Wethouder en college Woerden de fout in

“Alles overwegend is oud-wethouder Bob Duindam inconsequent geweest in zijn handelwijze. Met zijn handelen heeft hij laten zien dat hij op sommige momenten aandacht had voor integriteit en zich bewust was van (de schijn van) belangenverstrengeling en bevoordeling die kon ontstaan. Op andere momenten was de heer Duindam hier niet alert op en handelde hij in strijd met de gedragscode integriteit. (…) Het college is op een enkel onderdeel onvoldoende alert geweest ten aanzien van de betrokkenheid van de heer Duindam bij besluitvorming over GemBoxx.”

Zo luidt de conclusie van het onderzoek dat Bureau Berenschot uitvoerde in opdracht van de Woerdense gemeenteraad dat nu naar buiten is gebracht. Gemboxx is een bedrijf dat betrokken raakte bij een ICT-project van de gemeente Woerden. Duindam was voordat hij in 2012 wethouder werd aandeelhouder bij Gemboxx en stelde bij zijn benoeming dat hij afstand zou doen van zijn aandelen. In 2014 had hij dat voltooid. Uit het onderzoek van Berenschot blijkt echter dat er geen opgave is gedaan van de achtergestelde startlening van Duindam aan het bedrijf, ter waarde van 25.000 euro en verschillende andere leningen van in totaal 9800 euro.
Daarnaast had Duindam als wethouder ook nog aandelen in het bedrijf Innovum. Berenschot: ‘Gezien de sterke banden die Innovum heeft met GemBoxx, komt de aanschaf van aandelen Innovum niet overeen met de toezegging aan de raad van de heer Duindam dat hij de banden met GemBoxx beëindigt. Door het niet melden van de aandelen Innovum heeft de heer Duindam geen inzicht gegeven in zijn handelen en zijn beweegredenen daarbij. De heer Duindam heeft in onze optiek in dezen onvoldoende openheid betracht en gehandeld in strijd met het normenkader, ook al heeft hij de aandelen slechts twaalf dagen in zijn bezit gehad.’
Berenschot concludeert dat Duindam niet altijd consequent is geweest als het gaat om (de schijn van) belangen- verstrengeling en de gedragscode integriteit. Maar ook het college gaat volgens Berenschot niet vrijuit: ‘Het is een besluit geweest van het college om de heer Duindam aan te wijzen als bestuurlijk opdrachtgever voor de ICT-coöperatie die in samenwerking met GemCloud werd opgericht. Men had de verantwoordelijkheid om hier alert op te zijn en zo te voorkomen dat hij portefeuillehouder werd. Te meer omdat de heer Duindam enkele maanden eerder zich in het college had onthouden van beraadslaging waar het GemBoxx betreft.’ Hoewel het college van Woerden vertrouwen bleef houden in wethouder Duindam, was het zijn eigen partij D66 die hem niet langer wilde steunen, waarop Duindam zijn consequenties trok en eind vorig jaar aftrad.
Update: inmiddels heeft de gemeenteraad van Woerden het rapport Berenschot besproken en in meerderheid ingestemd met het besluit van het college van B&W om de analyses en aanbevelingen over te nemen. Daarnaast is besloten de benoemingsprocedure voor wethouders aan te scherpen.

