichelaar!) – veertig sinds 1980. Toch zegt dat niet alles. Corruptie is lastig aan te tonen: een slimme politicus die het niet te opzichtig speelt, kan er gemakkelijk mee wegkomen. Dat Jos van Rey tegen de lamp is gelopen, komt vooral door vasthoudende onderzoeksjournalisten. Het goede nieuws is dat Nederland veel strenger is geworden. Joep Galiart, die in 1980 als eerste Limburgse burgemeester werd veroordeeld wegens fraude, trad na zijn veroordeling niet af maar werd later eervol ontslagen. Piet van Zeil kwam als staatssecretaris van Economische Zaken regelmatig in opspraak, omdat hij bijvoorbeeld zijn huis gratis liet opknappen door werknemers van een woningbouwvereniging waar hij commissaris was. Maar hij kwam er zonder kleerscheuren vanaf, terwijl dat onder de huidige omstandigheden ondenkbaar zou zijn. Aandacht voor integriteit moet echter ook weer niet doorschieten in ‘integritisme’ door op elke slak zout te leggen. Als politici (zoals Mark Rutte) helemaal niets meer declareren om elk mogelijk gezeur voor te zijn, schieten we door. Daarom komt ook lang niet elke rel op de PI-Index. Alleen die schandalen worden daarin opgenomen als ze ook werkelijk iets om het lijf hebben.

De Politieke Integriteits Index (PI Index) wordt sinds 2013 samengesteld door Bart de Koning (in samenwerking met Vrij Nederland), Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde aan de VU en Muel Kaptein, hoogleraar integriteit aan de Erasmus Universiteit.

Screening kandidaten politieke partijen harde noodzaak

Als zich bij jouw partij een kandidaat volksvertegenwoordiger aanmeldt, is het van uiterst wenselijk tot onontbeerlijk dat deze van onbesproken gedrag is. Dat wil zeggen: hij heeft zelf of zijn naaste omgeving geen crimineel verleden, in zijn cv staan geen zaken opgenoemd die niet kloppen, hij liegt niet over zijn arbeidsverleden of diploma’s, heeft geen verslavingsprobleem enz. De vraag is hoe een partij er achter kan komen of iemand politiek gesproken ‘brandschoon’ is. Uit een recente representatieve steekproef van NRC blijkt dat een onder gevestigde en nieuwe partijen voor de Tweede Kamer daar nauwelijks onderzoek naar wordt gedaan.

Het enige dat men verlangt is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en een paar stevige sollicitatie- gesprekken. Alleen VoorNederland (VNL) schakelde voor 40.000 euro een bedrijfsrecherchebureau in om twaalf kandidaten door te lichten, op grond waarvan er twee afvielen. De reden dat andere partijen dit niet doen is volgens eigen zeggen: ‘te duur’ of ‘overbodig’. Toch is  zo’n controle de moeite en de kosten waard: De afgelopen vier jaar vertrokken vijf Tweede Kamerleden na fraude of wangedrag, acht splitsten zich af van bestaande partijen en ‘roofden’ een zetel van hun eigen partij, omdat ze lid bleven van het parlement onder hun eigen naam. Dat is niet iets waar politieke partijen op zitten te wachten. En daar bovenop kwam ook nog een waarschuwing van de Nationaal Coördinator Terrorisme- bestrijding als zou Rusland proberen om politici in Nederland te beïnvloeden. Maar niet alleen landelijke partijen zijn gebaat met kandidaten die op alle niveaus van onbesproken gedrag zijn, dat geldt evenzeer voor de lokale politiek. Het is dan ook een frappant dat terwijl de partijen hun kandidatenlijsten voor het parlement voor één februari moesten inleveren, het ministerie van Binnenlandse Zaken twee weken later naar buiten komt met de Handreiking integriteitstoetsing kandidaten voor decentrale politieke partijen.

De handreiking heeft tot doel “om de kwaliteit van de integriteitstoetsing van kandidaten voor volksvertegen- woordigende en bestuurlijke functies te verbeteren”, zoals verantwoordelijk minister Ronald Plasterk schrijft. Zij bevat een handzame toolbox, een overzicht van methoden die de wervings- en selectiecommissies van politieke partijen kunnen benutten bij het toetsen van de integriteit van en het verbeteren van het bewustzijn over de integriteitsrisico’s bij potentiële kandidaten. Dit gaat onder meer om een leidraad integriteit ten behoeve van selectiegesprekken en zogeheten dilemmakaarten integriteit politieke ambtsdragers.

