Tijdens de stilte voor de Haagse storm

Het haalt al lang de nieuwskranten niet meer, en toch is het nog maar een maand geleden dat bestuurlijk Den Haag op zijn grondvesten stond te trillen. Het imago waar Den Haag zich graag op laat voorstaan, als de internationale stad van Vrede en Recht, heeft flinke deuken opgelopen. Twee wethouders op non-actief, verdacht van ambtelijke corruptie, omkoping en het schenden van het ambtsgeheim. Een doorzoeking van werkkamers, ook van ambtenaren, op het Haagse stadhuis. En alsof dat niet genoeg was, lag daar ook nog dat rapport over de rol van de burgemeester bij de vreugdevuren in Scheveningen dat bevestigde dat zij met Oud- en Nieuw verzuimd had om in te grijpen, hoewel ze wist dat de vuurstapels te hoog waren. Exit Pauline Krikke. Inmiddels is VVD-prominent Johan Remkes aangesteld als puinruimer. Komend jaar moet hij als waarnemend burgemeester de orde herstellen in het Haagse stadhuis.

Intussen draaien de onderzoekers van het Openbaar Ministerie overuren omdat zij weten dat de ingrijpende acties waartoe is overgegaan straks van legitimiteit blijk moeten geven, op straffe van verwijten van “overkill” en “karaktermoord” op met name de politici van Groep De Mos die nog altijd aanzienlijke populariteit genieten. Die partij was de grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 met een verdubbeling van het aantal zetels naar acht. Ook toen hing de geur van belangenverstrengeling al om hen heen, vanwege de innige contacten met de plaatselijke ondernemers. Al voor de verkiezingen voert de raad meerdere debatten over zijn ‘ombudspolitiek’, zoals De Mos het graag noemt. Critici betitelen het als ‘cliëntelisme’. Integriteit is dan ook tijdens de coalitieonderhandelingen een belangrijk thema, maar dat verhindert niet dat er een nieuw college komt met – o, ironie – Groep de Mos op economie en ambtelijke integriteit.
Terwijl er naarstig door het OM wordt gewerkt aan het verzamelen van bewijs voor de straf aanklacht tegen de ex-wethouders, krijgen de schrikreacties over wat in Den Haag gebeurd is nu al politiek vervolg. Regeringspartijen CDA en ChristenUnie pleiten, met steun van VVV en D66, voor een verplichte screening van wethouders, die zo corruptie, belangenverstrengeling en invloed van criminelen op lokale besturen willen voorkomen. De coalitie wil tevens dat lokale partijen hun inkomsten transparanter gaan maken. Giften moeten dan boven een bepaald bedrag openbaar worden gemaakt. Ook waarnemend burgemeester Remkes zit niet stil en kondigt aan dat alle wethouders in Den Haag gecontroleerd gaan worden op hun integriteit. Dat geldt niet alleen voor de nieuwe wethouders die zijn aangesteld, maar ook voor de zes zittende bestuurders. Op landelijk niveau wil Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken de zaken aanpakken door een wijziging van de Gemeentewet. Daarin komt te staan dat  kandidaat-wethouders voortaan alleen nog worden benoemd als zij een Verklaring Omtrent Gedrag kunnen overleggen. Zo’n VOG is nu voor wethouders niet verplicht. Daarnaast wil zij een ‘basistoets integriteit’. Dit is een analyse die gemeenten voor de benoeming van wethouders kunnen uitvoeren, om risico’s op zaken als corruptie en belangenverstrengeling aan het licht te brengen.
Maar ook burgers worden direct betrokken bij het thema integriteit. Wie vermoedt dat een bestuurder in Den Haag niet integer is, kan dat voortaan doorgeven aan een speciaal meldpunt. Inwoners, ambtenaren en bestuurders met twijfels over wat een bestuurder doet, kunnen contact opnemen met het meldpunt. Dit kan ook anoniem. Na een melding wordt hooguit twee maanden vooronderzoek gedaan. Als blijkt dat er inderdaad iets niet in de haak is, volgt een volledig onderzoek. Vervolgens kan het Meldpunt het Openbaar Ministerie of de Rijksrecherche inschakelen.

Toch vallen al deze initiatieven te beschouwen als inleidende beschietingen voor het grotere (vuur)werk dat straks zal losbarsten. De heftigheid daarvan hangt af van de bevindingen van Justitie in haar onderzoek naar wetsovertredingen door gekozen bestuurders. Hoe ernstig die uitkomsten zullen zijn, bestuurlijk Den Haag zal nooit meer hetzelfde zijn als voor die dinsdagmorgen op 1 oktober 2019 waarop de stad de pijnlijke bijnaam kreeg: ‘Napels aan de Noordzee’. Er zal nog heel wat tijd overheen moeten gaan, wil men van dat adagium afkomen en weer synoniem worden met de stad van ‘Vrede en Recht’.

Job de Haan, nieuwsredacteur Integriteit.nl