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:    Bij deze kwestie vallen twee zaken op. Ten eerste dat de gemeente Woerden de hele affaire hoog opnam en een onafhankelijk bureau inschakelde om alles grondig uit te zoeken. Dat getuigde van gevoeligheid voor en het grote belang dat men hecht aan integer bestuurlijk handelen, ook al was de wethouder in kwestie al afgetreden. Des te opmerkelijker omdat er geen verdenking was van fraude, corruptie of machtsmisbruik. Ook (ex-)wethouder Duindam leek zijn verantwoordelijkheid te hebben genomen op het punt van (de schijn van) belangenverstrengeling en de gedragscode integriteit door afstand te doen van zijn aandelen in Gemboxx. Het tweede dat in het oog springt is dat Duindam – en met hem het hele college – dacht dat hij met het afstoten van zijn aandelen voldoende tegemoet gekomen was aan de gemeentelijke code Goed Bestuur. Maar het over het hoofd zien van een aantal leningen bij Gemboxx en het in bezit hebben van aandelen van Innovum dat sterke banden heeft met Gemboxx, toont aan dat integriteit meer is dan een gebaar van goede wil. Hier gaat toch weer het adagium van oud-minister Ien Dales op die ooit zei: “Een beetje integer bestaat niet”. Integriteit moet van binnenuit komen, het moet onlosmakelijk onderdeel zijn van het bestuurlijk handelen en niet iets voor de bühne. Dat Duindam die mentaliteit zich nog niet eigen had gemaakt blijkt uit zijn reactie op eerdere beschuldigingen aan zijn adres: “Ik heb niet altijd even handig geopereerd door de Volkskrant te woord te staan of de televisie, maar dat doe ik omdat de zaak mij aan het hart gaat. De aantijgingen gaan over mij, een onbeduidend radertje in een gemiddelde gemeente, maar ze gaan over iets dat veel groter is. Er kunnen daadwerkelijk honderden miljoenen euro’s uit de gemeentelijke ICT vrijgemaakt worden.” Door zichzelf zo klein te maken en zijn rol als bestuurder te bagatelliseren, gaf Duindam er blijk van – en met hem B&W Woerden – niet aan te voelen en te begrijpen waar het bij integer bestuurlijk handelen om draait. Duindam was zich zelfs zo van zijn onschuld bewust dat hij om een onderzoek naar zijn handelwijze vroeg. Dat heeft hij nu gekregen en de uitkomst is een krachtig leermoment voor Duindam en heel gemeentelijk Woerden.

Twente koploper integriteit: goed of fout?

Uit een recente rondgang langs gemeenten in de Twentse regio blijkt dat er de afgelopen drie jaar 37 gemeenteambtenaren zijn bestraft omdat ze zich niet aan de interne regels hadden gehouden. Regionale koplopers zijn Enschede (±160.000 inw.) en Hellendoorn (± 35.00 inw.). In Enschede misbruikten vijftien ambtenaren hun positie voor onder meer geldelijk gewin of oneigenlijk gebruik van gemeentelijk materiaal. “Goede” tweede is Hellendoorn dat ruim vier keer kleiner is dan Enschede maar wel zeven ambtenaren in de afgelopen drie jaar heeft gestraft. Dat steekt nogal af bij Haaksbergen, Losser, Twenterand en Berkelland die in dezelfde periode geen enkele melding hadden.

In Hellendoorn bestonden de vergrijpen uit het schenden van de privacy regels, het niet nakomen van beloftes en frauderen met declaraties, klok- en werktijden. Drie ambtenaren kregen hiervoor een officiële berisping, twee zijn teruggezet in een lagere functie en twee gemeenteambtenaren zijn ontslagen. Overigens maakte Hellendoorn de fraudegevallen niet uit zichzelf bekend omdat met de betrokken ambtenaren geheimhouding was afgesproken, maar het nieuws lekte desondanks uit. Dit tot tevredenheid van Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde aan de VU, gespecialiseerd in integriteit bij de overheid en in het openbaar bestuur. Huberts zou het toejuichen als gemeenten juist actief zouden zijn in het bekendmaken van schendingen van integriteit. “Amsterdam deed dit in het verleden ook, het getuigt van moed en zelfvertrouwen over het eigen integriteitsbeleid om zelf met zulk nieuws naar buiten te komen. Gemeenten hoeven niet bang te zijn dat burgers hun vertrouwen in het ambtenarenapparaat verliezen, want fraude valt nu eenmaal niet te voorkomen. Het gebeurt overal. Bovendien blijkt uit onderzoek dat burgers, anders dan bij landelijke politici, best tevreden zijn over hun lokale ambtenaren”, aldus Huberts. Hoe omvangrijk fraude landelijk is bleek uit een enquête van de VU in Amsterdam uit 2014 waaruit blijkt dat een kwart van de 7.315 ondervraagde ambtenaren ooit een misstand heeft geconstateerd.