Reactie Job de Haan Integriteit.nl: Het screenen en doorlichten van kandidaten is een even noodzakelijke als precaire aangelegenheid. Om bij dat laatste aan te sluiten: politiek bedrijven is intensief met gelijkgestemden samenwerken voor de idealen die je met elkaar deelt. Sleutelwoord daarbij is: vertrouwen. Screening, controle, doorlichten zijn begrippen die juist op gespannen voet staan met dat vertrouwen. Wie de kandidaat niet alleen op zijn of haar woord gelooft – wat politiek gesproken verstandig mag zijn – loopt het risico dat de kandidaat zich geschoffeerd en onheus behandeld voelt. Het gaat hierbij dus om het goede evenwicht te vinden tussen wat schadelijk voor de partij zou kunnen zijn of schadelijk voor de omgang met de beoogde vertegenwoordiger. Eén zo’n netelige kwestie die zich in dat verband aandient, is die van de neven- functies van een kandidaat voor de gemeenteraad of kandidaat-wethouder/ burgemeester. Afgelopen week publiceerde De Groene Amsterdammer een onthullend onderzoek onder alle gemeenten in Nederland waarvan ruim 80% antwoord gaf op de bijbanen van de gemeentelijke bestuurders. Dan blijkt: Burgemeesters hebben gemiddeld 8,6 bestuurlijke bijbanen en dan gaat het om bijbanen die ambtshalve uit hun functie voortvloeien. Dan valt te denken aan het voorzitterschap van een veiligheidsregio of het beschermheerschap van de lokale sportclub. Dan hebben burgemeesters ook gemiddeld 3,6 bijbanen in privé-tijd. De doorsnee wethouder heeft ambtshalve 5,1  nevenfuncties en 1,3 bijbanen op persoonlijke titel. Eén op de tien voltijdwethouders heeft een of meer betaalde bijbanen, tegenover een kwart van de burgemeesters. Laatstgenoemden verdienden daarmee een totaalbedrag van ruim één miljoen euro, de wethouders met een voltijd dienstverband verdienden bij elkaar voor 3,5 ton bij. Zulke getallen geven al snel een negatieve indruk die op zich niet terecht is, zoals bestuurskundige Marcel Boogers van de Universiteit Twente stelt: ‘Nevenfuncties geven toegang tot nieuwe netwerken en bieden ontwikkelmogelijkheden. Dat kan de bestuurlijke taken ook juist ten goede komen. Bovendien verkleint het de kans dat ontslagen bestuurders lang gebruik moeten maken van wachtgeldregelingen omdat ze geen nieuwe baan vinden.’ Ook moeten burgemeesters en wethouders sinds 2010 jaarlijks hun neveninkomsten doorgeven aan het ministerie van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties (BZK). Ambtenaren op het ministerie controleren of ze niet meer dan veertien procent van hun bestuurderssalaris bijverdienen. Komen ze daarboven dan worden ze extra aangeslagen. De meeste burgemeesters hebben betaalde bijbanen bij organisaties in de semi-publieke sector (69 procent), gevolgd door het maatschappelijk middenveld (13 procent) en de private sector (18 procent). Vaak gaat het om toezichthoudende functies, vooral de zorgsector is populair. Een kwart van de betaalde bijbanen vervullen burgemeesters bijvoorbeeld als toezichthouder van een ziekenhuis of verslavingszorginstelling.

Toch leveren de getallen en percentages een voorstelbaar beeld op wanneer ingezoomd wordt op concrete casussen. CDA-burgemeester Ton Rombouts van Den Bosch is niet alleen de langst zittende burgemeester van het land, maar ook de grootverdiener onder zijn beroepsgroep. Hij ontving 84.870 euro aan salaris en vergoedingen. Burgemeester Toon van Asseldonk van Overbetuwe had de lucratiefste bijbaan onder de burgemeesters. Als penningmeester van de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen in Willemstad ontving hij 30.000 euro. Hier een staatje over de lokale bestuurders met de meeste nevenfuncties:

Aantal bijbanen burgemeesters:

Eindhoven, Rob van Gijzel* (PvdA)       61
Rotterdam, Ahmed Aboutaleb (PvdA)   61
Maastricht, Onno Hoes* (VVD)             47
Kerkrade, Jos Som (CDA)                      45
Utrecht, Jan van Zanen (VVD)              43
* inmiddels afgetreden

Aantal bijbanen wethouders:

Venray, Jan Loonen (CDA)                   71
Lingewaal, Griedo Bel (PvdA)              33
Deventer, Liesbeth Grijsen (Lokaal)    30
Echt-Susteren, Geert Frische (CDA)    29
Sittard-Geleen, P. Meekels (GOB)       29

1234510

Twitter / Facebook

Om op de hoogte te blijven van integriteit in het nieuws en mee te praten over het onderwerp kunt u ons volgen op Twitter via @integriteitnl of like onze Facebookpagina.

Contact

© 2018 Integriteit.nl