Overigens blijkt uit recent onderzoek dat rijksambtenaren er ook wat van kunnen. Zo liepen afgelopen jaar ruim 200 foute medewerkers bij de Belastingdienst tegen de lamp. Daar werken, inclusief de douane, ongeveer 30 duizend ambtenaren. De 227 geconstateerde ‘schendingen van integriteit’ variëren van regelrechte fraude of lekken van vertrouwelijke informatie tot diefstal van kantoor- materiaal. De meesten kregen een schriftelijke berisping of moesten vakantiedagen inleveren. Bij 28 ambtenaren was het vergrijp zo ernstig, dat zij werden ontslagen. Volgens de Belastingdienst is het grote aantal incidenten toe te schrijven aan de strenge regels die de dienst hanteert, waarbij ook gekeken wordt of iemand zijn privéleven financieel op orde heeft.

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:  Het is altijd goed wanneer over aantallen schendingen van integriteit bij de overheid wordt gepubliceerd: transparantie voorop. Maar cijfers moeten wel in een context geplaatst worden, want op zich zeggen zij niet zoveel. Moet je bijvoorbeeld uit de genoemde voorbeelden van Enschede en Hellendoorn met bijna veertig vergrijpen concluderen dat de ambtenaren daar minder integer zijn dan in de omliggende gemeenten zonder meldingen? Je kunt met even goede argumenten het tegenover- gestelde beweren. Immers, wie niet let op schendingen van integriteit zal altijd op nul gevallen uitkomen en juist wie daar scherp op is, zal hoge aantallen halen.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) meldt dat de meeste gemeenten heel actief beleid voeren op integriteit. “Het gaat niet altijd over hele duidelijke zaken, soms ligt het niet zo zwart-wit”, aldus een woordvoerder. “Integriteit bij de overheid is ook een kwestie van tijdsgeest, wat vroeger wel kon, kan nu misschien niet meer. De woordvoerder pleit dan ook voor communicatie en trainingen over dit onderwerp. “Het kan zijn dat je als ambtenaar heel goed weet hoe de theorie bij integriteit is, maar wanneer je er in de praktijk mee geconfronteerd wordt, je er toch niet meer zo zeker van bent”.

Voor het door de VNG bepleite volgen van trainingen voor ambtenaren verwijs ik graag naar de informatie hierover op onze website.

Straffeloos klokkenluiden mag straks?

Wie als werknemer in zijn bedrijf, organisatie of instelling het vermoeden van een misstand meldt, mag daarvoor door zijn werkgever niet worden gestraft. Dat is de kern van de Wet Huis voor Klokkenluiders die eindelijk na goedkeuring in de Tweede Kamer nu ook door de Eerste Kamer is aangenomen, nadat de Eerste Kamer de stemming daarover aanvankelijk had aangehouden omdat de senatoren nog teveel vragen hadden. De kerntaken van dit Huis zijn: rechtsbescherming voor klokkenluiders zoals een ontslagverbod en onderzoek naar meldingen van misstanden.

Wil een werknemer onder de regeling vallen, dan moet hij wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Hij of zij dient “te goeder trouw en naar behoren” het vermoeden van een misstand te melden en in dat geval mag zijn werkgever hem of haar tijdens en na behandeling van de klacht niet benadelen, laat staan ontslaan. De werkgever mag ook niet straffen door hem bijvoorbeeld vervelend te werk te laten doen of uit te zonderen van promotie. Wel moet de melding het individuele belang overstijgen, zoals gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid van personen of het milieu. Ook vermoedens van fraude of corruptie binnen een onderneming vallen onder de wet. Verder bepaalt de wet dat het niet uitmaakt of de melding intern bij de betrokken organisatie zelf is gedaan, bij de betrokken toezicht- houder of al meteen bij het Huis voor Klokkenluiders. Ten slotte zal iedere werkgever die meer dan vijftig mensen in dienst heeft, moeten zorgen voor een interne meldregeling.

Al met al is daarmee een einde gekomen aan een politieke discussie die vier jaar geleden begon. in mei 2014 was de Eerste Kamer nog lang niet zover en had men voornamelijk kritiek. Ook het kabinet en de werkgevers zaten toen niet te wachten op zo’n nieuwe beschermings- constructie voor melders van misstanden. Daarom zagen de zeven initiatiefnemers, waaronder SP, PvdA, D66, GoenLinks en de ChristenUnie, zich genoodzaakt het voorstel in sterk aangepaste vorm opnieuw in te dienen. Per 1 juli gaat de wet in praktijk gebracht worden en is daarmee de eerste in zijn soort in Europa. Toch moet er in de praktijk nog veel uitgewerkt worden. Onduidelijk is nog hoeveel ondersteuning de vijf leden van het Huis krijgen en waar die zich gaan vestigen. Ook wat betreft de kosten is er nog een groot gat tussen de vier ton die minister Plasterk van Binnenlandse Zaken, waaronder het Huis valt, er jaarlijks voor uittrekt en de drie miljoen die de initiatiefnemers aan jaarlijkse kosten hebben beraamd.

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl: Hoe fraai en terecht de nieuwe klokkenluidersregeling op papier ook lijkt, de praktijk zal straks een stuk weerbarstiger zijn. Wie een misstand meldt stuit vaak op een muur van onbegrip. Dit komt omdat het management de misstand bewust onder het vloerkleed wil houden of omdat de organisatie overheerst wordt door een angst- en intimidatie-cultuur. Dat laatste moet ervoor zorgen dat kritische werknemers de mond gesnoerd wordt. Meest recente voorbeeld is de zogeheten “Teeven-deal”. De ICT’ers die de opdracht hadden gekregen om met het zoeken naar het afschrift te stoppen, durfden daarmee niet bij de onderzoeks- commissie Oosting voor de dag te komen. Pas via een vertrouwelijk lekken naar Nieuwsuur werd het alsnog bekend. Het valt zwaar te betwijfelen of deze ICT’ers hun melding wel  zouden hebben gedaan als de nieuwe wet al van kracht zou zijn geweest. Immers, een angst en intimidatie cultuur is niet gemakkelijk door wet- en regelgeving te bestrijden. Het is een uitingsvorm van mismanagement die primair door de topleiding en toezichthouder van een bedrijf of instelling bestreden zou moeten worden. En juist die top van een organisatie houdt een dergelijke cultuur vaak bewust in stand.
Weliswaar beschermt de wet de rechtspositie van de klokkenluider op papier, waarmee een ontslag op korte termijn inderdaad kan worden voorkomen, maar het kan absoluut niet verhinderen dat er een totaal verziekte werksfeer voor de klokkenluider ontstaat. En zo’n sfeer leidt vaak alsnog tot een zelf genomen ontslag of tot een arbeidsongeschiktheid welke uiteindelijk kan leiden tot een gedwongen ontslag na 2 jaar ziekte. Ook is het de vraag of de zelfmoord van Arthur Gottlieb begin 2014 met de nieuwe wet in de hand had kunnen worden voorkomen. Hij schreef een zwartboek over misstanden bij de Nederlandse Zorgautoriteit, maar dat was aan dovemansoren besteed. Een onderzoek kwam er wel, maar pas na en door zijn dood. Toch is initiatief- nemer Ronald van Raak (SP) optimistisch: “Het Huis gaat praktisch en mentaal hulp bieden aan klokken- luiders. Het is procesbegeleider en haalt de verantwoordelijkheid van de schouders van de klokkenluider. Vanaf het moment dat iemand binnenstapt, staat hij niet meer alleen.”

Met dank aan Annemarie Kas (NRC) en Antonie Kerstholt (Joop.nl)

Zalig de armen van geest, zij zullen rijkdom beërven

Negenentwintig keer in de laatste vijftien jaar heeft directeur Guus Beumer van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam een door de overheid betaalde opdracht gegeven aan EventArchitectuur; recentelijk nog voor het inrichten van een mode- tentoonstelling. Hij deed dit vanuit verschillende leidinggevende functies. Op zich hoeft daar niets mis mee te zijn, ware het niet dat de directeur van EventArchitectuur, Herman Verkerk, de levenspartner van Beumer is.
Verkerk is niet de enige relatie aan wie Beumer opdrachten heeft gegund. Dat deed hij ook aan zijn twee voormalige zakenpartners, modeontwerpers Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum; tot 2013 was Beumer mede- aandeelhouder van een bedrijf dat hun kledinglijnen verkocht. Zelfs José Teunissen, lid van de Raad van Toezicht van Het Nieuwe Instituut, kreeg van Beumer een betaalde opdracht voor de modetentoonstelling.

Namens Het Nieuwe Instituut verklaarde de voorzitter van de Raad van Toezicht, Koos van der Steenhoven, dat men voor EventArchitectuur had gekozen, “omdat we er voor honderd procent van overtuigd zijn dat er geen betere kandidaat is”. Dat gold ook voor het lid van de Raad van Toezicht José Theunissen, “Zij was de beste”, aldus Van der Steenhoven. Ook cultuur- minister Jet Bussemaker verklaarde dat de gang van zaken “uiterst zorgvuldig” was geweest en wijst erop dat de Governance Code Cultuur is gehanteerd.

Update: Als gevolg van de commotie over het optreden van Guus Beumer en de Raad van Toezicht van EventArchitectuur, heeft deze Raad zelf besloten om een onafhankelijke commissie onderzoek te laten doen naar de gewraakte opdrachten. De commissie staat onder leiding van de stichting Cultuur + Ondernemen, die indertijd de Governance Code Cultuur heeft opgesteld. (20 augustus)

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:
We herinneren ons wellicht nog de ophef die een half jaar geleden ontstond rond Marjolijn Faber, voorzitter van de PVV-fractie in de provincie Gelderland. Bijna achtenhalf duizend euro aan subsidiegeld had zij bij elkaar uitgegeven voor het bouwen van een website aan een bedrijf waarvan haar zoon mede-eigenaar was. De zaak leidde tot grote commotie onder de Statenleden die niet overtuigd werden door het argument van Faber dat haar zoon geen enkele bemoeienis had gehad met de opdracht. Dat argument werd ook in het commentaar op deze website als “niet steekhoudend” terzijde geschoven. Des te opmerkelijker is het dat directeur Guus Beumer met deze handelwijze al vijftien jaar ongestoord zijn gang kan gaan, zijn eigen Raad van Toezicht dit goedkeurt en hieraan meewerkt en zelfs de minister haar fiat geeft. Anders dan bij Faber, die door haar opereren spitsroeden heeft moeten lopen, gaat het hier niet eens om de schijn maar om een structurele vorm van belangenverstrengeling en is het bedrag bij Faber peanuts vergeleken bij wat Beumer in al die tijd heeft gedistribueerd.
Terecht maakte NRC-redacteur Joep Dohmen in NRC.Next de volgende hypothetische vergelijking: “Stel je nou eens voor dat Onno Hoes vorig jaar als burgemeester op kosten van de gemeente Maastricht de opdracht voor een muziekfeest op het Vrijthof had willen geven aan het bedrijf van zijn levenspartner Albert Verlinde. De gemeenteraad zou dat hebben afgeschoten vanwege belangen- verstrengeling.” En dat laatste is hier volop van toepassing ondanks de ironische verwijzing van Bussemaker dat de zorgvuldigheid in overeen- stemming was met de Governance Code Cultuur (de gedragscode voor culturele instellingen) Die code spreekt echter wel over „het vermijden van elke vorm van belangenverstrengeling”. Hoezo “uiterst zorgvuldig”? Hoogstwaarschijnlijk baseert de minister dat oordeel op de rapportage van de Raad van Toezicht, maar die is nu juist in hoge mate medeverant- woordelijk voor de alleszins dubieuze gang van zaken; de slager die zijn eigen vlees keurt.
Het is pijnlijk dat architect Kees van der Hoeven uit Wassenaar deze kwestie in de loop der tijd, meerdere malen en op verschillende plekken heeft aangekaart en uiteindelijk slechts te horen heeft gekregen dat er voor zijn kritiek geen enkele grond bestaat.

Terug naar de feiten: Guus Beumer heeft negenentwintig keer gemeend dat de beste keus voor subsidie- verschaffing evenzovele malen viel op EventArchitectuur van directeur Herman Verkerk met wie hij dagelijks een gezamenlijk huishouden runt. Dat deze geldstroom via het salaris van zijn partner voor een belangrijk deel in datzelfde huishouden terugvloeide, kan niet bestreden worden. Blijft over de rechtvaardigingsredenering: in alle negenentwintig gevallen zou het instituut van zijn levenspartner de beste kandidaat zijn geweest. Wie mild in zijn oordeel wil zijn, concludeert dat Beumer maar liefst negenentwintig keer hiervan zelf overtuigd moet zijn geweest. Noem het naïef. Wie het bestuurlijk gewicht van Beumer incalculeert kan niet anders concluderen dan dat hier zijn geloofwaardigheid ernstig geweld wordt aangedaan en dat hij, zijn Raad van Toezicht en de minister een essentieel uitgangspunt van goed bestuur hebben overtreden: het niet laten verstrengelen van persoonlijke belangen. 

Minister neemt maatregelen na belangenverstrengeling hoogleraar

Minister Edith Schippers van Volksgezondheid heeft een aanbesteding voor het nieuwe bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker voor onbepaalde tijd stilgelegd. Aanvankelijk zou bekend worden welk bedrijf de tests mag leveren voor het onderzoek waarvoor jaarlijks 800.000 vrouwen worden gescreend. Aanleiding is de belangen- verstrengeling van de klinisch patholoog prof. Chris Meijer van het VUMC in Amsterdam, waarover NRC-Handelsblad afgelopen zaterdag berichtte.
Meijer is warm pleitbezorger van het nieuwe onderzoek maar verzweeg dat hij daar ook commerciële belangen bij heeft. De hoogleraar bezat jarenlang aandelen in Delphi Bioscience, dat producten maakt voor het zelfscreenen van vrouwen op baarmoederhals- kanker. Meijer was een belangrijk adviseur van de Gezondheidsraad die in 2011 de minister adviseerde om tot een nieuw bevolkingsonderzoek over te gaan. Momenteel voert Meijer onderzoek uit dat rechtstreeks voortvloeit uit dat advies van de Gezondheidsraad. Voor dat onderzoek onder 18.000 vrouwen, levert biotechbedrijf Diassay de tests waarbij Meijer opnieuw zijn financieel belang verzweeg, namelijk dat hij mede- eigenaar van Diassay is.

De ophef rond Meijer heeft ertoe geleid dat de Federatie Medisch Specialisten en de Nederlandse Vereniging voor pathologie in het geweer zijn gekomen. Zij stellen dat medici en wetenschappers meer informatie moeten verstrekken over hun banden met diagnostische laboratoria. Zij vragen zich tevens af of de regels voor nevenactiviteiten wel streng genoeg zijn. Door de commotie rond Meijer is inmiddels ook een groot wetenschappelijk onderoek onder 30.000 vrouwen in de aanloop naar het nieuwe bevolkingsonderzoek (tijdelijk) stilgelegd. De Gezondheidsraad en VUmc inventariseren intussen Meijers zakelijke belangen. De Ombudsman Wetenschappelijke Integriteit van het ziekenhuis onderzoekt de publicaties van de emeritus-hoogleraar die nog altijd aan het ziekenhuis verbonden is.

Update: Als gevolg van alle publiciteit rond de belangenverstrengeling van Chris Meijer heeft deze zich genoodzaakt gezien op te stappen als lid van de Gezondheidsraad (23 juni 2015).

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:
Opnieuw ligt een sector onder vuur door de beschuldiging van gebrek aan transparantie en (de schijn van) belangenverstrengeling. Toch is het schokkend dat een vooraanstaand wetenschapper en patholoog in de persoon van Chris Meijer jarenlang met meerdere petten op heeft kunnen opereren, waarbij hij zijn status ook geldelijk inzette voor persoonlijk gewin. Opvallend is daarnaast steeds dezelfde reflex bij betrokken maatschappelijke organisaties die steevast roepen om strengere maatregelen. Maar daarmee ontken je de beperkte reikwijdte van regelgeving en wordt ten onrechte vergeten dat hier ook sprake is van een mentaliteitskwestie. Proef bijvoorbeeld de lenigheid en creativiteit van geest die Meijer aan de dag legt om zijn gedrag te rechtvaardigen als hij wordt aangesproken op zijn handelwijze. Delphi Bioscience beschouwt hij als een “belegging” en Diassay als “een privézaak”. Met andere woorden: daar heeft verder niemand iets mee te maken.
Overigens moet gezegd worden dat iedere arts mag bijverdienen. Dat geldt voor de arts uit een maatschap die, fiscaal gezien, ondernemer is evenals voor de arts in loondienst. Maar daar dient wel openheid over gegeven te worden. Er is al een landelijk transparantieregister van de medische sector zelf, maar die gegevens schieten tekort en zijn niet actueel. Ook bestaat er in de wetenschappelijke wereld ‘de code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding van belangen-verstrengeling’. Maar die code staat mede door overheidsbeleid onder druk. De overheid moedigt het vermarkten en te gelde maken van wetenschappelijke vondsten juist aan. Sterker: de academische wereld is voor haar onderzoek steeds afhankelijker geworden van het bedrijfsleven. Daarmee wordt de kans op belangentegenstelling ook groter en juist daarvoor is die medische code in het leven geroepen met de verplichting allerlei privébelangen te melden. De minister heeft nu de aanbesteding van het bevolkingsonderzoek on hold gezet, maar met evenveel reden kun je beweren dat diezelfde overheid de aanjager is geweest van dit soort wangedragingen. En daarnaast geldt ook hier: de (privé)praktijk is sterker dan de leer.

Wiens brood men eet…?

Je kon erop wachten: ook de journalistiek ontkomt niet aan een discussie over ethisch handelen, transparantie en (de schijn van) belangenverstrengeling. Aanleiding is de recente aflevering van Brandpunt waarin presentator Fons de Poel het GroenLinks-kamerlid Jesse Klaver – in 2010 het politiek talent van het jaar – betitelt als “snotneus”, die “die arme commissaris” baron Rik van Slingelandt van ABN AMRO “zo hooghartig” de les las tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamer. Daarmee leek De Poel opzichtig het bestuur van de bank te verdedigen inzake de bonus-kwestie waarbij de Raad van Commissarissen publiekelijk onder vuur was komen te liggen. Het subjectieve commentaar van De Poel kwam in een schril daglicht te staan toen website Joop.nl onthulde dat De Poel in september 2013 nog voor diezelfde ABN AMRO een bedrijfs- talkshow had gepresenteerd. Gezien het dagbedrag waarvoor De Poel in te huren is, moet dat zijn gegaan over een honorarium tot € 5.000. Daarmee is zijn geloofwaardigheid en onafhankelijkheid zodanig onder druk komen te staan dat de leiding van KRO-NCRV zicht genoodzaakt heeft gezien de positie van De Poel ter discussie te stellen. Hoofdredacteur Leo Fijen: “De KRO-NCRV hecht veel waarde aan de journalistieke integriteit van zijn medewerkers. Deze is hiermee in het geding gekomen. Een journalist wordt ongeloofwaardig als hij bericht over bedrijven, waar hij ook commerciële klussen voor uitvoert”, aldus Feijen. De leiding van de omroep beraadt zich dit weekend op de positie van de anchor van Brandpunt. Overigens is De Poel volstrekt niet de enige journalist die ‘schnabbelt’, zoals dat in vakjargon heet. Veel gerenommeerde collega’s bieden hun diensten aan tegen lucratieve honoraria via bedrijven als Speakers Academy en Quality Bookings. In de categorie tot € 13.000 zitten Charles Groenhuijsen, Felix Rottenberg en professor(!) Jeroen Smit. Dan volgen: Twan Huys (> € 10.000), Pieter Jan Hagens (> € 8.000), Sven Kockelmann, Frénk van der Linden, Frits Wester, Felix Meurders allen > € 5.000.

Update 20 april, 13.00 uur: De leiding van KRO-NCRV heeft besloten dat Fons de Poel niet langer presentator van Brandpunt is vanwege zijn omstreden kwalificatie aan het adres van Jesse Klaver.

Reactie Job de Haan van Integriteit.nl:
In deze discussie over integriteit is het allereerst van belang om onderscheid te maken tussen journalisten met een vast dienstverband of vast contract (Fons de Poel, Sven Kockelmann, Frits Wester, Felix Meurders e.a.) en de freelancer die naast zijn journalistieke werk opdrachten als dagvoorzitter, bedrijfspresentator e.d. moet aannemen om rond te komen (Frénk van der Linden, Govert Schilling, Bertus Hendriks e.a.). Allereerst blijkt voor beginnende freelance-journalisten het praktisch onmogelijk te zijn om van hun vak te kunnen leven zonder een bijbaan in bijvoorbeeld de horeca. Maar ook journalisten die hun sporen meer dan verdiend hebben, kunnen zonder commerciële klussen onvoldoende inkomen genereren. De honoraria (zeker in de geschreven pers) zijn al zo’n vijfentwintig jaar dezelfde, zonder inflatiecorrectie. Een voorbeeld uit de praktijk. Een freelance presentator van Kunststof (NTR, Radio 1) verdient per uitzending 390 euro bruto. Toen Oek de Jong ooit hoofdgast was vanwege zijn boek ‘Pier en oceaan’ bestond de voorbereiding van de interviewer uit het lezen van De Jongs boek (832 pagina’s!), oude interviews met hem en researchverslagen van een redacteur, waarna het uurbedrag omgerekend uitkwam op circa vijftien euro. Daar valt geen hypotheek van te betalen, zodat goedbetaalde nevenwerkzaamheden voor een freelance journalist geen luxe zijn maar noodzaak. Dat brengt wel de integriteitsvraag met zich: op welke aanbiedingen ga ik voor mijn eigen geloofwaardigheid en beroepscode wel in en op welke niet? Die vraag is in zijn algemeenheid lastig te beantwoorden, hoewel voor medewerkers van de publieke omroep formeel strenge regels gelden. Mensen in vaste dienst én freelancers met een vast contract zoals De Poel moeten zich houden aan een gedragscode. Artikel 2.2 luidt: „Het handelen van een medewerker wordt niet beïnvloed door oneigenlijke belangen en zelfs de schijn daarvan wordt vermeden.” Toch zal door iedere journalist (en diens werkgever) per geval een potentiële opdracht op zijn merites moeten worden beoordeeld. Daarbij zijn overwegingen aan de orde als: hoe staat het bij de aangeboden opdracht met mijn vrijheid van werken? Kan ik in alle onafhankelijkheid mijn vak uitoefenen of niet? En: loop ik en mijn werkgever het risico dat door de klus waarvoor ik nu word ingehuurd, op een ander moment onze integriteit ter discussie kan komen te staan? Dat laatste blijkt het probleem te zijn geworden waardoor de positie van Fons de Poel in het geding is. De nevenwerkzaamheden tussen hem en ABN AMRO in 2013, worden nu direct gekoppeld aan zijn verdediging van het bestuursbeleid van de bank, zonder dat die koppeling overigens hard te maken valt. En toch is De Poel in problemen gekomen vanwege de beeldvorming. Leo Fijen: “Het is nooit goed dat je de schijn tegen hebt”. Overigens is de kritische stellingname van de leiding van KRO-NCRV aan het adres van haar gezichtsbepalende anchor bepaald schijnheilig. Men weet al jaren dat De Poel naast zijn werk voor de KRO bijklust, getuige ook een citaat in NRC-Handelsblad van De Poel afgelopen januari: “Ik doe dit al twintig jaar. Het verrijkt mijn werk”. En toen hem gevraagd werd om het nieuwe Brandpunt te gaan presenteren, heeft De Poel als voorwaarde gesteld dat hij zijn nevenwerkzaamheden mocht blijven uitoefenen. Deze voorwaarde is door mediadirecteur Taco Rijssemus ingewilligd, die pikant genoeg nog geen half jaar geleden promoveerde op het proefschrift: Het journalistieke weten. Over de objectiviteit van betrokken journalistiek. Fons de Poel kwam al eerder in opspraak door zijn commerciële opdrachten voor o.a. de RABO-bank. Daarop beloofde de omroep nevenfuncties en commerciële opdrachtgevers van Fons de Poel c.s. openbaar te maken via een register op de website. Drie maanden later is dat register er nog steeds niet.

Ten slotte: is het fenomeen van bijklussende journalisten nieuw? Verre van dat: zolang als de journalistiek bestaat en bedrijven behoefte hebben aan ervaren en gezaghebbende journalisten en presentatoren, bestaat die relatie. In de jaren rond de eeuwwisseling zond de VARA het roemruchte programma Het Lagerhuis uit. Een populair debatprogramma onder leiding van Paul Witteman en Marcel van Dam. In die tijd kon een bedrijf die formule ook op locatie inhuren met beide presentatoren, inclusief bijbehorend decor voor de prijs van 24.000 gulden. Dat was geen geheim en er kraaide toen geen haan naar. Niet de ‘schnabbelpraktijk’ is nieuw, wel de discussie over beroepscodes, integriteit, transparantie en publieke verantwoording van bestuurlijke en politieke functies. Die discussie heeft nu dus ook de journalistiek bereikt en te hopen valt dat de rel rond Fons de Poel geen incident zal blijken te zijn, maar het begin van een gewetensonderzoek onder en met journalisten en – niet te vergeten – hun consumenten.  

13456710